Welke consequenties heeft het beperkt toelaten van immigranten, en wat zijn de gevolgen van het opsporings- en vervolgingsbeleid? De theoretische literatuur daarover bevat resultaten van een verrassende schoonheid. Alleen betekent theoretische bekoring nog niet dat we de beleidsaanbevelingen ook maar meteen rechtvaardig moeten vinden.
Er is een oude leerstelling in de economie over de meest doelmatige manier voor het heffen van indirecte belastingen, zoals de BTW. Dat is de regel van Pigou, een vooroorlogse Britse econoom. De belasting moet variëren met de mate waarin kopers op een prijsstijging reageren. Hoog op goederen waar de vraag nauwelijks verandert als de prijs stijgt, laag op goederen waar de vraag snel terugloopt bij stijgende prijzen. Daarmee beperk je de schade van de belastingheffing. Mensen kopen spullen omdat hun waardering daarvoor hoger is dan de prijs die ze moeten betalen. Als ze hun aankopen scherp laten dalen bij een prijsstijging verdwijnt er veel van het waardeoverschot. Als ze helemaal niet reageren, raken ze niks daarvan kwijt, behalve natuurlijk de belasting zelf.
Je moet daarom een gegeven belastingbedrag zoveel mogelijk proberen binnen te halen op dingen die mensen toch wel blijven kopen. Let wel, het gaat nu om doelmatigheid. Als de prijsgevoeligheid van eerste levensbehoeften laag is, moet daar een hoge belasting op. Maar omdat we daarmee de armen relatief zwaarder treffen dan de rijken zullen we de belasting niet onbekommerd volgens de regel van Pigou inrichten.
Nu de illegalen. Om de toestroom van immigranten tegen te houden stellen we een opsporingsdienst in, en werkgevers die betrapt worden op tewerkstelling van illegalen krijgen een boete. Die boete zal in feite betaald worden door de illegalen zelf. Als werkgevers kunnen kiezen tussen legalen en illegalen zal het loon van de illegalen worden verlaagd met de verwachte boete. Als een werkgever denkt dat er een kans van 1 op 5 is dat hij betrapt wordt en vervolgens 15 000 gulden boete moet betalen, zal hij de illegaal 3 000 gulden per jaar minder betalen, om de kosten van de boetes op te vangen. De boete wordt gewoon doorgeschoven naar de illegaal en is daarmee hetzelfde als een belasting. Maar wel een speciale belasting. Als de markt goed werkt zullen de illegalen altijd belast worden met een lager loon en zullen werkgevers in de loterij spelen: worden ze wel of niet betrapt. De boete voor illegalen werkt dan als een toevaltaks: alleen de werkgever die toevallig betrapt wordt moet de belasting betalen. Aangezien we meestal denken dat het des ondernemers is om risico te dragen, is dat in ieder geval goed verdeeld.
Immigranten komen naar Nederland omdat dat in hun voordeel is. Nederland is beter af omdat er goedkope arbeidskrachten bijkomen: goedkope pizza's en afhaal-nassi, voordelige maatkleding. Sommige werknemers zijn echter in het nadeel: degenen die moeten concurreren met de immigranten. Dat vraagt dus om herverdeling: de immigranten moeten een belasting betalen om de benadeelde Nederlandse werknemers te compenseren. Maar omdat je illegalen nou eenmaal lastig een jaarlijkse belastingaanslag kunt sturen, maken we er een toevaltaks van. De belastingambtenaar wordt niet beperkt tot een speurder in het aangifteformulier, nee, hij moet zelf zijn eigen belastingplichtigen opsporen!
En hoe hoog moet volgens deze theorie de 'belasting' dan wel zijn? Die moet voldoen aan de regel van Pigou: omgekeerd evenredig aan de mate waarin illegale arbeid reageert op het loon. Als het aantal illegalen heel scherp op het loon reageert, moet de beboeting laag zijn, als ze nauwelijks reageren moet de boete hoog zijn. Het argument daarvoor is overigens niet beperking van het nadeel voor de illegalen, maar beperking van ons nadeel. Wij hebben economisch voordeel van de illegalen, en als hun reactie op de boete scherp is verliezen we dat voordeel. De belasting op illegale arbeid functioneert eigenlijk als een entreebelasting. We laten immigranten niet zo maar binnen, maar we heffen een soort sleutelgeld voor het recht om in Nederland te mogen wonen. Dat wordt dan bovendien ook nog vaak verhoogd met illegaal sleutelgeld: er worden forse bedragen betaald voor vervalste paspoorten en verblijfsvergunningen.
Cynisch, zo'n analyse, weerzinwekkend? Het is natuurlijk een kille benadering, zonder compassie voor de illegalen en ontnuchterend tegenover louter normatief-ethische beoordeling van wetten en regels. Zo'n nuchtere doorkijk lijkt me helemaal niet slecht. We kunnen immers de ogen niet sluiten voor de gevolgen van de regels en de boeten. En analyse van de boete als belasten met de dobbelsteen is zeker verhelderend. Maar we kunnen wel compassie inbrengen door bij het bepalen van de hoogte van de beboeting rekening te houden met de belangen van de vreemdelingen. Ik betwijfel echter of dat het karakter van de theorie wezenlijk zal veranderen: het wordt gewoon hun Pigou tegen de onze. En ik denk dat er maar weinig voorstanders zullen zijn van open grenzen en tarief nul.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.