Op de Podium-pagina van 3 februari stelt Boris Dittrich een oude vraag aan de orde: wie bewaakt de waakhond van de democratie? Ofwel wie houdt toezicht op de journalistiek? Hij bepleit het instellen van een gezaghebbend forum dat bepaalde maatschappelijke conflicten onder de loep neemt en kijkt welke rol de pers daarin speelde.
Natuurlijk heeft Dittrich gelijk dat politiek en journalistiek voortdurend elkaar gebruiken en soms misbruiken. Natuurlijk is de concurrentie om het laatste nieuwtje bij tijd en wijle zo hevig dat de zorgvuldigheid wel eens uit het oog verloren wordt en de waarheid het slachtoffer wordt. En natuurlijk is de rol van media in crisis niet altijd even duidelijk: geven ze weer wat gebeurt, creëren ze zelf nieuwsfeiten en beïnvloeden ze zo direct het verloop van de crisis, beïnvloeden ze wellicht alleen al door hun massale aanwezigheid de loop der gebeurtenissen?
En toch schiet Dittrichs pleidooi mij in het verkeerde keelgat: de concrete aanleiding deugt niet. Voor hem ligt die vooral in de ruzie tussen Sorgdrager en het college van pg's. Wat hij hierover schrijft verdient een ruim citaat: “Terwijl vier procureurs-generaal op Justitie met de minister aan het bakkeleien waren over de rechtspositie van een van hen, werd de pers getipt. De tipgever moet gedacht hebben voordeel te halen uit grootschalige media-aandacht. In een mum van tijd stonden tientallen journalisten op de stoep van het ministerie en brachten zij verslag uit over wat zich binnen afspeelde. Maar door een bericht reportage te noemen wordt het nog niet beter. Er werd het beeld van een crisis geschapen terwijl geen journalist goed inzicht in de besprekingen binnen de muren van het ministerie aan de Schedeldoekshaven kon hebben. De rechtsstaat leek op zijn grondvesten te schudden. De pers werd door de wijze van berichtgeving en de intensiteit daarvan een speler in het conflict tussen procureurs-generaal en minister van justitie.”
Dittrich serveert hier een brei van een weergave van de gang van zaken en impliciete verwijten richting pers, waar geen waakhond brood van lust. Natuurlijk wisten journalisten op dat moment niet precies wat zich afspeelde tussen minister en college van pg's. Eén ding was op dat moment volstrekt helder: minister en college hadden een zo ernstig conflict, dat een der pg's met een kort geding dreigde. Vaststaat verder dat de media daarover getipt zijn, wat hen moeilijk kwalijk genomen kan worden. Er zijn twee scenario's mogelijk: of de pg's zelf hebben de waakhond gewekt met persberichten nog voor het rapport-Dolman openbaar gemaakt was, of Sorgdragers directeur Voorlichting heeft het beeld van 'muitende pg's' gevestigd. In beide gevallen valt de media niet te verwijten dat ze en masse de stoep van Justitie bezetten. Er zou pas reden voor verontrusting geweest zijn als de pers, Boris Dittrichs waakhond, de stoep onbezet gelaten had. De crisis leverde wel meteen veelzeggende beelden op van super-pg Docters van Leeuwen die omstuwd door camera's en microfoons van een kladblaadje een korte verklaring voorlas: “Het gezag van de minister staat voor ons voorop. Dat spreekt vanzelf.” Zelden waren tekst en context zo met elkaar in tegenspraak. Dat media vervolgens gewag maakten van een gezagscrisis is - gelet op die voorgelezen verklaring - niet meer dan logisch.
Publiciteit - niet elk medium afzonderlijk maar de optelsom van alle beelden, gesproken en geschreven woorden inclusief de herhalingen zonder tal - heeft soms een geweldige impact voor personen, er zit soms onmiskenbaar een element in van 'trial by media': 's ochtends worden beschuldigingen geuit die uur na uur herhaald worden en 's avonds is het vonnis reeds uitgesproken. En dan maar hopen dat de beschuldigingen achteraf staande gehouden kunnen worden. Een kritische, permanente discussie over dit soort mechanismen voeren dagbladen, radio en in mindere mate televisie even regelmatig als heftig. Sterker: ook de beschouwingen en analyses waar Dittrich zo'n behoefte aan heeft zijn voorhanden. Een voorbeeld: over de verkiezingen van 1994 zijn vier Nederlandstalige boeken verschenen met analyses van journalisten, politici, campagnevoerders en wetenschappers.
Dat forum van Dittrich is totaal overbodig, de bepleite discussie wordt al lang gevoerd, wie zich onheus behandeld voelt door media kan sinds jaar en dag terecht bij de Raad voor Journalistiek, de rechter en soms bij een ombudsman. Die gezaghebbend (oud-)journalist, wijze (oud-) politicus en vermaarde jurist lijken mij een uitstekend dagelijks bestuur voor de bewonersraad van een Willem Dreeshuis. En voor Boris Dittrich schaffen we een waakhond aan. Zo een die erg hard blaft als hij weer eens een ondoordacht en overbodig voorstel lanceert.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.