GRONINGEN - Vorig seizoen won Annamarie Thomas bijna alles wat er te winnen viel. Ze veroverde twee titels op de WK afstanden, was Nederlands allround- en sprintkampioene, werd tweede op het EK en haalde daarnaast nog een hele serie ereprijzen binnen. De vierde plaats op de mondiale titelstrijd in Inzell was eigenlijk de grootste teleurstelling. Wanneer Ingrid Haringa niet beloond was voor haar hele 'oeuvre', had ze het wellicht tot sportvrouw van het jaar geschopt.
In december zit er niet eens een nominatie in. Thomas gebruikte een schuttingwoord om het seizoen tot nu toe te typeren. Elk lichtpuntje, zelfs dat van een uitdovend lucifershoutje, is er één. Als een soort minimumlijder probeert ze zo positief mogelijk gestemd de winter door te komen. De tweede plaats op het NK sprint (heel 'evenwichtig' opgebouwd door op alle afstanden Marianne Timmer in de rug te kijken) was ruimschoots voldoende voor een vrolijke blos op de wangen. “Het ging wel goed, ik ben wel tevreden met dit weekeinde.” Nog niet zo lang geleden zou de vriendin van Bart Veldkamp dat nog niet durven denken. Het positieve voor Thomas is, dat ze met haar bescheiden podiumplaats in ieder geval één subdoel van dit seizoen heeft gerealiseerd. Ze plaatste zich 'fluitend' voor het WK sprint in Hamar (1 en 2 februari), maar gaat er wel naar toe met de gedachte dat de vijfde plaats van vorig jaar lang niet haalbaar is.
Veel belangrijker is het voor Thomas om in het Vikingskipet al zeker te zijn van het bereiken van haar volgende subdoel: het WK allround. Komend weekeinde schaatst ze in Davos een fictieve tweekamp tegen Carla Zijlstra. Uitkomend in de B-groep van de wereldbeker (temidden van alle krabbelaars) hoopt ze op de 1500 meter zoveel sneller te zijn dan de nummer zeven van het afgelopen EK dat ze op de dubbele afstand voldoende marge overhoudt om in ieder geval in Nagano haar gezicht te laten zien. In dit stadium van haar, door gezondheidsredenen op en neer gaande schaatscarrière verlangt ze ook niet meer dan dat. Het ultieme doel ligt in het tweede weekeinde van maart in Warschau, waar ze in ieder geval één van haar twee wereldtitels (1000 en 1500 meter) hoopt te promoveren. Daarvoor moet ze vooral in het World Cupcircuit 'van voren' zitten.
Intussen wordt Thomas heen en weer geslingerd door twijfels. Twijfels over de klapschaats, waarop Tonny de Jong en anderen zoveel progressie maken, maar die haar op een voorlopig onoverbrugbare achterstand heeft geplaatst. “Ik durfde ze niet te testen, ik durfde als wereldkampioene niet het risico te nemen af te gaan. Voor de anderen was dat geen punt. Die hadden niets te verliezen.” Toen Thomas na een mislukte wereldbekerwedstrijd in Heerenveen wel de wonderschaatsen onderbond, trapte ze ze meteen kapot. Achteraf waren ze niet goed afgesteld. “Hoe strakker de veer is gespannen, hoe zwaarder ze worden. Bij mij waren de veren superstrak gespannen.”
Plaatst Thomas zich niet voor Nagano, dan wil ze de volgende maand de kunst van het 'klapschaatsen' machtig worden. Deelname aan het WK allround doorkruist dat plan omdat er dan te weinig tijd overblijft om er voor Warschau nog vertrouwd mee te raken. “Hoewel, misschien ga ik het toch proberen. Iedereen rijdt er harder op. Ja, ik twijfel, zoals ik het hele seizoen al vol zit met twijfels. Het is gewoon klote.” Mogelijk is er een alternatief voor haar. De Leidse hobby-ontwerper Barends kwam vier jaar geleden al op het idee een tussenstukje te monteren, waardoor bij de start de punt als bij een orthodoxe schaats in het ijs kan worden gezet. Bij het huidige model klapschaats van Viking en Raps kan dat niet. Vooral voor sprinters zou de vondst een uitkomst zijn. Met het ontwerp van Barends werd de Zuid-Hollander Raymond Barendse gisteren nationaal kampioen bij de junioren B en C.
Terug naar Annamarie Thomas. De onttroonde prima donna van het Nederlandse schaatsen heeft het moeilijk met de ondergeschikte rol waartoe ze door een catastrofale seizoenstart (problemen met rug en ogen) is veroordeeld. “Ik probeer het positief in te zien. Dat lukt meestal wel. Maar het moet eerst goed gaan met mezelf voordat ik aan winnen kan denken.”
Vorig jaar zou ze Marianne Timmer niet hebben zien staan. In tijden van verveling had ze haar in het smoelenboekje van de KNSB misschien opgemerkt op bladzijde 60, onder het hoofdstuk 'kernploeg opleiding sprint'. En gegiecheld om haar hobby: meehelpen bij schapenfokkerij thuis. De 22-jarige Groningse kan op haar beurt meevoelen met Thomas. Ze heeft twee jaar gesukkeld met haar gezondheid. Was ze niet echt ziek, dan toch op zijn minst zwaar verkouden. In de loop van het seizoen 1995-'96 werd ze op haar verzoek uit de kernploeg gestoten. Op advies van de Friese gewestelijke trainster Sijtje van der Lende klapte ze het grote lief- en vooral leedboek dicht, in een poging een positiever wending aan haar loopbaan te geven. Alles waar ze niet achterstond, weigerde ze ook te doen: krachttraining om wat te noemen. “Je leert heel veel wanneer het twee jaar slecht met je gaat. Je leert grenzen verleggen. Als je niet op de rem trapt, gaat het verkeerd. Ik ging maar door, met reizen, met wedstrijden rijden; ik kwam niet aan mijn rust toe. Nu weet ik exact hoever ik kan gaan. Ik ben veel mondiger geworden. Ik weet wat ik kan en niet kan en ben ook heel goed in staat dat aan te geven.”
Het gevolg: 'iedereen' raakte opgetogen over het rijden van Timmer, die Thomas liefst drie volle punten voorbleef; in het sprinten nog veel meer dan een straatlengte in de Groningse veenkolonie waar ze woonachtig is. Technisch was het zeker niet volmaakt, terwijl haar 500 meter in het internationale krachtenveld nog te ondermaats is. Desondanks stak Annamarie Thomas de loftrompet over haar.“Marianne reed de sterren van de hemel. Als ze zo super rijdt als dit weekeinde, komt ze in Hamar bij de eerste vijf.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.