*

 
dossier

Archief

Niet regeringen, maar bedrijven hebben het voor het zeggen in de wereld

HARRIET SALM − 19/05/95, 00:00

Anita Roddick, oprichtster van de snel groeiende cosmetica-keten The Body Shop, presenteert zich als de goeroe van het alternatieve zakencircuit. Haar visie is gebaseerd op reiservaringen met Indianen in het Amazone-gebied, met daklozen in de Verenigde Staten, met verafgelegen stammen in de wouden van Maleisië. Haar boodschap luidt: winstmaken en ethisch correct handelen gaan wel degelijk samen. Vandaag opent ze de grote milieubeurs 'ecofestatie' in Utrecht. Een interview.

Het was de eerste keer dat een dergelijk harde aanval werd gedaan op de integriteit van The Body Shop. Het bedrijf duikelde na een artikel over dit onderzoek in het Amerikaanse maandblad Business Ethics op de Londense aandelenbeurs naar beneden. Het voornaamste kritiekpunt was dat slechts één procent van de produkten die in de Body Shops liggen ingrediënten bevatten die uit de derde wereld komen.

“Hij terroriseert ons met dat soort getallen, die nergens op slaan”, zegt Roddick. “Kijk, bepaalde ingrediënten van onze produkten komen uit de derde wereld. Veel van onze produkten zijn echter voor het overgrote deel op water gebaseerd. Om dus met percentages van ingrediënten te komen, dat slaat gewoon nergens op. Overigens is het zeker meer dan één procent, maar om zelf percentages te noemen, daar doen wij dus niet aan mee.”

De schade is beperkt gebleven, zegt Roddick, de verkoop is niet teruggelopen. Maar haar opponent weet van geen ophouden, merkt ze. Twee keer heeft ze persoonlijk met hem gesproken en tijdens die gesprekken kwam ze tot de conclusie dat de man psychisch gestoord is. “Overal in de wereld op congressen waar ik spreek, duikt hij op. Hij heeft het vernietigen van mijn bedrijf en vooral mijn persoon tot zijn levensdoel gemaakt.” Ze maakt een afwerend gebaar met haar handen. “Het is walgelijk, ik wil er niet meer over praten. Misschien had hij een nare grootmoeder en lijk ik op haar, ik weet het niet. Maar ik omring me liever met mensen die mij gelukkig maken, dat weet ik wel.”

De 52-jarige Roddick zit zelden stil op het puntje van haar bank, in de lounge van het luxueuze Amstel hotel in Amsterdam. Zij schudt haar roodbruine krullen regelmatig, grijpt in haar tas voor aanvullende informatie, of om te laten zien (“kijk, dit etui komt uit Ghana”) wat ze zelf aan cosmetica bij zich heeft. Allemaal van eigen fabricaat, tot en met de crème die wallen wegpoetst. “Die zorgt dat ik er jonger uitzie.”

Succes kan haar niet ontzegd worden. The Body Shop heeft vestigingen in 45 landen. Er werken zo'n 8 000 mensen wereldwijd in fabrieken, kantoren, eigen winkels en franchise-winkels. Wereldwijd zijn er zo'n 1200 Body Shops. In 1995 verkochten zij in totaal voor 500 miljoen Engelse ponden (zo'n 1,2 miljard gulden) aan artikelen. In Nederland zijn er inmiddels 48 vestigingen. In het vorige boekjaar dat eind februari eindigde, bedroeg de wereldwijde omzetgroei 16 procent en de winstgroei 17 procent. Een succesformule, gebouwd op, zegt Roddick, een alternatieve manier van zakendoen, “die zeer veel enthousiasme ontmoet. Mensen houden gewoon van ons”.

The Body Shop verkoopt produkten die het zelf ontwikkelt. Daarvoor heeft het bedrijf verschillende fabrieken neergezet en natuurlijk niet zomaar ergens: nee, de zeepfabriek bijvoorbeeld staat in een verpauperde wijk in Glasgow, Schotland, waar veel werkloosheid heerst. Het hoofdkantoor ligt in Zuid-Engeland, in Littlehampton, de plaats waar Roddick opgroeide en haar ouders een café hielden. Haar echtgenoot leidt het bedrijf als financieel directeur.

De eerste Body Shop stond in Brighton en werd geopend in 1976. Vanaf het begin was het doel ethisch verantwoorde produkten aan te bieden. Dat betekende in de eerste plaats milieuvriendelijke cosmetica, waar geen dierproeven voor nodig zijn geweest.

