TIRANA - Het gesprek van de dag in Albanië was gisteren de Telebingo. Via loten van drie kwartjes was ditmaal een jackpot van 7,5 miljoen lek te verdienen, 130 000 gulden. Er onstond een run op de vele kiosken en de Albaniërs kochten stapels loten.
Gesprekken in Albanië gaan bijna altijd over geld en dan is er maar een soort dat telt: dollars. Albanezen verwarren de omschakeling naar een markteconomie, waar het land nog maar vijf jaar geleden aan is begonnen, vrijwel allemaal met snel rijk worden. Daarom barst het land van de kiosken, waar de ene helft van het volk probeert de andere helft hamburgers, kebab, sigaretten of pornografie te verkopen. De concurrentie is zo moordend dat de meeste jonge ondernemers hun investeringen nauwelijks terugverdienen.
Als de worsteling met de markteconomie niet zo triest was en niet zovelen van de ene ellende in de andere zouden vervallen, zou de naïviteit van de Albaniërs vermakelijk kunnen zijn. Want de populariteit van geldwoekeraars, die renten van 30 tot 100 procent uitbetalen, kan slechts uit collectieve onwetendheid verklaard worden. Tienduizenden hebben hun spaarcenten weggebracht in de veronderstelling de inleg spoedig te kunnen verdubbelen. De duistere spaarprogramma's gingen uiteraard snel failliet, met als gevolg dat de investeerders alles kwijt zijn.
Vorige week stortte het populairste spaarprogramma in Albanië ineen. Het werd gedreven door Sudja Kademi, een vrouw die vroeger in een schoenenwinkel werkte. Haar fonds keerde vijftig procent rente uit. Het ging fout toen de Nationale bank bepaalde dat banken per klant niet meer dan 300 000 dollar mochten uitkeren. Daardoor konden mensen als Kademi niet meer bij het geld dat zij hun spaarders moesten uitbetalen - of kregen zij een goed excuus om met betalen te stoppen.
De gedupeerden trokken de straat op, aanvankelijk nog naar de gesloten kantoren van de spaarinstellingen. Toen het gerucht de ronde deed dat hun spaargeld in de schatkist terecht was gekomen keerde de woeste menigte zich tegen de regering van president Sali Berisha en premier Alexander Meksi. Het besef dat louche investeerders er met de poet vandoor waren en de regering de fondsen niet had geconfisceerd, bracht geen inkeer. Een ander verwijt lag voor het grijpen: “Berisha had ons moeten waarschuwen. Hij en zijn regering hebben niets gedaan om ons burgers te beschermen.”
Knoet
Albaniërs hebben bijna 50 jaar geleefd onder de knoet van dictator Enver Hoxha, die het land vrijwel hermetisch afsloot van invloeden van buiten. In dat isolement zijn land en bevolking onwaarschijnlijk achterlijk gebleven. Het buitenland was slechts synoniem voor enge ziekten.
Pas na de dood van Hoxha in 1985 zijn voorzichtig de grenzen opengegaan. De eerste stappen naar een vrije markt werden echter pas gezet toen de huidige president Berisha in 1992 een klinkende verkiezingsoverwinning boekte en de communisten uit de macht verdreef. Berisha hield niet van halve maatregelen en propageerde de schoktherapie om de muffig ruikende oude-structuren te vernieuwen. Chaos in de markthervormingen zijn het gevolg geweest.
Berisha, is zeer op het westen gericht. Hij zou Albanië het liefst de 51e staat van de VS maken, grappen veel Albaniërs, die zelf echter ook alleen maar vol bewondering naar Amerika kijken. De centrum-rechtse president haalt in het buitenland ook zijn beste rapportcijfers. Instituten als het Internationaal monetair fonds en de Europse Unie, die met hulpprogramma's bijspringen, zijn zeer te spreken over zijn beleid. De inflatie is vrijwel beteugeld, de groeicijfers liggen rond de tien procent, de hoogste in de regio. Daarbij moet gezegd dat Albanië zich uit een diep moeras worstelt, en een beetje groei al gauw veel lijkt.
Er is te weinig kapitaal om de vele delfstoffen waarover het land beschikt, te winnen en te exporteren. Investeringen om enige industrie op poten te zetten, ontbreken. Slechts de pas kort geprivatiseerde landbouw draait redelijk. De enige sector die floreert is de dienstensector, met name dan de straathandel, maar daar kan een land niet van leven.
In het binnenland is het oordeel over Berisha heel wat negatiever. Zijn charisma als communistendoder is hij kwijt. Zijn populariteit is gedaald, nadat de president in het voorjaar van 1996 via verkiezingsfraude een geslaagde poging deed om de oppositie van de macht af te houden. Berisha is autoritaire trekjes gaan vertonen, omdat hij overtuigd is van zijn gelijk, maar ook omdat hij de oppositie van voornamelijk oud-communisten als een directe bedreiging ziet voor de ontwikkeling van Albanië. Vele westerse regeringen en investeerders geven hem daarin gelijk. De oud-communisten, ook hier omgedoopt tot sociaal-democraten, hebben nog steeds grote moeite archaïsch klinkende communistische stokpaardjes uit hun programma te schrappen.
Teleurstelling
Maar de teleurstelling in Albanië over het tempo van de vooruitgang - de meesten dachten in vijf jaar rijk te zijn - is zo groot, dat elke oppositie de wind in de zeilen krijgt. Zelfs als die oppositie bestaat uit oud-communisten en de herinnering aan het schrikbewind van Hoxha nog vers in het geheugen ligt.
Toch valt ernstig te betwijfelen of in de hoofdstad Tirana de mensen dag aan dag de straat zullen opgaan om Berisha uit de macht te zetten, ten faveure van de oud-communisten. Of zoals een demonstrant het tegen persbureau Reuter zei: “Er is geen noodzaak voor ons om deze belangrijke kwestie te politiseren. We protesteren alleen om ons geld terug te krijgen.”
Leuzen als: 'Weg met dictator Berisha' spruiten dan ook voort uit de koker van de oud-communisten en niet uit de onvrede van het volk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.