Minister Ritzen van Onderwijs, cultuur en wetenschappen heeft ruim honderd scholen in het primair onderwijs geselecteerd, die dit jaar voorhoedeschool zijn op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Het ICT-project van het ministerie van onderwijs heeft tot nu toe de nodige kritiek gekregen.
De scholen zijn uitgenodigd om een plan in te dienen voor de integratie van informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs. Als de plannen worden goedgekeurd krijgen de scholen geld voor de aanschaf van hardware en software en voor nascholing van personeel.
Vooral de beschikbare budgetten zouden volgens critici te laag zijn. Het is wel erg Nederlands en vooral erg jammer dat de discussie meteen verzandt in bedragen. Het onderwerp is belangrijk genoeg voor bredere beschouwing.
Overal in de westerse wereld dringt de informatie- en communicatietechnologie diep door in de samenleving. Het bedrijfsleven investeert voortdurend grote bedragen in verbetering van de automatisering. De informatie- en telecommunicatie-industrie doet hetzelfde in onderzoek, ontwikkeling en infrastructuur.
Bijna ongemerkt krijgt iedereen te maken met informatisering. Via de kabel stromen de radio- en televisieprogramma's de huiskamer binnen, via de telefoonlijn voeren we telefoongesprekken maar zijn we ook aan het internetten en het einde van de mogelijkheden is niet in zicht.
Integendeel, kabelbedrijven gaan telefonie aanbieden en de telefoonbedrijven en internetaanbieders doen er alles aan om iedereen op een snel en veilig Internet te krijgen.
Tegen die achtergrond doet het in zekere zin merkwaardig aan, dat het Nederlandse onderwijs nog schoorvoetend met informatie- en communicatietechnologie bezig is. Natuurlijk, op de meeste scholen staan personal computers en is educatieve software voorhanden. En als de pc vastloopt - pc's hebben die neiging - is er altijd wel een personeelslid of een welwillende ouder die het apparaat weer aan het draaien krijgt.
De vraag is echter of we op deze manier kinderen en jongeren voldoende vertrouwd maken met informatie- en communicatietechnologie. Blijft de computer op school een aardigheidje waar je ook nog wel eens wat van opsteekt of wordt de computer een effectief middel? Een middel om zaken te leren, om bekend te raken met de technologie en en daar feeling voor te ontwikkelen, om ervaring op te doen in het zoeken naar informatie en om te communiceren?
Mij lijkt het voor het onderwijs nuttig, dat scholen de beschikking krijgen over sterke, krasvaste apparatuur waar grote groepen leerlingen dagelijks mee kunnen werken. Dat stelt eisen aan die apparatuur, maar vooral aan het beheer.
Zolang scholen afhankelijk zijn van personeelsleden met een meer dan gemiddelde interesse in informatica of van welwillende ouders die komen bijspringen bij storingen, zal het onderwijs mensen opleiden die niet weten wat hen overkomt als ze aan hun eerste baan beginnen. Daar staan namelijk computers waarmee je even gemakkelijk berichten stuurt naar je collega tegenover je als naar een vakbroeder of zuster in Sydney. En waarmee je natuurlijk gewoon je dagelijks werk doet.
Daarom verdient ook het onderwijs een professioneel en betrouwbaar netwerk, dat scholen verlost van gedoe met harddisks, computervirussen en drivers. Een netwerk met centrale en vooral snelle computers.
Op de scholen staan netwerkterminals, die aangesloten zijn op die centrale systemen. Het beheer gebeurt centraal door deskundige beheerders tegen relatief lage kosten. Nederland zou in dat verband moeten kiezen voor wat ik een Educatieve Service Provider noem: een instituut dat alle informatie- en communicatiediensten voor scholen centraal beheert op grond van een vaste prijs per leerling per jaar.
Dat instituut koopt en beheert de apparatuur en de educatieve programma's. Het zorgt er verder voor dat leerlingen en personeel steeds kunnen werken met de nieuwste educatieve software en het lost technische problemen op vanuit een centraal punt.
Hiervoor zijn echt geen miljarden nodig, zoals door sommigen gezegd wordt. Dat kan met miljoenen. En dan hoeft er op scholen zelf heel wat minder energie gestoken te worden in vastlopers en ander computerongerief.
Dan kunnen onderwijzend personeel en leerlingen bezig zijn met datgene waarvoor ze naar school komen: onderwijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.