*

 
dossier

Archief

Chris Dercon: Nu al verandert het museum in een bioscoop

HANS KROON − 05/02/98, 00:00

Wanneer ik hem op een zonnige wintermorgen om half tien op zijn werkkamer ontmoet, heeft Chris Dercon, directeur van Museum Boijmans van Beuningen maar een paar uur nachtrust achter de rug. Tot vier uur 's nachts heeft hij met vrienden en bekenden na het zien van enkele festivalfilms zitten praten over de stand van zaken in de cinema.

Toch is Dercon zo fris als een hoentje. Nog voor we goed en wel zitten, steekt hij enthousiast van wal. Een half uur lang stort hij een spraakwaterval over me uit die mijn filmblik op de tijdens Filmfestival Rotterdam zo spraakmakende 'crossovers' bijna omverkegelt.

“Dat woord 'crossovers'! Het slaat nergens op. Er zijn duizenden films en er is maar één cinema. Daar bedoel ik de cinema als fenomeen mee, de cinema als culturele ruimte. Die ruimte is enorm groot geworden. Niet alleen kan en mag alles, maar ook....”, Dercon zoekt een tel naar de juiste formulering en raast dan verder, “.... laat ik het zo zeggen. Een goed kunstwerk toont altijd dat wat we zijn en hadden willen zijn. De cinema heeft een aantal trucs en technieken waardoor ze dat beter tot uitdrukking brengt dan de andere kunsten. Het vreemde is nu dat er in de geschiedenis van de cinema telkens iets terugkomt.”

Dercon begint te fluisteren, geeft zijn stem een gedragen klank, neigt iets naar me toe en wekt zo de indruk dat hij mij een groot mysterie gaat onthullen. “Het idee van de reis! Als je goed kijkt, begint de cinema bij de Lumières met filmpjes over het aankomen en het vertrekken. Voilà: 'Le voyage aux temps perdues'. Het opmerkelijke is nu dat de ook cinema van vandaag stampvol reisverhalen zit .Van 'Taste of the Cherry' van Abbas Kiarostami uit Iran tot 'The long journey' van de Vietnamees Le Hoang: het zijn allemaal reizen die we mee mogen maken.”

“De reis is voor mij de metafoor van dat iets wat je bent en wat je had kunnen zijn waar ik het net over had. De cinema heeft door zijn eigen aard de mogelijkheid de culturele ruimte die we al gemaakt hadden, veel breder te maken. Als we het over 'crossovers' hebben spreken we dus over beeldende kunstenaars die die kracht van de cinema onderkennen. Chris Marker bijvoorbeeld was van origine schrijver. Nu is hij op festival met 'Level 5', waarin hij het schrijven verrijkt met modernste visuele technieken.”

“De beeldend kunstenaars zijn generalisten geworden. Ze uiten zich alleen nog in veralgemeniseerde termen en hebben de specifiteit van het beeld verloren. Ze hoeven - zie de conceptuele kunst - alleen nog meer een statement af te leggen. Voor de cinema is deze benadering niet specifiek, niet concreet genoeg. Je zou het kunnen vergelijken met de carthografie van vroeger. De cinema is ook een specialisme, een ambacht. Om een optische ilussie te creeëren met je altijd iets met de techniek doen.”

Als om zich ervan te overtuigen dat ik hem begrijp, vat Dercon zijn betoog tot nu toe even samen. “We hebben dus de cinema als die enorme culturele ruimte waarin alles zich met alles verbindt, de cinema als metafoor voor het door iedereen als begeerlijk ervaren reizen én de cinema als ambachtelijk specialisme.”

“Daar komt nog iets bij”, gaat Dercon verder, “en wel de instabilteit van het filmbeeld. Die beelden bewegen. Het monoculaire perspectief van het schilderij zijn we kwijt geraakt. Die ene gerichte blik is problematisch geworden. Het is opvallend hoeveel films er over schilderijen gemaakt worden en hoeveel er in die films over die schilderijen en het beeld in het algemeen geluld wordt. Aleksander Sokoerov bijvoorbeeld kan niet ophouden met lullen over de schilderijen van de Franse schilder Hubert Robert. Ook Godard en Rivette zijn in hun werk op de schilderskunst ingegaan. Het is alsof zij de cinema willen terugvinden via het praten over het schilderij.”

Zoals het een goed museumdirecteur betaamt heeft Dercon, in samenwerking met festivaldirecteur Simon Field, zijn visie geconcretiseerd in enkele exposities. Na een lange wandeling door de bovenzalen van het Boijmans kan je gaan kijken naar, of beter gezegd plaatsnemen in 'Dead pan' van de Brit Steve McQueen. Op een wand van een duistere ruimte valt daar een gevel van een huis op, zo lijkt het althans, een man. Gelukkig staat die man precies op de plek waar de voor een raam uitgespaarde ruimte neerploft. In tegenstelling tot Buster Keaton, die dit tafereel in een van zijn films liet zien, filmde McQueen deze bijna-ramp uit ontelbaar vele camera-standpunten.

