*

 
dossier

Archief

Origineel en ontwapenend

MARK DUURSMA − 11/01/96, 00:00

Regie: Robert Jan Westdijk. Met: Kim van Kooten, Roeland Fernhout, Ganna Veenhuysen, Maarten Zomer. Te zien in 13 bioscopen.

Alles aan 'ZUSJE' is jong: de makers, de personages, het onderwerp, de aanpak. Video is een jong medium, en niet eerder werd het in een Nederlandse film zo consequent gebruikt om 'film' te maken. De truc van 'ZUSJE' is identificatie: een van de twee hoofdpersonen gaat vrijwel de hele film schuil achter een videocamera, waardoor zijn blik overeenkomt met die van de kijker. Schijnbaar zien we niet wat de regisseur ons wil laten zien, maar datgene wat diens personage filmt. Alleen door zijn stem komt de jongen achter de videocamera tot leven, alleen als iemand anders de camera pakt krijgen we hem te zien.

Vanaf het begin is het een irritante jongen. Martijn staat onverwacht bij zijn vijf jaar jongere zus Daantje voor de deur in Amsterdam. Hij weigert de videocamera neer te leggen en zal dat met akelige consequentie blijven weigeren. Martijn is niet alleen contactgestoord, hij is ook geobsedeerd door Daantje. Hij laat haar niet met rust en dwingt haar een traumatische gebeurtenis uit hun jeugd onder ogen te zien. Flarden home movie wijzen vooruit naar een noodzakelijke katharsis waarin het raadsel wordt ontsluierd.

Het scenario, geschreven door regisseur Robert Jan Westdijk en Jos Driessen, combineert de dreigende verhaallijn met vrolijk realisme. De frustraties en manipulaties van Martijn spelen zich af tegen de achtergrond van de dagelijkse beslommeringen van Daantje, studente mode aan de Rietveldacademie. Haar woning, ritme en sociale leven zijn minstens zo belangrijk als het gefilm van haar broer en volstrekt geloofwaardig. Daantje geeft een feestje, zoent met haar vriendje, speelt een potje risk, fietst door de stad. Juist dat onopgesmukte, rommelige realisme geeft 'ZUSJE' zijn jeugdige elan.

Veel van dat elan is ook te danken aan de uitstekende acteurs. Kim van Kooten, zonder acteeropleiding en grotendeels zonder tegenspeler, is als Daantje vrijwel permanent in beeld. Alles wat ze doet oogt volkomen natuurlijk, haar geleidelijke overgave aan Martijn is onvermijdelijk. Roeland Fernhout als het vriendje, fysiek sterk aanwezig, verschuift zeer overtuigend van uitdagend naar aandoenlijk. Ganna Veenhuysen als vriendin is lekker hard en direct. De rol van Martijn bestaat uit drie delen: de camera van Bert Pot, de stem van Hugo Metsers III en het lichaam van Maarten Zomer. Samen vormen ze respectievelijk een opdringerig en bot, maar uiteindelijk kwetsbaar personage.

De spontaniteit van 'ZUSJE' is verraderlijk, de film zit uiterst geraffineerd in elkaar. De grootste prestatie van Westdijk en Driessen is dat ze een zinnige film over film hebben gemaakt, zonder alle pretentieuze ballast die daar normaliter mee gepaard gaat. In deze meta-film zit de ene film (die van het kijken) de andere film (die van de emoties) nooit in de weg, en dat is uitzonderlijk. Voorop staat de luchtige toon, het aanstekelijk realisme. De tweede laag, het spel met de videocamera, is zeer aanwezig, maar wordt nooit cerebraal. Kloppen doet die laag wel: als Daantje de camera van Martijn overneemt, is het beeld overbelicht.

In de epiloog toont Westdijk hoezeer hij zijn film beheerst. De videobandjes van Martijn liggen te koop op de rommelmarkt, we horen de dialoog tussen koper en koopman. Of hij ze bekeken heeft, vraagt de koper aan de koopman. Ben je gek, is het antwoord, ik ga daar een beetje naar bandjes van andere mensen kijken. Je hebt rare types tegenwoordig hoor, met die video. Iedereen koopt maar een camera. Waarom zou je daar naar willen kijken, naar die privézaken?

Een regisseur die zijn geslaagde debuut op zo'n inventieve manier weet te relativeren, mag met recht een belofte voor de toekomst worden genoemd.

mailIcon print |