Haar succes, zegt ze zelf, is vooral te danken aan het feit dat winkeliers en personeel veel inbreng hebben en zelfstandig kunen optreden. “De franchise-formule zorgt voor directe betrokkenheid van de omgeving van de winkel. Exploitanten wonen er zelf in de buurt en weten wat daar leeft. Zij bouwen een geheel eigen contact op met de klanten, die prijs stellen op onze campagnes.”

Een bezoek aan een Body Shop maakt duidelijk wat ze met campagnes bedoelt. Tussen de zeewierzeep, de ananya-badolie, aloë-haargel, white musk-body spray, worden de klanten via stencils (uiteraard op kringlooppapier) opgeroepen om zelf actie te voeren, bijvoorbeeld voor Amnesty International of Greenpeace.

Actie: het woord valt in een gesprek met Roddick voortdurend. “The Body Shops kiezen zelf onderwerpen om actie voor te voeren. In Canada voerden wij onlangs een actie tegen geweld in de huiselijke kring, in Italië voor het schoonmaken van een rivier, in een aantal Aziatische landen slaan campagnes voor het milieu hard aan. In het westen steunden wij Amnesty in de strijd voor de mensenrechten.”

Maar haar bedrijf heeft toch ook winkels in landen waar mensenrechten geschonden worden? “Toch is het niet zo dat wij in dergelijke landen niet welkom zijn. Kijk, wij blijven altijd handelen binnen de wet. Wij doen nooit iets wat in een land verboden is. Maar wij dringen er bij de Europese Unie of bij de Britse regering op aan, bepaalde misstanden in landen waar wij gevestigd zijn, aan de orde te stellen.”

Zorg: alweer zo'n favoriet woord van goeroe Roddick. “We zijn niet eenvormig in onze acties, maar wel in onze boodschap: we care. Het is net zo'n vierletterig woord als love. Het gaat mij erom spiritualiteit en ethiek te brengen in de zakenwereld. Ten opzichte van onze aandeelhouders hebben wij niet alleen de verantwoordelijkheid om winst te maken, maar ook om moreel juist te handelen. Het gaat erom duidelijk te maken dat wij om de wereld, om het leven, geven.”

Roddick is ervan overtuigd dat weinig aandeelhouders het juist vinden als een bedrijf - welk bedrijf dan ook - ethisch niet goed handelt. “Bedrijven zijn gesloten, houden informatie achter, net hoe het ze uitkomt. En bedrijven hebben grote invloed op regeringen. Niet regeringen hebben het voor het zeggen in de wereld, maar bedrijven. Wij, als Body Shop, doen dat anders, opener. Wij willen ethiek en spritualiteit brengen in de zakenwereld.”

Het houdt niet op. The Body Shop is tevens goed voor de arme mensen in de derde wereld, vervolgt Roddick. Steeds meer worden producenten aangezocht voor ingrediënten van de produkten in ontwikkelingslanden. De ideeën voor nieuwe produkten worden voornamelijk door Roddick persoonlijk aangedragen, zegt ze zelf. Ananas verwerken tot crème: dat heeft ze geleerd van Srilankese vrouwen. Cacaoboter als basis voor 'after sun-lotion', dat zag ze vrouwen in Polynesië gebruiken. Paranotenconditioner met olie: een produkt dat de Kayapo-Indianen in het Amazone-gebied ontdekten. Roddick: “Wij baseren ons op het bekende motto: geen hulp maar handel (trade not aid). De Braziliaanse Indianen oogsten voor ons de paranoten en persen de olie eruit. Dat kopen wij van hen. Zo worden zij verzekerd van een vast inkomen.”

Om haar boodschap de wereld in te sturen, is speciaal personeel nodig, dat zich kenmerkt, zegt Roddick “door enthousiasme”. “Net nog ontmoette ik een meisje dat hier in Nederland voor ons werkt, hoe oud zal ze zijn, 26, 27 jaar. Ze vertelde me dat ze het een eer vond om voor een bedrijf als The Body Shop te werken. Dat soort opmerkingen hoor ik ontzettend vaak.” The Body Shop heeft eigen trainingscentra voor het personeel en zal binnenkort een eigen business-school openen.

Ook in arbeidsvoorwaarden blinkt haar bedrijf uit, in de visie van de oprichtster. “In bijvoorbeeld het Midden-Oosten vallen onze winkels enorm op. Daar wordt personeel in andere zaken meestal gehaald uit landen als India of Pakistan of Bangladesh. Mensen worden voor korte tijd ingehuurd en uitgebuit. Het is een soort slavernij. Daar vormen onze winkels een grote uitzondering. Wij verzorgen kinderopvang, hebben prima sociale voorwaarden en lonen, gaan relaties aan voor hele lange tijd. Onze franchisenemers daar kennen we bijvoorbeeld al circa vijftien jaar.”

