John Katz is een beroemdheid onder vooral Amerikaanse Internetters. Katz is journalist, maar noemt zich sinds een aantal jaren mediacriticus. Hij woont in de buurt van New York en werkte bij ongeveer iedere grote krant in de Verenigde Staten.
Totdat hij doodmoe werd van de arrogantie van de journalistiek. Journalisten schrijven niet op wat er in de wereld gebeurt, ze schrijven elkaar over, vond hij. Ze blazen kleine dingen op tot grote, maken van een enkel raar fenomeen een complete hype. Journalisten kan het niks meer schelen wat de lezers denken en vinden, ze willen dat de lezers denken en vinden wat zij vinden. Ze verliezen het contact met hun lezers volledig, want zelfs op de opiniepagina's schrijven ze liever zelf dan dat ze er lezers op toelaten of lezers aanmoedigen om kritiek te leveren op hun werk. Katz deed niet meer mee. Hij besloot freelance te gaan werken, werd de enige journalist die altijd en overal met zijn lezers blijft praten. Daarvoor gebruikt hij e-mail. Onder ieder stuk dat hij schrijft, staat zijn e-mailadres. En iedereen die reageert op wat hij schrijft krijgt uitgebreid antwoord. Soms schrijft hij dan weer op wat de lezers ervan vinden, soms verandert hij zijn eigen ideeën. Alleen door in contact te blijven met lezers, denkt Katz, kan de journalistiek gered worden. Als dat niet gebeurt zullen kranten en televisie uiteindelijk een stille dood sterven.
Katz schrijft ook voor het Amerikaanse Internet-blad Wired. Zijn rubriek heet de 'Netizen', een nieuw woord voor de digitale burger. Katz begon ermee in 1992. Een groot deel van zijn columns werd vorig jaar bijeengebracht in het boekje 'Digital Rants'.
In dat boek schreef Katz ook over de opkomst van een nieuwe burger. Hij zag aan de reacties op zijn artikelen dat de Amerikanen die van Internet en e-mail gebruik maken, een ander soort mensen is dan de gewone Amerikaan uit de supermarkt. “In de loop der jaren, terwijl ik het web ontdekte en e-mail uitwisselde met talloze mensen in de hele wereld, kreeg ik het gevoel dat ik de geboorte van een nieuwe politieke groep meemaakte, een groep die zich niets meer aantrekt van het rethorisch gebral van Democraten en Republikeinen”, schrijft Katz in het december-nummer van Wired.
Digitale burger (2)
Afgelopen april testte Katz die gedachte bij zijn lezers. Hij schreef een essay over de geboorte van een digitale staat, waarin hij beschreef wat de nieuwe generatie burgers beweegt. “Het is een nieuwe, postpolitieke gemeenschap die het humanisme mengt met economische vitaliteit. Ze wijzen zowel het dogmatische van links als de intolerantie van rechts af. In plaats daarvan zijn ze rationeel, sterk gericht op burgerrechten en de vrije-markteconomie. Maar zonder echte leiders ziet niemand deze groep en herkent daarin ook geen noodzaak tot een nieuwe politieke agenda.”
Katz vroeg zich af of hij, met zijn lezers, in staat zou zijn een nieuwe richting voor de politiek uit te vinden. Hij vroeg om respons en kreeg die. Duizenden mensen e-mailden enthousiast naar de journalist. Organisaties vroegen hem te komen spreken over de nieuwe mens, kranten vroegen hem ook voor hen te schrijven. Katz deed het niet. Hij wist het niet zeker, zei hij. Het leek alleen maar zo.
Inmiddels weet hij het wel. De hoofdredactie van het tijdschrift Wired nam een bureau in dienst, dat een representatief onderzoek deed naar de nieuwe burger. Wat bleek? Katz had gelijk. Op één punt na. “Waar ik de digitale burgers had beschreven als cynisch en ver verwijderd van het politieke debat, bleek dat onwaar. Ze zijn in feite heel erg betrokken bij de politiek, veel meer dan de gemiddelde Amerikaan.”
Het onderzoeksbureau had ruim duizend digitale en analoge burgers bijna een half uur lang telefonisch ondervraagd. Op basis van de eerste vragen werden ze ingedeeld in groepen: een klein deel was super-modern: met e-mail, een laptop en een desktop-computer, een draagbare telefoon en een pieper. Een ander deel gebruikte ongeveer de helft van die technologieën. Tweederde van de respondenten gebruikte één van de genoemde apparaten en toepassingen en iets minder dan een derde gebruikte geen enkel nieuw apparaat: analoge burgers dus.
