*

 
dossier

Archief

BROODNIJD IN DE WERELD VAN DE DIAMANT

HAN KOCH − 26/08/95, 00:00

Een droom, noemt de Amsterdamse Diamantbeurs beleggingsmaatschappij Albeco. Een droom die nooit werkelijkheid wordt. De voorgespiegelde rendementen kloppen niet, de wervende teksten zijn op z'n zachtst gezegd misleidend en de belegger doet er beter aan bij Albeco uit de buurt te blijven. De bedenker van Albeco, Ad Lagerwaard, zet de tegenaanval in. Zowel tegen IDS Groep als tegen Albeco is van diverse zijden gewaarschuwd. Niet alleen de Amsterdamse Diamantbeurs, maar ook het blad Beleggersbelangen en de Vereniging voor de Effectenbezitters (VEB) hebben meermalen kritische geluiden laten horen over het op eerste oog lucratieve beleggen via beide beleggingsmaatschappijen. Met name het feit dat beide beleggingsmaatschappijen niet onder enig toezicht vallen, maakt dat de belegger op zijn hoede moet zijn. De formules van IDS Groep en Albeco vallen noch onder de Wet toezicht beleggingsinstellingen (WTB), noch onder de Wet toezicht effectenverkeer (WTE). De WTE is niet van toepassing omdat het niet gaat om beleggen in effecten, de WTB niet omdat het transacties voor individuele beleggers betreft. De WTB, met als toezichthouder De Nederlandsche Bank, werkt alleen bij collectieve beleggingen. IDS Groep en Albeco melden beide dat de winsten uit de beleggingen belastingvrij zijn. Dat is echter allerminst zeker. Staatssecretaris Vermeend (financiën) wil het beleggingsresultaat belasten als inkomen uit vermogen. Voormalig Albeco-directeur Lagerwaard wil met behulp van fiscalisten, onder wie oud-staatssecretaris Grapperhaus (financiën), aantonen dat de huidige staatssecretaris Vermeend het mis heeft. Ook de Nederlandse Vereniging van Belastingbetalers vindt de stelling van Vermeend aanvechtbaar.

In de lobby van het luxe Haagse hotel Des Indes liggen op de stoel naast Lagerwaard een kilo papier en twee dossiers van nieuwe klanten. Ze moeten dienen als bewijsmateriaal voor zijn en Albeco's goede trouw. De dossiers - de nummers 472 en 473 duiden erop dat het aantal klanten van Albeco inmiddels richting 500 stijgt - bevatten niet alleen contracten, maar ook diamanten. Schijnbaar achteloos legt Lagerwaard de diamanten, één karaat en loepzuiver, op tafel. Hij toont de verzegeling van de doorschijnende cassettes, de beeltenis van de diamant op microfiche en hij laat het bijbehorende certificaat zien van de Hoge Raad voor Diamant in Antwerpen. Albeco zou niet over diamanten beschikken? De onderpanden ter zekerstelling van het ingelegde kapitaal in de vorm van diamanten zouden niet bestaan? Hoe komt de diamantbeurs daarbij? Met het tafereel wil Lagerwaard, een man met vele bijnamen als 'Haagse Adje' en inmiddels ook 'Diamanten Adje', bewijzen dat niet aan Albeco hoeft te worden getwijfeld. Dat de beleggingsmaatschappij de beloofde rendementen heus wel zal uitkeren en dat de onderpanden, in de vorm van diamanten, wel degelijk bestaan. Aan dat laatste wordt door de diamantbeurs stevig getwijfeld en dat niet alleen. Als er al diamanten zijn, dan hebben die zeker niet de waarde van de inleg, maar ver daaronder. En dat is riskant als iemand bij Albeco het in zijn hoofd haalt om met de buit in de tas naar de Bahama's af te reizen. Want dan resteren alleen de mogelijk minder waardevolle stenen die als onderpand zijn achtergebleven. In ieder geval één door de diamantbeurs gewaardeerde steen uit de Albeco-kluis haalde nauwelijks de helft van de door Lagerwaard en de zijnen toegezegde waarde.

