DEN HAAG - Scheveningen en vis lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden, maar toch heeft het er lang naar uitgezien dat aan deze eeuwenlange relatie een eind zou komen. In discussies over de toekomst van de Scheveningse haven is zelfs geopperd deze maar te dempen en vol te bouwen met dure woningen.
Maar het tij keert. Nadat in het midden van de jaren '70 het grootste deel van de Scheveningse vissersvloot was verdwenen, brak een periode van stilte aan waarin het havengebied langzaam verpauperde. Sinds de gemeenteraad in 1994 besloot dat 'de vis' toch op Scheveningen moest blijven, klimt de haven echter weer voorzichtig uit het dal.
Een duidelijk signaal van die opleving vormt de geheel vernieuwde visafslag die vandaag, vier dagen voor Vlaggetjesdag, wordt heropend. En ook dat zondagavond de eerste Hollandse nieuwe haring van het seizoen door twee schepen van de Scheveningse reder Jaczon in Scheveningen werd aangevoerd. Die wordt vandaag op de vernieuwde afslag geveild.
Na jaren onzekerheid over het voortbestaan van de sterk verouderde afslag zien de gemeente Den Haag en de Stichting privatisering visafslag Scheveningen de toekomst weer met enig optimisme tegemoet. Zij hebben samen 6,4 miljoen geïnvesteerd in het wegwerken van achterstallig onderhoud en het aanpassen van de afslag aan de eisen van de Europese Unie, onder meer wat betreft de koeling. Bovendien stelt de gemeente zich garant voor het openhouden van de visafslag tot tenminste 2005.
Hoewel de afslag in Scheveningen wat omzet betreft tot de kleinere in het land behoort en de vangstquota ieder jaar afnemen, is het optimisme voor de toekomst onder meer gebaseerd op het feit dat de vis in Scheveningen duur wordt betaald. Want naast de grote kopers, die zo laag mogelijke prijzen voor de aangeboden vis willen betalen, onderscheidt Scheveningen zich door veel kleine kopers, zegt G. J. Bunck, productmanager bedrijven van de Haagse dienst stadsbeheer.
Bunck: “Veel restaurateurs en traiteurs kopen kleine partijen en dat is gunstig voor de prijsvorming. Bovendien betekent dat voor vissers dat zij in Scheveningen ook hun bijvangsten, waarvoor elders minder belangstelling is, kwijt kunnen. Dankzij de gunstige prijs wordt ruim vijftien procent van de vis via de weg aangevoerd, vanuit de Oostzee en vanuit Engeland, via de Kanaaltunnel.”
Van elders
Naast de gunstige prijzen hoopt Scheveningen, dat niet meer op een thuisvloot drijft, een toenemend aantal vissers uit andere Nederlandse havens en uit Engeland, België, Frankrijk en Denemarken te trekken door het leveren van diensten. Bunck: “De visafslag zorgt naast vis ook voor allerlei zaken die vissersschepen moeten afhandelen als zij een haven zijn binnengelopen. We zorgen voor de levering van brandstof, voor de reperatie van netten en dergelijke en laten dat via de afrekening bij de visafslag lopen, zodat de visser één bedrag betaald krijgt.”
Visserij is niet de enige pijler waar het vernieuwde havengebied op moet steunen. Begin dit jaar stemde de gemeenteraad in met een ontwikkelingsplan dat voorziet in werken, wonen en recreatie. Langs de randen van het havengebied wordt druk gebouwd en vrijwel alle woningen, melden de borden bij de bouwwerken, zijn al op tekening verkocht.
Wat het werken betreft, is de Norfolk Line (roll-on-roll-off) bezig met het uitbreiden van de capaciteit met 50 procent. Om de grotere schepen te kunnen ontvangen, wordt de toegang tot de haven verbreed. Verder hebben de gemeente en het bedrijfsleven een intentieverklaring getekend over het ontwikkelen van een nieuw bedrijfsterrein tussen de Norfolk Line en de huidige jachthaven.
De gemeente bekijkt ook of het mogelijk is andere dan de bestaande activiteiten aan te trekken. Bunck: “We laten onderzoeken of we nieuwe markten kunnen aanboren. Of er bijvoorbeeld activiteiten zijn waar Rotterdam te groot voor is. Een kleine reder moet in Rotterdam achter in de rij aanschuiven, maar hier krijgt hij bij wijze van spreken een sigaar in de mond. Je kunt ook denken aan een terminal voor kleine cruise-schepen die in de Europese wateren varen.”
Daarnaast is vorige week een eerste plan gepresenteerd voor een nieuw handelscentrum voor de visserij. In dit project, gelegen tegenover de visafslag, kunnen de visverwerkende industrie, detailhandel en horeca een plaats krijgen. De projectontwikkelaar hoopt nog dit jaar de concrete plannen te kunnen presenteren.
Is de eerste haven bestemd voor vis en vracht - rond de tweede haven komt het accent te liggen op waterrecreatie, sportvisserij en horeca. De jachthaven wordt verplaatst naar de noordzijde, waar drie grote horeca-paviljoens in aanbouw zijn. Zelfs de cultuur wordt niet vergeten: het is de bedoeling dat het Zeebiologisch museum (nu bij de jachthaven) en het Schevenings museum (nu elders in Scheveningen) worden samengevoegd en in het havengebied een plaats krijgen. De discussie hierover is echter nog niet afgerond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.