*

 
dossier

Archief

'Soms geeft Bals Fonds geld aan de filmbus'

HANS KROON − 03/02/98, 00:00

ROTTERDAM - Tijdens het Filmfestival Rotterdam is Sandra den Hamer continu in touw. Als adjunct-directeur van het festival en lid van de selectie-commissie van het Hubert Bals Fonds hangen haar dagen aan elkaar van vergaderen, gasten ontvangen en het bijwonen van allerlei samenkomsten. “Soms moeten Simon Field en ik op één avond op zes diners verschijnen.”

Aan het Hubert Bals Fonds, dat nu tien jaar bestaat, heeft Sandra den Hamer vanaf het begin meegewerkt. Dit jaar zijn er op het festival zeventien films te zien waarin het fonds geld stak. Den Hamer over de ontstaansgeschiedenis: “In de loop van de jaren tachtig moest het festival door financiële problemen zijn distributie-tak inleveren. Huub Bals (de eerste directeur) bleef er ook toen voor vechten om zijn filmers meer te bieden dan alleen de vertoning van hun films op het festival. Om te onderzoeken hoe dat zou kunnen, organiseerde hij in 1988 in de dierentuin Blijdorp het eerste 'Rotterdam Filmparliament'. Het werd bezocht door tweehonderd filmmakers. Ze vonden dat er een fonds moest komen om de onafhankelijke film te steunen.”

Bals had, herinnert Den Hamer zich, meerdere motieven om voor zo'n fonds te ijveren. “Het bood hem de mogelijkheid de artistieke film financiëel te ondersteunen. De films die dat opleverde moesten natuurlijk wel op zijn festival vertoond worden. Daarnaast was hij er heilig van overtuigd dat de toekomst van de kunstzinnige film niet in Europa en Amerika lag, maar in de toen in het Westen nog nauwelijks bekende filmculturen in Azië, Afrika en de Arabische wereld.”

De komst van het Fonds, dat naar hem vernoemd zou worden, maakte Bals net niet meer mee. “Vlak na zijn dood in juli 1988 besloten het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking en de Europese Gemeenschap in Brussel onze subsidie-aanvragen te honereren. Het Hubert Bals Fonds was daarmee een feit. We konden met driehonderdduizend gulden aan het werk.”

Al in 1989 kon het Fonds twaalf projecten bekend maken. Daaronder waren 'Life on a string' van Chen Kaige', 'Halfaouine' van Ferid Boughédir en films van de Duitser Werner Schroeter en de Engelsman Stephen Dowskin. Een jaar later kreeg het Fonds zijn definitieve vorm. “In Brussel werd toen het 'European script Fund' opgericht, waardoor er een einde kwam aan de Europese bijdrage aan het Hubert Bals Fonds. Sindsdien richten we ons alleen op filmprojecten uit ontwikkelingslanden.”

En met succes. Het budget van het Fonds steeg tot 1,2 miljoen gulden die nu neergeteld worden door het ministerie van Buitenlandse zaken, de NPS, en twee organisaties voor ontwikkelingssamenwerking. Jaarlijks ontvangt het 250 aanvragen waarvan er door de selectie-commissie zo'n dertig gehonoreerd worden met een bedrag van tien- tot vijftigduizend gulden.

Dat dit geld goed besteed is, blijkt volgens Den Hamer uit het feit dat ruim tachtig procent van de gesubsidieerde projecten in een film resulteert. “Op zich stellen onze bijdragen natuurlijk niet zoveel voor. Toch is onze steun van groot belang. In de meeste ontwikkelingslanden is nauwelijks een film-infrastructuur. Zonder steun uit het Westen zou men er geen films kunnen maken. We letten daarom niet alleen op artistieke kwaliteit, maar ook op de bijdrage die ons geld levert aan het verbeteren van het filmklimaat.”

Waar de subsidie aan besteed wordt, verschilt hierdoor van project tot project, vertelt Den Hamer. “Nu eens geven we geld voor het ontwikkelen van een scenario, dan weer voor het printen van een extra copie. Het komt zelfs voor dat erg geld gaat naart het maken van affiches of het onderhoud van een filmbus. Zelfs voor het voeren van publiciteit is vaak nauwelijks geld; bioscopen zijn er alleen in de grote steden. Een bedrag van vijftienduizend gulden kan er voor zorgen dat de mensen hun eigen films kunnen zien.”

Op de zeventien films uit verre oorden als Marokko, Columbia, Burkina Fasso, Iran en Argentinië die dit jaar in Rotterdam te zien zijn, is Den Hamer dan ook terecht trots. Ook al omdat ze beseft dat het kleine beetje Rotterdamse geld ander - en misschien wel het grote - geld kan aantrekken. “Ons geld kan, zeker wanneer we het in de beginfase inzetten, andere subsidiënten en financiers over de streep halen. We kunnen dat een beetje sturen met onze Cinemart waarop we filmers met soms alleen nog maar op papier bestaande projecten in contact brengen met producenten uit de hele wereld. De Bals-filmers sturen we natuurlijk ook die markt op.”

mailIcon print |