*

 
dossier

Archief

'Het hoofddoeken-feminisme rukt op binnen de islam'

TON CRIJNEN − 09/02/98, 00:00

AMSTERDAM - Het smalle, langwerpige gezicht krijgt een peinzende uitdrukking. Terwijl ze met haar ranke rechterarm iets uit de lucht lijkt te plukken, zegt ze: “Ik voel me moslim, geloof in God, maar om nou te zeggen dat ik diep religieus ben. . .” Om er direct aan toe te voegen: “Toch kijk ik niet, zoals de meeste progressieve feministes, met dédain neer op de traditionele islam.” Lachend: “Gecompliceerd mens hè!”

Nilüfer Göle (44) is hoogleraar sociologie aan de Bogazici universiteit in Istanbul. Met haar gedegen onderzoek naar de positie van de vrouw in Turkije trekt ze internationaal de aandacht. Het 'hoofddoeken-feminisme' dat zich daar manifesteert, geeft, zo constateert ze, het islamisme een modern gezicht dat sterk afwijkt van het beeld dat men in het westen doorgaans van het moslimfundamentalisme heeft.

Göle vertelt: “Tot voor kort waren binnen de moslimwereld vrouwelijke intellectuelen het boegbeeld van secularisme en moderniteit. Tegenwoordig fungeert een groeiende minderheid als uithangbord van de fundamentalistische islam. In landen als Turkije, Egypte, Marokko en Tunesië hebben op de universiteiten mascara, minirok en moderne roman serieuze concurrentie gekregen van turban, hidjaab en de koran.”

Göle was dit weekeinde in ons land. Ze sprak er in het Amsterdamse Soeterijn waar Moslima II wordt gehouden, een emancipatieproject van de studentenvereniging Eurabia dat zich met name richt op Nederlandse jongeren uit Marokko en Turkije. Ook bij hen zie je dat sommige ontwikkelde meiden plotseling de hoofddoek uit de kast halen.

Zittend in de lounge van het hoofdstedelijke Tuliphotel waar een Turkse vrouw blootshoofds de vloer stofzuigt, stelt Göle met nadruk dat wat West-Europa betreft de terugkeer naar traditionele kledingvoorschriften weinig of niets met moslimfundamentalisme van doen heeft.

“In tegenstelling tot wat veel Europeanen denken, is de hoofddoek voor sommige moslimvrouwen een middel om zich te integreren in de samenleving. Het geeft hun een eigen identiteit en creëert een idee van sociale veiligheid waardoor ze gemakkelijker contact leggen met mensen buiten de eigen groep.”

Waarom voelen jonge intellectuele moslimvrouwen in landen als Turkije zich aangetrokken tot het islamisme, een prominente politiek-religieus-fundamentalistische stroming die niet bepaald bekendstaat om haar grote vrouwvriendelijkheid?

Na erop gewezen te hebben dat het hier meisjes betreft uit de lagere middenklasse waar men van oudsher een conservatieve kijk op het bestaan heeft, zegt Göle: “Het islamisme verschaft hun zelfbewustzijn en een sociale machtsbasis binnen een milieu dat tot begin jaren tachtig werd gedomineerd door het geseculariseerde, pro-westerse establishment. Dat leverde het merendeel van de intelligentsia: artsen, apothekers, ingenieurs, juristen, psychologen, studenten. Dit gold zowel voor de mannen als voor de vrouwen. Deze situatie is snel aan het veranderen. De lagere klassen grijpen nu hun kans en zijn in toenemende mate concurrenten van de oude Turks-kemalistische elite.

Wat daarbij opvalt is het feit dat, in tegenstelling tot wat je zou verwachten, ouders zich verre van blij tonen met het feit dat hun studerende zoon of dochter zich heeft aangesloten bij het islamitisch activisme. Pa en ma mogen dan zelf traditionele moslims zijn, het neofundamentalisme van hun kinderen zien ze als een bedreiging voor hun latere carrière in een staat die, wat Turkije betreft, zich nog altijd seculier noemt en daar ook naar handelt.

Hebben ze dáárom financieel krom gelegen om nu te moeten toezien hoe hun dochter haar toekomst willens en wetens in de waagschaal stelt door demonstratief een hidjaab om te slaan en zich in een vormeloze mantel of zelfs chador te hullen? Want de overheid moet van dit soort symboliek weinig of niets hebben.

Nilüfer Göle legt uit dat de gesluierde meiden die op de campussen van Istanbul en Ankara rondlopen weigeren om net als hun moeders en grootmoeders elke traditionalistische interpretatie van de islam voor zoete koek te slikken. Dat heeft te maken met hun hogere opleiding.

