Van onze redactie economie AMSTERDAM, RIJSWIJK - Begin 1992 ontvluchtte de Iraniër I. Barak zijn land en kwam terecht in het asielzoekerscentrum te Putten, op de Veluwe.
In Iran had hij een opleiding tot accountant gevolgd en er gewerkt als boekhouder. Vrijwel onmiddellijk na aankomst in Putten, begon Barak Nederlands te leren. Na vier maanden sprak hij de taal redelijk en toen hij ruim een jaar later een verblijfsvergunnig kreeg, ging hij op zoek naar een baan. Tevergeefs: zelfs nadat hij via het arbeidsbureau zijn opleiding nog eens had overgedaan in Nederland, is de Iraniër nog altijd werkloos.
Barak vormt geen uitzondering. Uit een onderzoek van de sociaal geografen dr. P. Muus en drs. M. Brink, beiden werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam, blijkt dat bijna 80 procent van de erkende vluchtelingen in Nederland geen betaald werk heeft, ondanks hun vaak hoge opleiding en grote motivatie. De werkloosheid onder vluchtelingen is daarmee ongeveer vier keer zo hoog als bij andere minderheden en overtreft bijna tien keer het percentage werkloze Nederlanders. Een belangrijke oorzaak voor de enorme werkloosheid onder vluchtelingen is dat zij door het arbeidsbureau vaak “op de grote hoop van kansloze migranten worden geworpen”.
Uit een soortgelijk onderzoek, uitgevoerd door bureau Regioplan in opdracht van het ministerie van sociale zaken, komt eenzelfde hoge werkloosheid van vluchtelingen naar voren. Regioplan verdiepte zich echter niet in de oorzaken daarvan.
J. Nuis van Emplooi in Amsterdam, een stichting die speciaal bemiddelt voor vluchtelingen, onderschrijft de conclusies van Muus en Brink. Succesvolle bemiddeling vereist maatwerk. Zowel werkgevers als reguliere bemiddelingsinstanties hebben veel te weinig oog voor de verschillen tussen vluchtelingen, aldus Nuis. “Het probleem is dat er over dé vluchteling wordt gepraat. Het is echter een heel diverse groep.” Hij bestrijdt dat gebrekkige kennis van het Nederlands de belangrijkste oorzaak is van de hoge werkloosheid onder vluchtelingen, zoals de arbeidsbureaus beweren. “Je hebt in verschillende soorten werk een uiteenlopende beheersing van het Nederlands nodig.”
Bescheiden
Door vluchtelingen intensief te begeleiden bij het zoeken naar werk, boekt Emplooi goede resultaten. Maar Nuis erkent dat het om bescheiden aantallen gaat. P. Smit van de Arbeidsvoorziening trekt de conclusies van de onderzoeken, die hij zelf nog niet onder ogen heeft gehad, in twijfel. Hij is ervan overtuigd dat de arbeidsbureaus meer dan twintig procent van de vluchtelingen aan een baan helpen. Volgens hem ligt de verantwoordelijkheid voor effectievere bemiddeling van vluchtelingen bij de gemeenten. Die zouden in een vroeg stadium inburgeringscontracten met vluchtelingen dienen af te sluiten. Onderdeel daarvan zou dan moeten zijn dat de Arbeidsvoorziening hierbij kan aanhaken. Smit denkt dan aan bijscholing en taalkennis gericht op de opleiding en werkervaring van de betreffende vluchteling. In de twee asielzoekerscentra nabij Arnhem gebeurt dit reeds, ook al mag dat wettelijk niet. Het is nu namelijk zo dat asielzoekers in afwachting van de reactie op hun verzoek tot een verblijfsvergunning niet mogen werken of leren.
In die zin sluit Smit zich aan bij de conclusie van Muus en Brink dat de arbeidsmarktpositie van vluchtelingen wordt uitgehold doordat zij gedurende hun asielaanvraag niets mogen ondernemen. De sociaal geografen constateren in hun onderzoek verder dat het merendeel van de vluchtelingen uit hun onderzoek goed Nederlands spreekt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.