EINDHOVEN - 'Sport bouwt geen karakter op, maar het onthult karakter'. Deze spreuk heeft Doug Mason, de bondscoach van het Nederlands ijshockeyteam boven zijn bed hangen. De 40-jarige Canadees hoopt dat 'zijn' jongens de komende tien dagen over voldoende 'personality' beschikken om zich te handhaven in de B-poule tijdens het wereldkampioenschap, dat vandaag begint.
Op de Eindhovense ijsbaan bijt Oranje vanmiddag in de poule van acht landen om 17.30 uur het spits af tegen Denemarken. Volgens Mason wordt het meteen een cruciaal duel. “Denemarken en Japan zijn de twee landen, waarvan ik denk dat we die onder ons moeten kunnen houden. Maar eigenlijk heb je geen zwakke landen meer. Roemenië is vorig jaar in Bratislava gedegradeerd en Wit-Rusland is gepromoveerd. Dat betekent dat de B-poule met Letland, Polen, Groot-Brittannië en Zwitserland geen zwakke naties meer kent. Ik denk dat de vierde plek heel erg moeilijk te verbeteren is.”
Oranje heeft dus niet de gelegenheid om te groeien in het toernooi. “Denemarken heeft daar ook last van. Ook zij beseffen donders goed, dat het eerste duel van groot belang kan zijn. De Japanners zullen tijdens de wedstrijd met het zweet in de handen op de tribune zitten, want een gelijkspel zou hen natuurlijk erg goed uitkomen,” meent de bondscoach, die begrijpt dat 'zijn' spelers maar één ding willen: goud. “Zo dacht ik er vroeger ook over. Toen ik voor het eerst tegen de Sovjet-Unie speelde, wilde ik ook alleen maar winnen, maar we verloren wel met 11-1. Na zo'n nederlaag liep ik dan twee dagen met een diep teleurgesteld gevoel rond. Nu, als coach, weet ik beter. We mogen blij zijn als we ons handhaven in de B-poule. Dan spring ik de gaten in het dak.”
Afgelopen jaar overtrof het nationale ijshockeyteam in Slowakije met een vierde plek de stoutste verwachtingen van het thuisfront. Het Nederlands team kan dus nu voor eigen publiek alleen maar afgaan. Mason: “Zo wil ik het niet noemen. De B-poule, waaruit één land degradeert, is ijzersterk. Nee, ik ben me niet aan het indekken. Ik ben realistisch. Het thuis-spelen is eerder een nadeel, dan een voordeel. De spelers willen voor hun familie en vrienden juist laten zien, wat ze kunnen. Ze doen dus eerder iets te veel, dan te weinig. Ze moeten beseffen dat je niet zeven wedstrijden achter elkaar erin kan vliegen. Je moet dat doseren. In welke duels wij erin gaan, bepaal ik. Het is mijn taak om bij iedere speler op hetzelfde tijdstip de juiste knoppen in te drukken. We bereiken pas het maximale resultaat als iedereen zijn emoties in bedwang kan houden en de juiste snaren zijn geraakt.”
Tweede keus
Het Nederlands team bereidde zich drie weken voor op het WK voor B-landen. Eerst trainde het nationale team twee weken in Eindhoven en vervolgens vertrok de nationale selectie voor een week naar het Duitse Füssen. Afgelopen dinsdag verloor Oranje een oefenwedstrijd tegen de tweede keus van Duitsland met 4-1. Afgelopen zaterdag ging voor de vierde maal op rij een kwalificatiewedstrijd voor de Olympische Winterspelen in Nagano 1998 verloren. Gastland Zwitserland walste met 7-1 over de Nederlanders heen.
Toch zag Mason veel pluspunten. “Dit team heeft, ten opzichte van vorig jaar, veel vooruitgang geboekt. De jongens spelen nu bijna twee jaar op mijn manier. Er wordt niet meer blind aangevallen. Vanuit de collectieve verdediging wordt nu de aanval gezocht. Maar de beslissing van een individuele speler blijft belangrijk. Hij moet bepalen of hij zijn tegenstander laat komen of onder druk zet. Als één iemand het verkeerde doet, klopt het teamconcept niet meer.”
Ook ontdekte Mason in Rapperswil dat Oranje nog niet alles beheerste. “Tijdens powerplay van de Zwitsers ging het niet goed. Bovendien gingen de koppen omlaag toen ze met 2-0 en 3-0 achterkwamen. De felheid verdween. Pas in de derde periode kwam het fanatisme terug. Ook als je als team tegenslagen te verwerken krijgt, moet je karakter tonen. Je zag vooral bij de wat nieuwere mensen, dat ze te kampen hadden met een inzinking. Daar hebben we veel over gesproken. Ach,” zegt Mason, die tegelijkertijd de Wit-Russen observeert, “iedere coach heeft het over dezelfde dingen. Alleen in Nederland is de handelingssnelheid trager dan in bijvoorbeeld Zweden. Maar dat komt omdat in dit land de tactiek niet wordt beheerst. Op het clubniveau in het algemeen krijgen de spelers hun informatie niet. Bij de clubs worden alleen oefeningen gespeeld en geen wedstrijdsituaties nagebootst. Het waarom, ontbreekt veel te vaak.”
Professionalisme
Doug Mason vindt dan ook dat het professionalisme in vergelijking met andere landen ontbreekt. “Dat plaatst mij nu ook voor een dilemma. IJshockey is hier een hobby en dat stoort me. Ik werk nu drie jaar bij Tilburg Trappers en ben nu twee jaar bondscoach. Eind juli van dit jaar loopt mijn contract bij de Nederlandse IJshockey Bond af. Ik zie in het Nederlandse ijshockey weinig vooruitgang, behalve in Tilburg. Als ik daar nog vijf jaar zou blijven, dan kan ik een heel eind met de ploeg komen. Maar ik weet niet of ik dat wel wil. Ik heb nu een leuke aanbieding van de bond op zak, maar ik twijfel of ik niet eens verder moet kijken. Dat hangt niet van dit WK af. Misschien moet ik mijn vleugels wel in het buitenland uitslaan. Toch weet ik niet of de tijd daar nu al rijp voor is. Ik vraag me telkens af of dit het moment voor mij is om te vertrekken, terwijl ik heel tevreden ben. Eén ding weet ik wel. Als de technisch manager van de NIJB, Henk Hille zou stoppen, dan wordt het voor mij wel gemakkelijker om uit Nederland weg te gaan. De samenwerking is tot nu toe grandioos. Hopelijk leidt dat de komende tien dagen tot iets moois.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.