Het moderne type radicaal-vrome moslima wil terug naar de bronnen van de koran en de hadith (overlevering) om deze gelovig maar kritisch te toetsen aan de hedendaagse uitleg door de geestelijkheid. Ze fronst haar wenkbrauwen als ze de imam hoort beweren dat de enige juiste plaats van een moslimvrouw binnenshuis is, dat die zich moet schikken naar de wensen van haar man en dat een meisje alleen mag studeren om later de kinderen beter te kunnen opvoeden, niet om buiten de deur te gaan werken.

Göle: “Dat is moeilijk te accepteren voor deze jonge vrouwen die middenin het moderne leven staan, achter computers zitten, academische studies volgen, politiek actief zijn. Je merkt dan ook dat ze voorzichtig maar zeer hardnekkig proberen om de nauwe grenzen te verleggen.”

Hierin ligt volgens Göle een potentiële bron van conflicten met de oelema's, de moslimschriftgeleerden. Islamitische leiders proberen de zaak te sussen door te zeggen dat alle problemen tussen mannen en vrouwen zullen zijn opgelost wanneer in Turkije en elders de shari'a, de moslimwetgeving, zal zijn ingevoerd.

De jonge vrouwelijke intellectuelen hebben echter geen zin daarop te wachten. Trouwens, het voorbeeld van Iran stemt hen niet gerust waar het hun 'gouden' toekomst betreft.

De gedekte kleding die ze dragen tijdens het moderne werk dat ze doen symboliseert de spanning die er bij hen bestaat tussen traditionalisme en moderniteit. Of dat op den duur vol te houden valt zal de toekomst uitwijzen.

Göle: “Die assertieve vrouwelijke intellectuelen in spe belichamen het nieuwe imago van de militante islam. In tegenstelling tot hun ouders en grootouders komen ze niet van het achtergebleven platteland, maar bewegen ze zich in de kosmopolitische sfeer van steden als Istanbul.

Daar maken ze druk gebruik van de moderne mogelijkheden die deze samenleving hun biedt. Zo kun je gesluierde vrouwen in de bus zien praten in een zaktelefoon. Vergeet niet, het gaat hier niet meer om onontwikkelde groepen in de marge, maar om toekomstige leiders die weten wat er in de wereld te koop is. Ze gaan daarom ook kritischer dan de oudere generatie om met de koran en de religieuze traditie.''

De jonge radicale moslim-intelligentsia is niet, zoals haar ouders, alleen geïnteresseerd in de devotionele kant van de islam. Ze houdt zich eveneens bezig met de sociale en historische perspectieven ervan. Hun universitaire studie maakt dat deze jonge vrouwen kritisch staan tegenover het slaafs navolgen van oude tradities, wat niet wegneemt dat ze zich fel afzetten tegen de westerse samenleving die ze decadent en ongelovig noemen.

Hun streven is erop gericht mede te werken aan een aantrekkelijk sociaal-politiek alternatief dat stoelt op islamitische normen en waarden. Dit moet met name de jongeren losweken van de westerse modern way of life.''

Het is aldus Göle geen toeval dat het intellectuele fundamentalistische reveil zich in de jaren tachtig begon te ontwikkelen. Tot die tijd fungeerden ook binnen de moslimwereld communisme en socialisme als de grote utopieën. Ze gaven talloze mensen de illusie dat hun 'onderontwikkeling' maar tijdelijk was en dat ze binnen niet al te lange tijd even welvarend, geëmancipeerd en gelukkig zouden zijn als hun broeders en zusters in het westen. Met de Oost-Europese Wende van 1989 is die hoop voorgoed de grond in geboord.

Göle: “Het islamisme heeft deze utopische rol overgenomen. In zijn politieke vorm vervangt het de droombeelden van links. Het belooft de zich ontworteld voelende massa's van Tanger tot Lahore een gouden toekomst, zowel moreel als materieel, op voorwaarde dat ze de banden met het westen verbreken en terugkeren naar het geloof van Mohammed en zijn directe opvolgers.”

“Cultureel bezit het islamisme een diepere dimensie dan vroeger het communisme. Het biedt moslims een leidraad om psychologisch de modernisering aan te kunnen die ook in hun wereld overal doorwerkt, maar die in essentie een uitvinding van de westerse cultuur is.

Het islamisme tracht die twee - modernisering en westerse culturele invloed - van elkaar te scheiden: Modernisering 'onder voorwaarden ja', verwesterlijking 'absoluut niet.'

Het islamisme grijpt dan wel terug naar oude waarden maar het doet dat nadrukkelijk in relatie tot het hier en nu. Wat dat betreft is het een zeer contemporaine beweging die overigens de neiging heeft in totalitarisme te vervallen. Aan de vrouwen de taak dat te voorkomen.''

mailIcon print |