ROME - Alessandra Sgarella klopte in de nacht van vrijdag op zaterdag aan bij een huis in Siderno, in het zuiden van het onherbergzame Calabrië. Ze vroeg naar een telefooncel in de nabije omgeving. “Ik ben het slachtoffer van een ontvoering”, vertelde ze de bewoner van het huis, die haar op dat moment herkende.
De 40-jarige Sgarella, eigenaar van een Milanees internationaal transportbedrijf was op 11 december 1997 ontvoerd voor haar huis in Milaan en had zeven maanden in gevangenschap doorgebracht. De eerste weken na de ontvoering hadden de onderzoeksautoriteiten geen enkel aanknooppunt kunnen ontdekken.
De gijzeling werd bestempeld tot een uitzonderlijke zaak, totdat een spijtoptant van Cosa Nostra, de Siciliaanse mafia, voor een opening zorgde.
In de gevangenis vertrouwde hij de onderzoeksrechter toe iets te weten over de ontvoering. Bij bijeenkomsten in Milaan in de lente van 1997 tussen Siciliaanse mafiosi en leden van de 'ndrangheta, de Calabrese mafia, was gesproken over drugshandel.
Ook de aanstaande ontvoering van een vrouw was onderwerp van gesprek. De spijtoptant tekende kaarten die sprekend overeenkwamen met de ingang van het huis van Sgarella. De onderzoeksrechters raakte zo op het spoor van de Calabrese 'ndrangheta.
Niet alleen de Calabrese criminelen houden zich bezig met ontvoeringen, ook op Sardinië en in Toscane bestaan onherbergzame gebieden die ideaal zijn voor het verstoppen van een gijzelaar. En ook daar specialiseerden families zich in deze tak van de misdaad.
In Sardinië gaat het om de streek Barbagia, in Calabrië is het de regio ten westen van Locri. Hier kwam Alessandra Sgarella vrij. Hier ligt ook Plati, een plaatsje dat een eeuw geleden tienduizend inwoners telde, nu zijn dat er nog drieduizend.
“In dit dorp”, vertelt een politie-expert, “trouwen al veertig jaar nichten en neven in de eerste graad met elkaar. Het maakt deel uit van de regels van de clan, het moet als bescherming dienen tegen spijtoptanten en onderlinge twisten. Bovendien blijven de opbrengsten van de misdaad zo binnen de familie.”
Al vijftig jaar duikt de naam van het dorp op in de misdaadkronieken. Tachtig procent van de mannelijke bevolking heeft een strafblad voor vrijwel alleen zware misdrijven. Zo'n zeventig ontvoeringen worden toegeschreven aan de inwoners van Plati.
In het kantoor van de carabinieri komen regelmatig justitiële aanvragen binnen voor informatie over inwoners van Plati. Deze verzoeken komen ook uit Australië, gezien de betrokkenheid van de plaatselijke clans, of 'ndrine' zoals deze genoemd worden, bij drugssmokkel met Australië.
Sinds 1970 zijn in Italië 570 personen ontvoerd. Tachtig werden niet, dan wel dood teruggevonden. Van deze ontvoeringen worden er 207 toegeschreven aan de Calabrese misdaadorganisatie die in totaal een slordige 200 miljard lire, grofweg 200 miljoen gulden, aan losgeld inde.
De langste ontvoering duurde 27 maanden en vond plaats van 25 januari 1988 tot 5 mei 1990. Het motief voor de ontvoeringen is enkel en alleen geld.
Voor Alessandra Sgarella werd in eerste instantie 50 miljard lire aan losgeld gevraagd. De autoriteiten en de echtgenoot van Sgarella ontkennen dat enig losgeld is betaald, maar hardnekkige geruchten willendat tegen de 5 miljoen gulden aan betaling heeft plaatsgevonden via buitenlandse rekeningen.
Alessandra Sgarella is de laatste in een reeks van drie ontvoeringen. Silvia Melis (29) kwam op 11 november 1997 vrij na een ontvoering van bijna negen maanden op Sardinië. De tekstielindustrieel Giuseppe Soffiantini (62) kwam na acht maanden gevangenschap in Toscane vrij op 9 februari 1998.
Dit betekent dat er er op dit moment in Italië niemand ontvoerd is. Een uitzonderlijke situatie.
Vandaar dat de politici nu eensgezind het moment rijp vinden om de wetgeving over de ontvoeringen te veranderen en vooral het betalen van losgeld te regelen.
In het verleden hebben de politici elkaar over deze zaak nogal eens uitgescholden voor rotte vis.
De wet bepaalt nu nog dat het betalen van losgeld verboden is. Direct na een gijzeling worden dan ook de financiële tegoeden van de familieleden van een ontvoerde geblokkeerd.
Enkel met toestemming van de rechter mag in bepaalde gevallen worden overgegaan tot 'geautoriseerde' betaling. In de praktijk blijkt dat meestal toch op de een of andere manier aan de betalingen van het losgeld wordt voldaan.
Zo kwam in de afgelopen maand aan het licht dat rechter Luigi Lombardini in de zuidelijk gelegen havenstad Cagliari op Sardinië er zijn eigen methoden op nahield om slachtoffers van ontvoeringen vrij te krijgen. De rechter kreeg half augustus bezoek van een zware delegatie rechters uit Palermo die hem een verhoor afnamen. De volgende avond schoot rechter Lombardini zich een kogel door het hoofd. Daarmee was de polemiek over de ontvoeringen weer op een hoogtepunt aangeland. Lombardini had jarenlang een haarfijn parallel netwerk van contacten op Sardinië in stand gehouden, buiten de overheid om. Hij wist via-via altijd wel mensen te bereiken die weer in contact konden komen met de ontvoerders.
Het netwerk beschikte ook over kapitaal om losgelden te betalen. Van wat tot nu toe naar buiten is gekomen over de praktijken van rechter Lombardini, is duidelijk dat de grens tussen 'schaapherder-ontvoerder-rechter' niet te vinden is.
Onduidelijk is wat er gebeurde met losgeld dat via Lombardini naar de ontvoerders moest. Hield hij misschien ook een deel zelf? Is Lombardini daardoor deel van de bendes die de ontvoeringen uitvoerden?
De vrijlating van Alessandra Sgarella heeft weinig licht op de zaak geworpen. Wel is inmiddels uitgelekt dat de overheid het op een akkoordje met de clans heeft willen gooien door gevangen clanleden strafvermindering te beloven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.