*

 
dossier

Archief

METEOROLOGIE

MARK TRAA − 24/01/96, 00:00

Vier commerciƫle meteorologen gaan tornado's jagen in de Verenigde Staten. Drie meteorologen in wetenschappelijke dienst wensen hen een goede vangst.

DutchTEx, het Dutch tornado experiment, gaat begin april van start. Vier Wageningse weerkundigen met camera's en meetapparatuur in een busje. Het T-team van Meteoconsult bv rukt uit om “jacht te maken op de tornado”, zoals ze zelf aankondigen in een spannend persbericht. Niet hier maar in de Verenigde Staten natuurlijk, “waar elk voorjaar de tornado's tientallen, soms zelfs honderden keren toeslaan”.

Het onheilsgebied wordt ook wel tornado alley genoemd en omvat staten als Oklahoma, Texas, Kansas en Michigan. Daar rijden de Nederlanders straks van de ene onweershaard naar de andere, in de hoop dat zich er windhozen ontwikkelen. Dat gebeurt vooral tijdens onweer in vochtige, warme lucht. Stijgt die op via smalle kokers in hoog opgestapelde buienwolken, dan gaat de boel wervelen en kan zich zo'n razende slurf vormen.

Daar gaan de vier meteorologen, onder leiding van RTL-4 weerman Reinier van den Berg, op af. Vier weken aan een stuk. “Aha, gaat het er nu van komen. Ja, ik weet al een hele poos dat ze dit van plan waren. Leuk dat ze het voor elkaar hebben gekregen.” Prof. dr. J. Wieringa, hoogleraar meteorologie aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, wenst de tornado chasers een goede vangst. “Kijk, ieder land heeft zijn eigen sterke punten. In Nederland doen we veel onderzoek aan de wisselwerking tussen land en zee. Maar het kan natuurlijk nooit kwaad om elders onze voelhorens uit te steken. Ik zie dit als een stuk praktische bijstudie.”

Vergeleken met de Amerikaanse collega's zijn Nederlandse meteorologen minder thuis in tornado's. “We kunnen veel leren van Amerikaanse meteorologen. Ik neem tenminste aan dat de vier op bezoek gaan bij een hurricane center. Het is altijd handig kennissen te hebben in Amerikaanse wetenschappelijke kringen.”

Altijd iets aparts

Wieringa's Utrechtse collega prof. dr. J. Oerlemans vindt vooral dat “die mensen moeten doen waar ze zin in hebben.” Het zou volgens Oerlemans mooi zijn als de wetenschap ermee is gediend, maar “Meteoconsult is natuurlijk een bedrijf en geen wetenschappelijke instelling. Ze zijn altijd in voor iets aparts, zijn oprecht enthousiast over het weer en weten dat in hun weerberichten vaak beter tot uitdrukking te brengen dan het KNMI. Maar waarom vraagt u míj om een mening? Ik vind het gewoon leuk dat ze dit doen, meer niet. Als het aardige beelden voor het publiek oplevert, dan is het al de moeite waard. En het is in elk geval nuttiger dan fietsen naar de Noordpool.”

“De behoefte om zelf eens zo'n slurf uit de wolken te zien komen, lijkt me een belangrijke reden om daarheen te gaan”, zegt Jacob Kuiper, hoofdmeteoroloog van het KNMI. “Voor mijzelf is dat in elk geval zo.”

Pardon?

“Ja, ik ga er zelf ook naartoe. En toevallig in dezelfde periode als die jongens van Meteoconsult. Alleen ga ik niet op eigen houtje in zo'n busje rondrijden. Dat vind ik veel te gevaarlijk. Samen met een collega wil ik veel met de Amerikanen optrekken. Met hen durf ik wel rond te rijden.”

“Overigens ga ik in mijn vrije tijd. Tornado's hebben mijn bijzondere belangstelling. Ik was erbij toen een windhoos in augustus 1992 de camping Duinoord op Ameland trof. Op driehonderd meter raasde hij langs mijn tentje.”

“De Amerikaanse weerradars zijn verfijnder dan de onze. Zij hebben een landelijk dekkend netwerk waarmee ze tornado's in een vroeg stadium kunnen zien ontstaan. Wij moeten het hebben van mensen die bellen en zeggen: hee, ik zie een slurf. In de Verenigde Staten verdient zo'n investering zichzelf terug. Ik betwijfel of zo'n tornado chase zich in ons land laat vertalen in rendement.”

Meneer Van den Berg van Meteoconsult, u krijgt gezelschap.

“Ja, ik ben op de hoogte. Jacob Kuiper, is het niet? Wij zijn wel de eersten die het zo grootschalig aanpakken. En inderdaad, als ik eerlijk ben bepaalt de extreme wens om eens zo'n natuurspektakel te zien minstens de helft van onze motivatie. Maar een voorwaarde die Meteoconsult stelde was, dat we met kennis moeten terugkomen. Kennis die we onder meer voor een interne bedrijfscursus kunnen gebruiken. Als dat niet lukt, dan moeten we zelf bijdragen in de kosten.”

En die zijn...?

“Twintig mille, all-in. Dat wordt betaald uit het onderwijsbudget van Meteoconsult. Het busje en de apparatuur hebben we via Internet besteld in de VS. Ter plekke wordt de boel ingebouwd. Nou ja, eigenlijk gaat het vooral om een laptop met communicatie-apparatuur en printers. We hebben wel meetapparatuur, zoals we in ons persbericht melden, maar dat komt eigenlijk neer op een thermometer en een luchtvochtigheidsmeter. Een radar is echt te duur, dan praat je over tònnen. Elk half uur plukken we via Internet een radarbeeld van de Amerikaanse weerdienst uit de lucht.”

“We stoppen nu en dan wel bij een weerbureau. Die kunnen ons dan vertellen of een bepaald gebied interessant is of niet. De kans bestaat natuurlijk dat we helemaal geen tornado zien. Toch wil ik een omroep benaderen om te vragen of ze een dagje komen meefilmen. Daar moet dan wel een bijdrage tegenover staan.”

mailIcon print |