De losheid die zijn tegenhanger Pieter van den Hoogenband van nature heeft, zal hem wel altijd vreemd blijven. Een zekere rem op de dadendrang van Marcel Wouda is nog altijd gewenst.
Maar na een ongewoon lange en door tegenslagen uitputtende reis heeft hij het beslissende keerpunt in zijn carrière genomen. Het bracht hem als eerste Nederlandse man de status van wereldrecordhouder en tweevoudig Europees kampioen. Als resultaat van vooral liefde voor zwemmen in combinatie met een groot doorzettingsvermogen. “Ook al had ik dit niveau niet bereikt, dan zwom ik nu nog.”
Mogelijk heeft de WK-favoriet onbewust altijd de filosofie met zich meegedragen van Ad Roskam, een van de mensen die een belangrijk stempel heeft gedrukt op zijn zwemloopbaan. De topsportcoördinator van de zwembond noemt ook een mislukking een verrijking van een mensenleven. “Aan Ad heb ik altijd veel gehad”, zegt Wouda. “Die kent mij door en door, al sinds ik een kleine jongen was. Hij zei laatst nog: 'Ik kan me je nog herinneren als dat drukke ettertje'. Ik zit inderdaad vol energie. Die komt in het zwembad tot ontlading, daarbuiten ben ik erg op mezelf. Ik ben altijd blij als ik een uurtje vrij heb. Dan hoef ik niet zo nodig iemand te bellen of te bezoeken. Dan lig ik liever op de bank en lees een boek.”
“Roskam was een van de betere trainers in Nederland, in '93 heb ik nog eens drie maanden bij hem getraind. Inderdaad, en in zijn huis gewoond. Ik kwam uit Amerika en had geen goede plaats om heen te gaan.” Het was in de tijd dat Roskam Wouda 'blind fanatiek' noemde en hijzelf als vrijwilliger de basis legde voor de huidige revival van het Nederlandse zwemmen. Een tijd ook waarin Wouda een van zijn oplevingen doormaakte die vervolgens weer uitmondde in het afglijden in een dal. Wouda wordt reeds lang afgespiegeld als een talent met ongekende mogelijkheden, maar aan het aantal barrières dat hij moest nemen leek geen einde te komen. Tot vorig jaar rond deze tijd het afbreken van zijn carrière de meest voor de hand liggende optie leek.
“Ik zat in de laatste maand van mijn uitkering, ik had geen financiële middelen meer. De keuze voor zwemmen kon ik niet meer maken, domweg omdat ik moest leven. Toen kwam er ineens iemand van de stichting (Topzwemmen Zuid Nederland, red) met een baan die ik met zwemmen kan combineren. Dat is mijn redding geweest. Op 14 januari ben ik er begonnen, twee weken later zwom ik mijn wereldrecord en toen is het balletje gaan rollen. Sponsors toonden interesse en voor het eerst hoef ik me financieel geen zorgen te maken. Ik heb het niet breed, maar dat hoeft ook niet. Ik kan met veel plezier tot de Spelen van Sydney blijven sporten.”
Het waren niet alleen economische tegenslagen die de wisselslagzwemmer soms uit het lood sloegen. Al lang droomde hij van een wereldrecord, maar hoeveel werd er niet gevraagd van zijn mentale veerkracht bij fiasco's als de Spelen in Barcelona en de WK van '94? Bij het EK in 1995 sloeg plots het hoofd van de reus omlaag en schokten zijn schouders bij het verlaten van het complex in Wenen. Een jaar later in Atlanta aanschouwde hij zelf hoe treurig het met hem was gesteld.
“Het waren momenten waarop de gedachte aan stoppen sterk was. Voor Wenen had ik een lijdensweg achter de rug met mijn knie, waarna ik hoorde dat ik wéér moest worden geopereerd. Met nog maar tien maanden tot de Spelen ik zag het niet meer zitten. In Atlanta tikte ik na de 200 wissel als vierde aan. Ik zie het nog voor me op de video, hoe ik na die race naar het uitzwembad liep. Zo in de put, zo ontzettend er doorheen. Op dat moment besef je dat het je laatste Olympische Spelen kunnen zijn. Je bent 24 jaar en dit had het moeten worden. Wat is er dan nog? Ik kon het niet meer verborgen houden. Ik had niet gehaald wat ik wilde, het was voor mij even allemaal echt voorbij.”
“Na een korte vakantie ben ik snel weer begonnen met een instelling van ik zie wel. Heerlijk de wereld over reizen, zoveel mogelijk wedstrijden zwemmen, en lekker van mijn sport genieten. Dat had ik nog nooit zo gedaan. Ik voelde me steeds lekkerder in mijn vel zitten, van wedstrijd naar wedstrijd ging ik sneller zwemmen. Het ene begon te lopen en dat zette iets anders in gang. Zo kwam het hele gevaarte in beweging, alle problemen losten zich vanzelf op.”
