GRONINGEN - Was Nederland vele jaren haast een voorbeeld voor de manier hoe gehandicapten en chronisch zieken bejegend behoorden te worden, nu smeult er opstand onder degenen die door ziekte of gebrek niet in staat zijn volledig voor zichzelf te zorgen.
Nadat drie weken geleden de Groninger Lex Coblijn met een hongerstaking begon, heeft hij vorig weekeinde gezelschap gekregen. Zijn wijkgenote (Lewenborg) Hermien is een Surinaamse met een chronische tropische ziekte. Ze zegt dat ze niet kan rondkomen van de krap 1 100 gulden die zij per maand ontvangt. Haar ziekte maakt het soms nodig met spoed naar het ziekenhuis te gaan. Anders dreigt levensgevaar. Nu die verstrekking is weggevallen, heeft ze besloten dit laatste protestmiddel in de strijd te werpen. “Die vrouw is er financieel nog heel wat erger aan toe dan ik,” zegt Lex Coblijn. Hij knijpt zijn ogen dicht en laat een hartgrondig 'brrr' horen.
Inmiddels heeft ook de Provinciale gehandicaptenraad Groningen zich achter Coblijn gesteld. Coblijn zelf neemt die 'doodgesubsidieerde' instellingen met een korreltje zout. “Ze zijn ervoor om ons van de straat te houden.”
Het huis van Coblijn hoort bij een man alleen, met wild groeiende planten in vensterbank en tuin. In een hoek een tafel met een bedaagde computer. Het ruikt er naar hond. Dat komt door de twee keffers die hem gezelschap houden. “Die ene heb ik geërfd van mijn moeder, toen zij overleed. Moet ik dat beest dan laten vergassen?”
Naast zijn stoel ligt een - zo te zien - veel gebruikt boek, de 'I Tsjing' een bekend oosters boek met wijsheid. “Ik heb me altijd voor filosofie geïnteresseerd. Het aardige is dat je via dat boek de dingen ook eens van de andere kant kan bekijken. Het geeft diepte aan een probleem.”
Drie weken geleden begon Lex Coblijn aan z'n hongerstaking. Hij gebruikt alleen een beker melk, vitamine, thee en zout water. Hij protesteert tegen de willekeurige uitwerking die de Wet voorzieningen gehandicapten voor hemzelf en voor de hele bevolkingsgroep heeft. “Door die wet is het gehandicapt zijn voor mij voor het eerst een echt probleem geworden.”
Elke gemeente is sinds begin 1994 onafhankelijk in het voorzieningenbeleid en dat heeft ertoe geleid dat gehandicapten en chronisch zieken in de ene gemeente heel anders af zijn dan in een andere. Groningen is een van de gemeenten waar het beleid het hardvochtigst is, blijkt uit een studie van de Socialistische Partij.
Coblijn heeft zich groen en geel geërgerd hoe de gemeente in januari voor de minder belangrijke voorzieningen en vervolgens in april voor de essentiële voorzieningen heeft gehandeld. “Het bureau werd gevestigd in een peperduur nieuw gebouw dat al een hele tijd leeg stond in de Kreupelstraat - Godbetert. Als ze die kosten voor de invaliden en chronisch zieken hadden gebruikt, waren we al uit de brand. Het gebouw is bijna onbereikbaar voor invaliden. Er is maar één invalidenparkeerplaats in die straat. Maar je moet wel 160 meter lopen, als je via de zebra wil. Dat noemen ze een positief invalidenbeleid. Bij het gebouw van de Algemene Nederlandse Invalidenbond, een straat verder, ìs zelfs geen invalidenparkeerplaats. Al een paar keer is een rolstoelgebruiker van de hoge stoep geduikeld. Ze hebben er nu kettingen gespannen. Toen ik eind december, twee dagen voor het ingaaan van de nieuwe regeling, op het wijkkantoor van de sociale dienst kwam, wist men niet hoe de aanvraag moest worden ingediend en lieten ze mij een blanco formulier met alleen een briefhoofd ondertekenen. Ik had in maart al voorspeld dat de gehandicapten en chronisch zieken in Nederland huisarrest zouden krijgen. Het bleek helaas waar, want ik kreeg allemaal afwijzingen.”
Hij laat de beschikkingen van de gemeente zien. Er wordt geen argument genoemd, waarom hij bepaalde extra kosten uit zijn gewone uitkering moet betalen. Hij toont een op de cent nauwkeurige berekening. Hij komt elke maand 220 gulden tekort. Als hij alle 'luxe' zou schrappen, blijft er een tekort van 11 gulden 13. De conclusie luidt:
“Dus als ik alleen voor boodschappen de deur uitkom, geen telefoongesprekken voer, geen verzekering neem, geen scholing, vorming of cursussen wil, het stel zonder contributies of abonnementen, nooit meer naar familie of kennissen ga, geen hobby's heb, nooit meer naar film, theater, voorstelling, wedstrijd, museum, bibliotheek of café ga, niet rook, geen geschenken geef, geen onvoorspelbare kosten heb en zonder één cent voor plezier uit te geven, niets anders doe dan vereenzamen, dan heb ik 11 gulden 13 per maand tekort.”
Het pijnlijkst is Coblijn getroffen doordat hem de bijna 200 gulden autokostenvergoeding per maand is afgenomen. “Dat bindt me aan huis. Ik kan niet eens meer mijn oude vader in Amsterdam bezoeken als hij jarig is.”
