*

 
dossier

Archief

Kopschuwheid voor beginselen (2)

WILLEM BREEDVELD − 07/02/97, 00:00

Constateren dat de PvdA een curieuze kopschuwheid aan de dag legt voor beginselen is één ding, je afvragen waar die beduchtheid vandaan komt, is weer iets anders.

Waarom denkt iemand als Jos de Beus, hoogleraar politieke filosofie en schrijver van het PvdA-verkiezingsprogram, dat met het uitwerken van PvdA-beginselen het liberalisme als 'de duivel' zal worden voorgesteld? Waarom wellen het PvdA-Kamerlid Marjet van Zuijlen als vanzelf woorden naar de lippen als 'krampachtig, benauwend en defensief' zodra dit onderwerp ter sprake komt? Het zal er wel mee te maken hebben dat echt positie kiezen vandaag de dag een riskante aangelegenheid is. Kiezers willen vaak meerdere dingen tegelijk. Weinig belasting betalen bijvoorbeeld en toch kunnen genieten van goede voorzieningen.

De partij die dit soort dilemma's al te zwaar onder de tucht zet van beginselen, denkt zichzelf uit de markt te prijzen, veronderstelde ik eerder deze week. Vandaar de neiging die beginselen zo vaag mogelijk te houden. Je mocht er eens aan gehouden worden, aldus de vice-voorzitter van de PvdA, Ruud Vreeman.

Het is een verklaring. Maar het is wel zo aardig om te zien dat de bekende econoom en PvdA'er Arie van der Zwan nog een diepere laag in deze kwestie aanboort. Op een recente conferentie over de partijbeginselen van de PvdA veegde hij de beginsel-beduchtheid van de Van Zuijlens en de De Beuzen energiek van tafel. Hoezo aardig doen tegen het liberalisme? Hoog tijd voor de PvdA in de aanval te gaan tegen het 'het neo-liberalisme met zijn doorgeschoten marktdenken'. De sociaal-democratie, de overheid, zal front moeten maken tegen 'een ontketend kapitalisme waarbij de internationale geld- en kapitaalmarkten het voortouw hebben gehad'.

Het is taal die mij wel aanspreekt, al vraag ik me af of je zo'n verhaal uit zijn mond beginselvast zou kunnen noemen. Van der Zwan immers huldigde in de jaren zeventig radicale Nieuw-Links opvattingen, legde in de jaren tachtig als manager een zwaar accent op het marktdenken, en zou nu als wetenschapper en adviseur diezelfde markt weer willen beteugelen? Trouwens, welk beginsel brengt Van der Zwan eigenlijk in het geding tegen het neo-liberalisme?

Eigenlijk zegt Van der Zwan, tenminste als ik hem goed begrepen heb: als de politiek nog een aantal morele waarden in de samenleving overeind wil houden, dan zal zij met het nodige gezag de uitwassen van een 'ontketend kapitalisme' moeten kunnen pareren. Dit neo-liberalisme is vluchtig, flexibel en dobbert op de waan van de dag. De gewone burger daarentegen wil houvast en stabiliteit. Dat zijn essentiële waarden en om die met gezag tot gelding te kunnen brengen heb je een politiek idee nodig; een beginsel derhalve. Interessant is ook dat Van der Zwan voor de onderbouwing van zijn betoog een soortgelijke omslag in het denken bespeurt, onder meer bij de ILO, de Unctad en de Oeso en bij bekende denkers als Daniel Bell en Ralf Dahrendorf.

Vraag is natuurlijk: hoe formuleer je zo'n politiek idee, zo'n beginsel? Op dit punt is Van der Zwan aanzienlijk vager. Hij zoekt de beteugeling van het kapitalisme in een combinatie van zelfwerkzaamheid van burgers, samen met een sterke overheid. Maar hoe vaag ook, op dit punt blijkt Van der Zwan ondanks de schijn van beginselloosheid door de jaren heen wel opmerkelijk consistent te zijn geweest. En voorzover zijn consistentie twijfel op blijft roepen: het is op z'n minst aantrekkelijk met Van der Zwan te constateren dat ontwikkelingen in de samenleving zich in golfbewegingen voltrekken en dat het neo-liberalisme zo langzamerhand 'zijn eigen niveau van incompetentie heeft bereikt'.

Kortom, hoog tijd voor de PvdA het neo-liberalisme wel principieel als de baarlijke duivel aan de kaak te stellen.

mailIcon print |