*

 
dossier

Archief

Een resultaat dat bijna te mooi is om waar te zijn

WILMA KIESKAMP − 21/06/95, 00:00

AAN BOORD SOLO - “Een regenboog”, schreeuwt een van de actievoerders van Greenpeace. De voorheen 'vijandelijke' Krombas blaast ditmaal met het waterkanon de milieugroep een saluut toe. Het is een clichéplaatje dat zelfs de PR-afdeling van Greenpeace niet had durven bedenken. Het ligt er bijna tè dik bovenop. De zon breekt de waterstralen en het actieschip Solo vaart opeens onder een spectrum van kleuren - dezelfde regenboog die ook op het logo van Greenpeace staat.

Zojuist heeft een Nederlands bemanningslid aan kapitein Van Raaij van de sleepboot Smit Singapore op veelzeggende toon meegedeeld, dat de slepers, vanaf hun posities, 'nog' niets mogen zeggen. Het is duidelijk wat die boodschap over de radio betekent. De Brent Spar maakt straks rechtsomkeert. De dumping is van de baan. Het hele konvooi, actieboten en slepers, waterkanonnen en marinevaartuig, gaat op koers 75 terug naar de Schotse kust, in plaats van 255 graden richting dumpplek. Het was nog ruim een dag varen geweest.

“Gehoopt” hadden ze het wel, aan boord, “En natuurlijk hadden we het ook wel verwacht”, zegt Rose Young, maar bij dat laatste trekt ze een gezicht dat een andere betekenis geeft. Ze hadden het niet verwacht. Niet voor niets hamerde de bemanning van de actieschepen de afgelopen dagen steeds op het feit, dat zelfs als de dumping door zou gaan, door deze actie de oliemaatschappijen zich wel tien maal bedenken om nog eens een vergunning te vragen. Zelfs als de Brent zou zinken, was Greenpeace al tevreden genoeg. Young had als een van de organisatoren van het eerste uur nooit durven dromen op deze afloop. Hetzelfde gold voor de rest van het team. Dit is bijna te mooi om waar te zijn.

Een paar uur voor het verlossende bericht op de boordradio was er nog het gerucht, dat twee politiehelikopter met mariniers op weg waren naar de Brent Spar, om daar met een bliksemactie de vier actievoerders van Greenpeace weg te halen. Greenpeace stuurde gistermiddag zelfs nog urenlang de eigen helikopter de lucht in voor patrouille. De rondjes van pilote Paula Knuckleberry moesten voorkomen, dat de politie in de buurt zou kunnen komen. Maar aan de hemel bleef het rustig. “Ze wachten tot morgen”, vreesde Greenpeace. De sfeer op het schip was toen nog gespannen. Gisterochtend zette de milieu-organisatie met een snelle heli-actie twee extra bezetters op het olieplatform.

Het nieuws over de afgelaste dumping kondigde zich aan aan de horizon. Opeens houden de waterkanonnen op de Brent Spar nat te spuiten. Zonder de fonteinen ziet het lege olievat er opeens een stuk vervelozer uit. De ronde opbouw blijkt niet rood van kleur, maar verroest. Het ligt er opeens, nu de waterkanonnen er niet langer op focussen, wat verloren bij. Shell verliet het reusachtige olievat in november 1991, en naar verluidt heeft het bedrijf zelfs de afwas nog in de nog steeds werkende afwasmachines laten staan. Ook die apparaten zullen nu worden ontmanteld, want Shell heeft de Britse regering gevraagd om de Brent Spar op land te mogen slopen.

Het is via kanaal 67 van de boordradio dat het bericht binnenkomt. Op de brug van de actieschepen Altair en Solo is te horen hoe twee Shell-schepen overleggen over het juiste antwoord op vragen van Engelse journalisten. En dan volgt een wat moeilijk te volgen dialoog, in krakend Engels. Het blijkt dat de dumping van de baan is. Ongeloof op de gezichten bij Greenpeace. Maar even later trekt stuurman Cor Graafland drie keer aan de scheepstoeter. Hij is de eerste die niet meer twijfelt. “Het is gelukt, te gek”, vindt Cor. Collega's die naar boven komen rennen vragen zich af of het geen valstrik is. Beneden in de mess is helikopterpilote Paule Knuckleberry even later de enige die nog aan de karbonade en gebakken aardappels zit. De rest van de bemanning is naar de brug gerend.

