*

 
dossier

Archief

Lantaarnpalen Westerbork branden op zonnepanelen door Jan Sloothaak

Door: redactie − 20/02/97, 00:00

HOOGEVEEN, WESTERBORK - Op de weg tussen Westerbork en Zwiggelte schijnt ook 's nachts de zon. Een paal met vier zonnepanelen vangt overdag het zonlicht op en 'bewaart' dat in accu's. Als de duisternis invalt gaat de stroom andersom. De accu's leveren dan het zonlicht terug aan twee lampen aan weerszijden van het bruggetje over de Westerborkerstroom. De accu's kunnen ongeveer drie weken zonder zon.

De straatlantaarns konden er komen omdat milieubewuste burgers vrijwillig een extra hoog tarief willen betalen voor 'groene stroom'. Een tastbaar bewijs van hun bijdrage. Vaak zijn de resultaten minder goed zichtbaar. “Het meeste geld gaat op aan onderzoek”, zegt Rian Hof van Edon, het elektriciteitsbedrijf voor Overijssel, Drenthe en Groningen.

De energiebedrijven kampen met het probleem van 'groenfondsen', spaarvormen die niet fiscaal belast zijn. “Het is niet altijd makkelijk goeie groene projecten te vinden”, zegt Hof. De meeste groene stroom wordt geleverd door windmolens. Die moeten op winderige plaatsen staan, zoals langs de kust en het IJsselmeer. Die mogelijkheden raken uitgeput. Edon is nu in de weer met een speciale windmolen in Muntendam, die al bij lage snelheden stroom kan leveren. Vooralsnog is dat echter vastgelopen op de regelgeving. “Een provinciale verordening beperkt de hoogte tot 40 meter. De molen, goed voor 2,5 megawatt, reikt echter 60 meter hoog. We zijn nu in gesprek voor een ontheffing.”

De bewoners van Zwiggelte zijn intussen verguld met de lantaarnpalen op de weg naar Westerbork. De vereniging Dorpsbelangen had er al lang op aangedrongen. De mensen voelden zich niet veilig. Aanleg van straatverlichting is duur omdat elektriciteitskabels ontbreken. De gemeente had ook geen geld voor de 22 500 gulden kostende lantaarnpalen op zonne-energie. “Uiteindelijk konden die er toch komen door een verkeersveiligheidsprijs van 7 000 gulden die Westerbork vorig jaar won en 15 000 gulden uit het potje voor groene stroom”, aldus ambtenaar C. Wieling van Westerbork.

De Edon steekt het meeste 'groene' geld in een project voor biomassa. Miscanthus- of olifantengras is daar erg geschikt voor. Door verbranding of vergassing van het gemaaide gras kan energie worden opgewekt. Edon treedt op als sponsor van de Biomass Technology Group van de Universiteit Twente, die onder meer een proefveld heeft in het Drentse Valthermond. De Aziatische plant wordt wel drie meter hoog, kan zeker tien jaar achtereen worden geoogst en levert een jaarproductie van 15 tot 25 ton per hectare. Verbranding van deze biomassa levert schone energie op dankzij een 'gesloten CO2-kringloop: de jonge planten nemen weer evenveel CO2 op als er bij de verbranding vrijkomt.

Gecombineerd met warmte-krachtkoppeling kan het rendement extra hoog worden. Wel 70 tot 80 procent in vergelijking met de 40 procent van een centrale. Een tuinder kan bijvoorbeeld een kleinschalige biomassa-installatie bouwen voor de opwekking van stroom. Te veel opgewekte stroom kan dan worden geleverd aan het landelijke elektriciteitsnet. De opgewekte warmte kan worden gebruikt in de kassen. Eenzelfde toepassing is mogelijk voor stadsverwarming en in fabrieken.

Het fenomeen 'groene stroom' kreeg eind 1994 handen en voeten toen het Brabantse elektriciteitsbedrijf PNEM opriep extra te betalen voor stroom uit natuurlijke bron. Anderen volgden en nu zijn er negen energiebedrijven, die allen op eigen houtje werken. Dat is niet hun sterkste punt. Ieder voert een eigen benaming. Het ene bedrijf spreekt van groene stroom, andere houden het op natuurstroom of eco-stroom. Intussen is er wel een overkoepelende werkgroep Energiened in het leven geroepen, met 36 leden, die eenheid nastreeft en de term 'groene energie' hanteert. Volgens Hof is er ook internationale belangstelling. “Journalisten, wetenschappers en energiebedrijven tot in Amerika en Australië zijn geïnteresseerd in de combinatie economie en milieu.”

Hof is niet ontevreden over de belangstelling onder Nederlandse stroomklanten. In het Edongebied hebben zich zevenduizend burgers, bedrijven en gemeenten gemeld die bereid zijn in de beurs te tasten. Op de 800 000 klanten is dat één procent. “Dat lijkt weinig, maar is vergelijkbaar met andere milieu-producten.” De 'stroom-klanten' in het Edongebied kunnen maximaal vier cent extra betalen, bovenop het tarief van ongeveer een kwartje per kilowattuur (kWh). Per jaar komt er bij Edon zo een half miljoen gulden binnen. Dat geld komt in een speciaal fonds.

De tarieven lopen landelijk ook al niet in de pas. De extra bijdragen variëren van vier tot zeven cent. De methodieken verschillen ook. Sommige energiebedrijven hebben 'pakketten' in de aanbieding. Iemand kan dan een pakket van bijvoorbeeld 600 of 1000 kWh tegen speciaal tarief 'kopen'. De meeste energiebedrijven zijn vorig jaar nog maar net begonnen en landelijk zijn er momenteel rond 25 000 'huishoudens' die stroom afnemen. Zelfs al zou dit aantal redelijk groeien, dan nog zet het onvoldoende zoden aan de dijk om de doelstelling te halen die minister Wijers (economische zaken) vorig jaar in zijn Energienota opnam. Begin volgende eeuw moet tien procent van de energie afkomstig zijn uit 'duurzame' bronnen: wind- en zonne-energie, waterkracht, biomassa. Wijers wil dat onder meer bereiken door ontheffing van de ecotax voor 'duurzame energie' en een laag BTW-tarief (6 procent). Het wachten is op toestemming van 'Brussel'. Overigens hanteert hij een ruimere opvatting van duurzame energie dan de energiebedrijven doen bij de vrijwillige bijdrage van 'groene stroom'. “De minister ziet ook de afvalverbranding als duurzame energie. Wij doen daar niet aan mee. Afvalverbranding is niet schoon en dus is het geen groene stroom.”

mailIcon print |