In de door Wired bijgeleverde staatjes is het duidelijk te zien: degenen die de meeste apparaten gebruiken hechten het meeste geloof aan de democratie. Die mensen geloven ook nagenoeg allemaal in de vrije markt, terwijl een vijfde van de analoge burgers vindt dat de vrije markt helemaal niets goeds biedt. De digitale burgers, of ze nou één, twee, of vijf apparaten gebruiken om te communiceren, geloven dat hun kinderen het in de toekomst veel beter zullen hebben dan zijzelf. Van de analoge burgers gelooft een derde dat hun kinderen veel slechter af zullen zijn.
De digitale burgers hebben sterk het gevoel dat ze zelf invloed hebben op de veranderingen in de maatschappij. De analoge burger heeft het gevoel dat hij geleefd wordt door veranderingen. De digitale burgers weten veel meer van de maatschappij en wie daarin een grote rol spelen dan de analoge burgers.
Katz schrijft: “Voor de digitalen is technologie niet het middel tegen alle kwalen. Maar het is wel een belangrijk middel voor individuele expressie, democratisering, economische kansen, gemeenschapszin en onderwijs. Doordat ze gewend zijn aan technologie, hebben deze mensen het meeste vertrouwen in de politiek en de noodzaak tot verandering.” Zo vinden de digitale burgers dat het systeem van de sociale zekerheid in de Verenigde Staten drastisch aan hervorming toe is. Analoge burgers zijn er nog niet zo zeker van of daarvoor iets beters in de plaats kan komen.
Digitale burger (3)
Frank Luntz en Bill Danielson, die het onderzoek lieten uitvoeren, hebben uit hun werk een boodschap voor de Amerikaanse politiek gedestilleerd. “Vorig jaar was het het jaar van de voetbalmoeders. Die zijn nu alweer passé. Digitale burgers zijn geen rage. Die zijn er al een aantal jaren. Het wordt tijd dat politici dat gaan inzien.”
“Als Washington de digitale burgers wil bereiken (en daar zou de regering verstandig aan doen, want het gaat om tweederde van de bevolking), moet het gaan over Kapitalisme, Communicatie en Verandering. Digitale burgers zoeken niet naar partijprogramma's, maar naar principes en politici die die kunnen uitdragen. Maar onthou wel: digitale burgers willen altijd en overal inspraak over.”
Dat kon Katz in april nog niet bevroeden. Het verbaasde hem in hoge mate. Maar waar de journalist wel gelijk in had, was zijn stelling over de 'oude media': de digitale Amerikanen zeggen weliswaar dat ze nog steeds het meeste nieuws vernemen via de televisie of de krant, maar slechts dertien procent zegt in beide vormen van journalistiek veel vertrouwen te hebben. “Kranten en televisie worden als onzorgvuldig en te sensationeel gezien”, zegt Katz met veel tevredenheid. Dat had hij voorzien. Maar wat hij niet voorzien had, en wat ook uit het onderzoek bleek: Digitale burgers bidden net zo veel als analoge burgers, en gaan even vaak naar de kerk. Als die ze maar niet tot in alle details vertelt hoe ze hun leven moeten leiden, want dat zoeken ze zelf wel uit. Net zoals ze niet willen dat een president ze vertelt op welke Internet-sites ze wel, en op welke ze niet mogen kijken.
Digitale burger (4)
Zou dat in Nederland ook zo zijn? Dat heeft nog niemand onderzocht. Wat we wel weten is dat in Nederland een veel kleiner percentage inwoners gebruik maakt van nieuwe technologieën, dat de meeste gebruikers man zijn, dat ze voor het overgrote deel hoog opgeleid zijn, veel geld verdienen en tussen de twintig en vijfendertig jaar oud zijn. Het enige verschil met de Amerikanen is dat aan de andere kant van de oceaan veel meer vrouwen aan technologie doen. Daar is het aandeel van de vrouwen bijna de helft, zegt het onderzoek van Wired. In Nederland ruziën Trendbox, dat het percentage vrouwen op Internet op 30 schat, en Multiscope, dat zegt dat slechts 7,5 procent van de Internetters vrouw is. Beide bureaus sturen faxen waarin ze wijzen op hun eigen gelijk. Die ruzie bewijst meteen dat een marktonderzoek misschien niet alles zegt over de waarheid. Ook al gaat het om het ontstaan van een volledige generatie nieuwe burgers en is de Amerikaan John Katz nog zo'n aardige man.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.