En om te controleren of zij zich aan de door Roddick opgestelde regels houden, wordt elk jaar een onderzoekscommissie op pad gestuurd. Want schandalen zouden het bedrijf, dat zich met de ethische formule kwetsbaar opstelt, veel kwaad doen. Dat bleek wel bij dat ene onderzoek, “van die ene engerd”.

Goede lonen, milieuvriendelijkheid, diervriendelijkheid en tegelijk winst, het kan allemaal best tegelijk, zegt Roddick. “Dat kan door zelf spaarzaam te zijn. Kijk, onze lonen zijn oké, maar bereiken niet de hoogte van die van andere multinationals of grote bedrijven. We reizen ook niet met een Concorde of een eerste-klasticket. We voeren geen dure reclamecampagnes. We zijn echt spaarzaam, met energie, met verpakking. Onze winst gaat altijd naar nieuwe investeringen en uitbreidingen.”

Spaarzaam? Maar al haar vliegreizen, veroorzaken die geen luchtvervuiling? Om een bedrijf te runnen moet je wel enige concessies doen aan het milieu, vindt Roddick. Eenzelfde antwoord volgt op de vraag of er niet te veel produkten liggen in haar winkels, spullen die eigenlijk overbodig zijn. “Zou ik maar één shampoo aanbieden en maar één stuk zeep, dan had ik geen bedrijf.”

Net zo min kan het uitgesloten worden dat al haar produkten volledig dierproefvrij zijn. Ergens, ooit, door anderen, kan er inderdaad best getest zijn. Komt zij daarachter, dan wordt een dergelijk produkt meteen uit de handel genomen, aldus Roddick. “Onlangs gebeurde dat nog met drie of vier populaire produkten.”

Roddicks gereis heeft haar ook een politieke overtuiging gebracht. Elk jaar neemt ze zich “een speciaal project” voor, een manier om in aanraking te komen met de minderbedeelden op aarde. Zo trok ze vorig jaar drie weken met een dakloze zwerver over het platteland van Amerika, van Atlanta tot New Orleans. “Een ongelooflijke ervaring, het heeft me veranderd.” Een andere keer leefde ze tussen een Maleisische stam die zich verzet tegen houtkap. “Met een helikopter heb ik me er laten droppen.” Weer een ander bezoek bracht ze aan de Dogon, een volk in het Afrikaanse Mali. Of dergelijke volkeren gediend zijn van haar bezoek, is voor haar geen vraag. “Het zijn mijn vrienden.”

Ze is tot de ontdekking gekomen dat de media en de politici geen idee hebben wat er leeft in de samenleving. “De status quo staat onder druk. Mensen geloven niet meer dat regeringen hun belangen verdedigen. Onderwijs als middel om ethiek aan te leren, zien ze ook niet meer gebeuren. De kerk is ook niet meer relevant voor die boodschap.”

Roddick: “Mensen zijn heel kritisch tegenwoordig. En ze maken zich zorgen, heel veel zorgen. Over de toekomst, over hun gezondheid. Wat voor wereld zullen hun kleinkinderen aantreffen? Terwijl de advertentiewereld en de media zeggen dat milieubewustheid uit de mode is, merken wij daar helemaal niks van.”

In september hoopt zij haar ervaringen “te delen” met vrouwen op de VN-vrouwentop in Peking. Maar niet op de officiële VN-bijeenkomst, die volgens Roddick gekenmerkt zal worden door “nutteloze en lege woorden.” De interessantste informatie zal te krijgen zijn op de gelijktijdig te houden conferentie voor NGO's, voor niet aan de overheid gebonden organisaties, denkt Roddick. Dat is, uiteraard, ook de bijeenkomst waarop zij zelf zal spreken.

Voor één soort vrouwen wil ze speciaal aandacht: voor grootmoeders. “Waarden die traditioneel gelden in de familie worden door hen doorgegeven in heel veel culturen. Het zijn die waarden, die voor de toekomst van de wereld van groot belang zijn.” Onder meer om verhalen van grootmoeders op te tekenen onderneemt ze dit jaar een reis langs Indianenstammen in de Verenigde Staten.

Grootmoeder, weer zo'n term die telkens valt in een gesprek met Roddick. En aan het slot blijkt waarom: dan komen foto's te voorschijn uit haar tas van haar eigen jongste kleindochter, zes maanden oud. Er staan vier generaties vrouwen op de foto. Roddick zelf prijkt als trotse oma in het midden. “Kijk nu toch die baby eens: is ze niet schattig?”

mailIcon print |