- Vervolg op pagina 7

Shell bevreesd voor veiligheid van 800 pompstations VERVOLG VAN PAGINA 1

Op het moment dat Shell een vergunning aanvroeg om de Brent Spar op land te demonteren, waren de olie-opslagplaats, de begeleidende schepen en het Greenpeace-schip Altair al bijna gearriveerd op de plek waar Shell het gevaarte had willen afzinken.

De verwachting was dat het bijna 140 meter hoge gevaarte daar vanmiddag zou arriveren. Op het platform bevonden zich vier actievoerders, een Duitser, een Nederlander, een Deen en een Brit. Overigens heeft Greenpeace steeds volgehouden dat Shell helemaal geen vergunning hoeft aan te vragen voor het aan wal brengen van het gevaarte.

Eerder op de dag had Shell bekend gemaakt dat het zijn pompstations beter in de gaten zou houden. Brandstichtingen in Duitsland en valse bommeldingen in Nederland (Nijmegen) en Vlaanderen brachten Shell tot dit besluit. De politie zou extra surveillances uitvoeren. Op plekken waar dit niet mogelijk was, wilde Shell particuliere bewakingsdiensten inhuren.

Shell Nederland zei gisteren, net als de brancheverenigingen Bovag en Beta, nog altijd weinig te merken van een consumentenboycot. “Bij sommige pompen is het minder druk, bij andere niet.”

In Duitsland, waar de door milieu-organsiaties afgeroepen boycot Shell veel schade berokkent, voelde personeel op Shell-stations zich soms bedreigd. De eigenaar van een pomp in Coesfeld (Westfalen) ontving een bombrief die niet tot ontploffing kwam.

Deutsche Shell zal gedupeerde pomphouders compensatie geven. Gemiddeld verliezen Duitse Shell-stations tussen de 10 en 25 procent van hun omzet. In enkele gevallen is de omzetschade nog veel groter. In Koblenz sloten vijf eigenaren van Shell-stations hun zaak voor 24 uur uit protest tegen de dumping. Het gemeentebestuur van Keulen sloot zich aan bij de boycot.

Op instigatie van GroenLinks-wethouder J. Laurier (milieu en afvalverwerking) besloot het college van b & w in Leiden gistermiddag eveneens tot een boycot van de pompstations van Shell. Burgemeester Goekoop en wethouder Walenkamp (economische zaken) stemden tegen. Laurier schat dat Leiden tussen de 100 en 200 wagens heeft rondrijden.

In Denemarken riep de minister van milieu, Auken, alle overheidsinstellingen op zich bij de boycotactie aan te sluiten. De gemeenten Kopenhagen en Viborg schortten hun contracten met Shell maandag al op.

De Britse krant The Independent, die net als andere Britse kranten aanvankelijk weinig schreef over de Brent Spar, onthulde gisteren een rapport uit december 1993 waarin het ministerie van landbouw en visserij de plannen voor de dumping van de Brent Spar afkeurde.

Op dit rapport had John Campbell, het hoofd van een onderzoeksinstituut van het ministerie, met de hand geschreven dat het slib uit de Brent Spar niet in zee kon worden gestort. Vooral de hoeveelheid zware metalen zou te hoog zijn. Ook zouden de tanks het giftige glyoxal bevatten. De enige oplossing is het afval aan land te brengen en het daar te verwerken, aldus het rapport.

De betreffende onderzoeker zei gisteren dat die conclusie betrekking had op het plan om de Brent Spar in ondiep water af te zinken. Shell UK zei dat het ging om een oud rapport.

Volgens Shell UK leidde de inhoud van het rapport juist tot de beslissing om de Brent Spar in de diepzee af te zinken. Greenpeace International trok een andere conclusie. “De onderzoeker in kwestie was altijd voor dumping. Als hij schrijft dat het afval niet in zee mag komen, geldt dat ook voor de diepzee.”

mailIcon print |