Tot eenzelfde problematisering van de blik komt Lidwien van de Ven in haar installatie 'Untiteld (the Belgium affair)' in een aangrenzende zaal. Vijf luid ratelende 16mm-projectoren toveren op een lange en korte muur vijf filmbeelden te voorschijn. Op vier daarvan zie je sjofele huizen, nu eens van dichtbij gefilmd, dan weer van veraf.

Die simpele uitsnedes uit de werkelijkheid krijgen een bijzondere betekenis wanneer je weet dat dit de plekken zijn waar Marc Dutroux zijn misdaden beging. Van de Ven accentueert de meerduidigheid en ondoorgrondelijkheid van het beeld met haar vijfde filmpje. Daarop zien we in close-up een vrouw een contactlens in haar oog doen.

Ik ervoer deze installaties als een wel erg elementaire problematisering van de blik en het kijken, maar Dercon kijkt er heel anders tegenaan. “Het beweeglijke van het beeld is erg belangrijk. Wat is er nu mooier dan op zondagnamiddag hier naar boven te gaan. Je loopt door al die kabinetten met schilderijen van ondermeer de Haagse school en plots kom je in die 'chambre noir' van McQueen. Je staat opeens in die doos; je ziet er iets; je hoort er de projectoren van Van De Ven ratelen. Dan ga je naar haar ruimte waar het omgekeerde gebeurt. Daar worden de beelden tegen de muur geprojecteerd. Ik zie de kabinetten en de twee installaties als één ruimte. Zo heb ik het ook opgesteld.”

Niet alleen in Boijmans, maar ook elders in Rotterdam rukt het filmfestival op naar de musea en galeries. In V2 bijvoorbeeld kunnen de festivalbezoekers gaan kijken naar het imponenerende technische hoogstandje 'Indigestion' van Elizabeth Diller en Ricardo Scofidio. Van boven af blik je op een eettafel waar twee personages elkaar ontmoeten. Je ziet alleen hun bewegende handen en hoort hun conversatie en eetgeluiden. Via een bedieningspaneel kan de kijker een personage vervangen door een ander. Men kan daarbij kiezen voor een man of vrouw uit verschillende sociale klassen. Wanneer het nieuwe personage plaatsneemt, zie je tot je verbazing dat de handen (goed verzorgd, of juist niet), en het eten ('nouvelle cuisine', of een biefstuk met frites, etc.) zich aan de nieuwkomer aanpassen. Dat gebeurt ook met het gesprek, de conversatie verandert inhoud en toon.

Van een geheel andere orde, ook in V2, is 'Be now here' van Michael Naimark. Voorzien van een stereobril neemt de bezoeker plaats op langzaam ronddraaiend plateau met in het middelpunt een bedieningspanel waarop de namen van vier steden staan. Wanneer je op één van die namen drukt verschijnt op een enorm doek een driedimensionaal bewegend panorama van, bijvoorbeeld, Dubrovnik. De indruk daar zelf rond te lopen wordt nog versterkt door het ook opklinkend echte stadsrumoer. Als je nog een keer op dezelfde knop drukt verspringt de tijd een paar uur voorwaars. Het plein dat zoëven nog beschenen werd door fel zonlicht is dan opeens gehuld in een warmgele avondgloed.

Dat Naimarks installatie het midden houdt tussen kunst en kermisvermaak en technisch verre van perfect is - het beeld is nogal onscherp - lijkt Dercon niet deren. Hoe vaker de film en de beeldende kunsten elkaar ontmoeten, hoe liever het hem het is. Of dat nu in de bioscoop, het museum, de kroeg, de disco of op de kermis gebeurt is hem om het even. Hij ervaart Rotterdam als één enorme culturele ruimte. “In twee, drie jaar heeft het festival zich ontwikkeld tot een internationaal toonaangevend platvorm voor deze nieuwe ontwikkelingen. We staan pas aan het begin en er is nog van alles mogelijk. Ik heb met een aantal regisseurs gepraat en ze uitgenodigd om volgend jaar iets in het Boijmans te gaan doen. Soekorov reageerde heel enthousiast, maar stelde wel de voorwaarde dat hij 's avonds en 's nachts door het museum mocht dwalen. Fantastisch! Nu al verandert hij het museum in een bioscoop en de kunstwerken in film.”

mailIcon print |