“Aan een wereldrecord had ik absoluut eerder gedacht. Daarvoor ben ik in september '92 naar Amerika vertrokken. Ik groeide er per wedstrijd, dat was een heerlijk proces om te doorlopen. In maart zwom ik alles en iedereen weg, maar een jaar later zag ik diezelfde jongens mij net zo hard weer passeren. Nee, ik heb nooit jaloers naar anderen gekeken. Al was het wel eens moeilijk als ik zag hoe makkelijk het Pieter (Van den Hoogenband, red) afging. Voor hem is alles vanzelf gegaan, ik heb overal voor moeten vechten. We hebben volstrekt verschillende achtergronden. Ik ben het voorbeeld dat je niet altijd alles mee hoeft te hebben om de top te bereiken. Maar ook als je dat wel hebt, wil het niet zeggen dat je daar uitkomt. Dat heeft Pieter tijdens de EK in Sevilla gemerkt.”
In zekere zin ziet Wouda zichzelf als een buitenbeentje. Nooit heeft hij de dip gehad, waarin het merendeel der sporters pleegt verzeild te raken als een belangrijke episode is afgesloten. Waar anderen na Olympische Spelen moeizaam op gang komen, is Wouda gretiger dan nooit tevoren. “Ik ben misschien niet zoals andere sporters. Na Barcelona heb ik ook geen last gehad van verminderde motivatie. En ook niet in het jaar na de Europese jeugdkampioenschappen, dat voor zwemmers moeilijk is.”
Averechts werkte de overdosis energie na een tegenslag wel. “Dan ging ik nog harder trainen en werkte ik mezelf tegen. Het antwoord op sneller zwemmen is niet domweg harder trainen. Als je een bepaald niveau hebt bereikt kan je niet steeds meer doen. Alles moet in balans zijn: rust, trainen van conditie, techniek en kracht. In '93 ben ik dwangmatig bezig geweest. Ik was heel streng voor mezelf, leefde volgens het faxblaadje van mijn trainer. Ik vond arbeid het belangrijkste. Ik ben echt niet te beroerd om hard te trainen, integendeel ik vind het heerlijk, daar kijk ik echt naar uit. Maar ik vind het moeilijk om 'nee' te zeggen. Soms moet ik worden afgeremd, anders loop ik mezelf voorbij. Je zou zeggen: met al die ervaring moet je het onderhand wel weten. Maar ik moet mezelf nog altijd goed in de gaten houden, geen gekke dingen doen.”
Daarom heeft Wouda het liefst een situatie als het afgelopen jaar, waarin hij zelden thuis was. “Als ik terugkom, ligt er een enorme berg zaken om af te handelen. Ik word nu ook veel gevraagd. Ik heb geleerd dat je heel selectief moet zijn. Eigenlijk ben ik altijd blij als ik weer naar het buitenland ga, dan kom ik een beetje bij van al die dingen.”
De voordelen van de bijzondere status zijn Wouda ook gebleken. Een radioprogramma huurde een studio in Eindhoven af omdat de zwemmer niet naar Hilversum kon komen. Het ticket bussiness-class voor de reis naar Australië dat zwembond en NOC-NSF hem niet wilden geven, kon hij bij de Avro afdwingen, waarhij moest opdraven voor zijn verkiezing tot sportman van het jaar. Wouda vertrok met twee dagen vertraging om slechts enkele uren na de zwemploeg te arriveren.
Ook zijn rol tijdens de WK zelf is anders. Na Sevilla gaf hij voor het eerst zonder omwegen aan dat hij de te kloppen man in Perth is. Een mening die zelfs de Australische media is toegedaan, ondanks hun troef Matthew Dunn. “Ik weet niet of de favorietenrol mij anders maakt. Ik heb daar wel over nagedacht, maar waarover moet ik me druk maken? Ik heb er alles aan gedaan. Als het niet goed komt, heb ik iets fout gedaan. Maar ik heb er alle vertrouwen in. Ik respecteer mijn tegenstanders. Maar ik sta bovenaan de ranglijst, zij moeten eerst die achterstand goedmaken, dan pas kunnen ze me voorbij. Er is niets in mij dat zegt: daar moet je bang voor zijn.”
Wat dat betreft prijst Wouda zich gelukkig man te zijn. Het toernooi in Perth wordt - net zoals de editie van 1991 - overschaduwd door dopingbeschuldigingen aan het adres van de Chinese vrouwen. “Bij de mannen wordt de link met doping veel minder gelegd. Wat moet je denken van de ontwikkelingen in China? Die zijn natuurlijk verdacht, het heeft veel weg van het oude DDR-systeem. Mijn vriendin was in Atlanta tweede op de 200 wisselslag. Die zag zich tijdens de afgelopen Chinese kampioenschappen zomaar even op de wereldranglijst gepasseerd door vier onbekende meisjes. Zij vraagt zich echt af waarvoor ze het allemaal nog doet. Die gedachte leeft is er bij de mannen niet. Wij leven niet met de angst van een Chinese overvleugeling.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.