Van onze correspondent BRUSSEL - Het Europees parlement wil paal en perk gaan stellen aan het lobbyen. Na jaren van geharrewar lijkt daarvoor een meerderheid te zijn. Maar over regels voor de nevenactiviteiten van de Europarlementariërs zelf bestaat nog grote onenigheid.
Het Europees parlement stemt volgende week in Straatsburg over een reeks aanpassingen in het eigen reglement. Die aanpassingen houden onder meer een registratie in van lobbyisten, die in Straatsburg en Brussel de deuren plat lopen. De lobbyisten zouden jaarlijks moeten opgeven welke (financiële) middelen zij hebben gebruikt om Europarlementariërs van hun gelijk te overtuigen.
Hoeveel lobbyisten er in Brussel rondlopen weet niemand. Maar hun aantal is de afgelopen jaren stormachtig gegroeid en moet de tienduizend inmiddels overschreden hebben. Het zijn niet alleen vertegenwoordigers van grote industrieën, maar ook van allerlei maatschappelijke, ideële en kerkelijke organisaties. Het loopt van de Biscuit-alliantie tot het Steunpunt migranten.
Hun aanwezigheid wordt op prijs gesteld. Het woord 'lobbyen' mag hier en daar een negatieve klank hebben, maar het verschijnsel wordt onmisbaar geacht. De Europese Commissie, de enige die Europese wetsvoorstellen mag indienen, ontwikkelt die voorstellen in de regel in nauw overleg met de betrokkenen. En ook de leden van het Europees parlement houden graag contact met belangengroepen.
“Je ziet het belang van officiële adviesorganen afnemen. De directe beïnvloeding wordt belangrijker. Dat is niet erg, lobbyen hoort bij politiek. Maar het gebeurt bijna per definitie in het duister van de wandelgangen. En dat is wel erg”, zegt Europarlementariër Alman Metten (PvdA). Metten pleit al sinds 1989 voor een registratie van lobbyisten en een gedragscode.
Voorstellen in die richting werden echter voortdurend gesaboteerd, vooral door Britse leden van het Europees parlement. En niet alleen door Conservatieven; een van de felste tegenstanders van iedere beperking van het lobbyen is lid van de Labourpartij. De Britten heben in de regel een of meer nevenfuncties, bij voorbeeld als adviseur van een onderneming. Nu die gewoonte ook in Groot-Brittannië ter discussie is gekomen, lijkt hun weerstand echter af te nemen.
Het parlement zal volgend week waarschijnlijk besluiten dat lobbyisten zich moeten laten registreren om een toegangspas te krijgen voor het parlement. Aan die registratie wordt de plicht verbonden jaarlijks te rapporteren over de uitgaven ten gunste van de lobby-activiteiten. Medewerkers van Europarlementariërs die toegang hebben tot besloten vergaderingen, zullen bovendien niet tegelijk lobbyist kunnen zijn. Nu verdient tien procent van de 2000 medewerkers die in het parlement rondlopen bij als lobbyist.
Tegelijk met de lobbyisten zou het Europees parlement ook de eigen leden aanpakken. Leden van het parlement moeten nu al, aan het begin van hun mandaat, hun nevenfuncties opgeven. Maar dat gebeurt op formulieren die met de hand en in de eigen landstaal worden ingevuld en in een ordner op een stoffige Straatsburgse plank belanden. Die registratie moet toegankelijk gemaakt worden, stelt de Franse liberaal Jean-Thomas Nordmann voor. Bovendien zou iedere gift in geld of natura boven een bepaald bedrag opgegeven moeten worden. Nu is er geen enkele controle, bijvoorbeeld op de uitstapjes die Europarlementariërs maken. Turkije, dat zijn douaneunie met de EU vorig jaar bijna gedwarsboomd zag door het parlement, liet vliegtuigladingen Europarlementariërs overkomen om te tonen hoe goed het met de democratie ging. En toen het parlement die douaneunie alsnog goedkeurde, kregen alle leden die hadden voorgestemd een verzameling CD's met Turkijes mooiste muziek. Als het aan Nordmann ligt zouden de parlementariërs dat moeten opgeven. De socialisten, verreweg de grootste fractie in Straatsburg, ondersteunen zijn voorstel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.