VVD en PvdA steunen het plan van het kabinet om de benzinemarkt open te breken en nieuwe pompstations op snelwegen toe te laten. De oppositie en D66 zijn tegen.
Zij verwachten dat de komst van nieuwe pomphouders de prijzen eerder zal doen stijgen dan dalen. Het CDA vreest voor het lot van de kleine pomphouders op de binnenwegen.
Het kabinet wil het monopolie van de grote oliemaatschappijen breken. Shell, Esso, Texaco en BP/Mobil hebben samen meer dan negentig procent van de pompstations aan de snelwegen in handen. Om de concurrentie te vergroten en de prijzen te laten dalen wil het kabinet nieuwe stations toelaten en de bestaande vergunningen over tien jaar beƫindigen en opnieuw veilen. Vergunningen zijn voortaan vijftien jaar geldig. Om lagere prijzen te krijgen, staat het kabinet ook onbemande stations toe en hoeven stations niet meer alle soorten brandstof aan te bieden.
Alle fracties, behalve GroenLinks, steunen het doel van prijsverlaging. Alleen denken D66, CDA en de kleine christelijke partijen niet dat dat bereikt wordt door de vergunningen te veilen. De kosten daarvan zullen de prijzen juist opdrijven, verwachten ze. Dat is met name het geval als er meer kleine particulieren op de markt komen. Alle partijen in de Kamer houden er bovendien rekening mee dat de regels van de Europese Unie de 'onteigening' van de bestaande pomphouders onmogelijk maken.
Het CDA heeft vooral problemen met de komst van nieuwe stations langs de snelweg. Hoe meer er komen, hoe minder klanten de kleine pompstations aan de binnenwegen overhouden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.