Lex Coblijn kreeg op zijn vijfde jaar polio en mist daardoor de macht over zijn linkerbeen. Hij stroopt zijn broek op. Er verschijnen een dun been en een beugel die van zijn bil tot in zijn schoen reikt. Ondanks deze handicap wist hij na de HBS HTS electronica te doen.
“Nadat ik polio kreeg, was ik drie jaar boos om dat verlamde been. Toen ik acht was moet ik hebben bedacht dat het geen zin had de rest van mijn leven boos in een hoekje te zitten kniezen. Hoewel ik er toen de woorden nog niet voor had, besloot ik van het leven te maken wat er van te maken was. Harder rennen dan andere jongens zou ik nooit kunnen. Beter dan zij kon ik niet worden, maar ik kon wel hun gelijke worden. Zo kreeg ik, wat ik noem 'de invalidenmentaliteit'. Ik kon goed leren, maar omdat elke stap pijn doet, ontwikkelde ik andere capaciteiten. Sommige dingen kan ik gewoon beter. Ik hoor beter op afstand en als ik ergens een bloem zie kan ik die als het ware met mijn ogen naar mij toe halen.”
Na zijn HTS werd Lex muzikant. Hij speelt gitaar, zingt en componeert. Hij zat in verscheidene bands in Groningen. Daarnaast bouwde hij een simpele geluidsstudio, “niet helemaal professioneel, maar goed genoeg voor een demo-tje. Zo hoefden de mensen van de Groninger Wave, onder anderen Jan Rot en Herman Brood, niet meer voor ieder wissewasje naar het Westen.
Later zette Coblijn een electrotechnisch ontwerpbureau op, eerst in een flat, later in een gebouw dat de gemeente beschikbaar stelde. Er vonden ook andere 'GAK-kers', WAO-ers en chronisch zieken werk. “Mensen met een fantastische inzet, juweeltjes van medewerkers waren het. In die periode van twaalf jaar was Coblijn gelukkig, ook al was hij toen al grotendeels arbeidsongeschikt. Het ging goed tot 1991. Hij was betrokken bij een Amerikaans onderzoek, reisde naar de VS en kwam terug met een toen nog onbekende leveraandoening: naar later bleek hepatitis-C. Zijn energie raakte op, de zaak ging naar de knoppen en de werknemers moesten in 1992 worden ontslagen.
Coblijn is niet een type dat van stilzitten houdt. Gelukkig had hij zijn auto nog en regelmatig ging er iets kapot aan zijn beugel. “De kwaliteit van het materiaal voor een fiets of een autoped wordt gecontroleerd, maar op onderdelen voor rolstoelen en orthopedische beugels wordt nauwelijks gelet”, zegt hij heftig. Hij laat een schroef zien van zijn beugel. “Gebroken op een gietgal”, luidt zijn diagnose. Ook andere delen van de beugel begaven het nu en dan en Coblijn had verschillende ideeën voor verbetering van het loopwerk van de beugel. “Zo was ik kind aan huis bij Evert Stel in Vries, de orthopedisch instrumentmaker. Hartstikke leuk. We werden vrienden en zo kon ik nog iets betekenen.” Coblijn reed naar Vries in de 13 jaar oude auto, die hij over had gehouden uit betere tijden en waarvoor hij de vergoeding kreeg. “Die auto was fijn, zo kon ik voor een vriend 's iets vervoeren, als het moest naar Nijmegen of naar mijn vader.”
“Maar sinds april krijg ik dat geld niet meer. Het lijkt een besparing. Maar toen ik mijn auto nog had, kostte de reis naar Vries mij hoogstens vijf gulden. Met openbaar vervoer kost het elf gulden. Met de deeltijdtaxi (speciaal voor gehandicapten) zou het 17 gulden kosten, maar dat is voor dit soort vervoer niet toegestaan. Ik moet per se per ziekentransportmaatschappij. Dat kost 150 gulden. Dat wordt betaald door de AWBZ.”
Omdat Coblijn niet kan tillen en omdat hij geen auto meer heeft, kunnen de boodschappen voor hem worden gedaan. Eens per week zou dan daarvoor een vrouw van de thuishulp komen. “Dat kost ook 3 000 gulden per jaar. Zo zit ik zonder auto en is de gemeenschap veel meer geld kwijt. De gemeente bespaart, maar via de AWBZ wordt er een veelvoud uitgegeven. Het verschijnsel is landelijk. En ik vraag mij aldoor af: waarom? Er valt niet over te praten.”
Coblijn is een vuurvreter, als gevolg van de hongerstaking soms wat heetgebakerd. Hij heeft voor de zekerheid zijn eisen op een blaadje geschreven. “Ik eis drastische humanisering van de Wet voorzieningen gehandicapten, ik wil dat de gemeenten hun voorzieningenbeleid gelijkschakelen.” Coblijn vindt de verantwoordelijke wethouder Morsink 'te zelfingenomen'. “Hij moet stoppen met te roepen dat Groningen het zo goed doet. Hij neemt mensen hun auto af en zegt dat de stad Groningen voor ieder goed beloopbaar is. Ik voel me daardoor vernederd. Nederland staat er nauwelijks bij stil dat er gehandicapten zijn. Er moet beter geluisterd worden naar onze ideeën.”
“Tot die eis is ingewilligd eet ik niet.” Coblijn hoopt dat zijn hongerstaking zin heeft. “Ik kan het lang volhouden. Ik ben weliswaar tien kilo afgevallen, maar ik gebruik er mijn verstand bij. Ik zorg heus dat ik niet een nog erger patiënt word. Maar het moet duidelijk worden dat er een veenbrand woedt onder de gehandicapten. Het kolkt onder de mensen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.