Het pleidooi van D66-Kamerlid Boris Dittrich, gisteren in Trouw, voor een forum van wijze mannen die het journalistiek denken en doen in Nederland onder de loep nemen en aldus een soort werkwijzer voor de media opstellen, leidt naar een heilloze weg waarop D66 statutair niet eens gesignaleerd mag worden.
Dittrichs pleidooi voor bezinning heeft alleen effect als zijn wijze mannen, bij de opsomming waarvan wij alleen een ervaren herenkapper misten, ook praktisch invloed krijgen. En dan dienen de abonnees er voortaan rekening mee te houden dat er regelmatig 's morgens in plaats van een krant een kaartje in de bus valt: we hebben heden gelukkig geen nieuws voor u, de redactie.
De media in Nederland discussiƫren onderling aanhoudend over de manier waarop zij (moeten) werken. In de kranten staan regelmatig kritische bijdragen van buitenstaanders waarin de pers wordt becommentarieerd. Ook op de radio zijn met grote regelmaat dit soort discussies te horen. Alleen de televisie blijft wat achter.
Het is niet zo dat er een wilde horde, naar eigen lust sabelende verslaggevers, door het land trekt. Wel ontstaat die indruk soms, niet op de laatste plaats aangewakkerd door een groeiend aantal landelijke en regionale tv-stations. Dan lijkt het alsof nieuws in geregisseerde vloedgolven over het land trekt: zo veel en zoveel dezelfde aandacht. Daar zit soms opgeklopt onnieuws tussen, dat particulieren stevig treft. Maar ook in die gevallen zijn er zekere, maar voorzichtige waarborgen die ervoor zorgen dat de media zich niet aan excessen te buiten gaan. Ook instanties als de raad voor de journalistiek, een ombudsman, desnoods de rechter stellen steeds de vrijheid voorop en niet de controle.
De media vormen een waakhond die zichzelf, ook tegen Dittrichs pleidooi, moet bewaken, anders heeft hij straks geen tand meer in de bek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.