Het systeem van Albeco, tot voor kort het enige in Nederland, is inmiddels gekopieerd door de IDS-Groep in Breda. Lagerwaard: “Ze hebben grote delen van de brochure overgenomen en dat geldt ook voor de contracten.” Lagerwaard zou graag zien dat de Amsterdamse diamantbeurs ook eens de tanden in de IDS-groep zette.

Hoe werkt het systeem van Lagerwaard? De Albeco-belegger stort 35 000 gulden of een veelvoud daarvan op de rekening van Albeco. Daartegenover staat een loepzuivere diamant van 1 karaat als zekerheid, die vervolgens wordt opgeborgen in een kluis. Een apart daartoe opgerichte Stichting Toezicht Vuistpand (in Den Haag) ziet toe op de nakoming van de verplichtingen van Albeco. De Albeco-belegger heeft recht op een uitbetaling van 13,5 procent rendement (bij IDS-groep zelfs 13,8 procent), behaald op twee diamanttransacties gedurende de tijd dat het geld bij Albeco is gestort. De looptijd is gesteld op drie jaar. Aan het einde van die periode wordt de gestorte hoofdsom terugbetaald. De belegger krijgt aan het einde van de drie jaar tevens 9,1 procent van de eventuele overwinst. Lagerwaard schat het belegd vermogen inmiddels op 20 miljoen gulden. “En dat is mooi in de één jaar en zeven maanden dat we bestaan.”

Lagerwaard, nog nauw betrokken bij Albeco maar als directeur opgestapt omdat vooral hij het mikpunt van de kritiek begon te worden, kiest aan de vooravond van minimaal twee kort gedingen voor een tegenaanval op de diamantbeurs: “De Holocaust bestaat niet, Albeco bestaat niet en de leden van de Amsterdamse diamantbeurs maken geen woekerwinsten op beleggingsdiamanten.” Hij laat na die eerste openingszin een stilte vallen. Hij begrijpt dat de stelling provocerend is en nauwelijks begrepen kan worden. Natuurlijk was er een Holocaust en natuurlijk bestaat Albeco, maar hoe zit dat met die woekerwinsten?

“Ik zal het uitleggen. Na ruim twee jaar Albeco zeg ik: In 1995 worden in Amsterdam, met zijn gesloten diamantwereld, argeloze diamantbeleggers en argeloze toeristen, laten we eerlijk zijn, opgelicht. We zijn er achter gekomen dat tientallen mensen, misschien wel honderden mensen, als particuliere belegger woekerprijzen moeten betalen voor diamanten. Er worden daar soms winsten gemaakt van wel twee-tot driehonderd procent.” Het bewijs daarvan volgt nog, Lagerwaard wijst op een nog uit te reiken stapeltje papieren.

Lagerwaard zegt 'per ongeluk' in de diamantwereld terecht te zijn gekomen door zijn 'vele reizen in Afrika'. Angola, Zuid-Afrika en Zaïre, de stempels van die landen staan in zijn paspoort. Op die reizen maakte Lagerwaard contact met lokale zakenlieden, maar ook met hoge regeringsfunctionarissen die belangen in de diamantmijnindustrie hebben. De contacten bleven lange tijd ongebruikt, totdat hij het idee, “zoals zoveel van mijn ideeën opgekomen in bad”, kreeg om die contacten te koppelen aan individuele beleggers in ruwe diamanten.

In een gekochte BV, Pit Beheer genaamd, bracht Lagerwaard zijn idee onder met als handelsnaam Albeco. Niet alleen Lagerwaards idee vormt de basis voor de beleggingsmaatschappij, maar ook de contacten met de diamantleveranciers in Zaïre en Angola. “Stenen kunnen niet praten. Maar wat in die landen aan stenen naar boven wordt gehaald, wordt eerst aan Albeco aangeboden. Waarom aan ons? Dat is te danken aan mijn vele connecties in Afrika. Ik kan goed met die 'Swartmannen' overweg.”

Lagerwaards handelspraktijk wordt vooral gelaakt omdat hij zo onduidelijk is over zijn zakenpartners. Hoe haalt hij toch die mooie rendementen en wie dragen daar hun steentje aan bij?

“Ik heb me in Antwerpen sterk gemaakt met vier partners, liberale joden die al acht generaties in de diamanthandel zitten. Ik ben alleen de bemiddelaar tussen de partners, de beleggers van Albeco en de leveranciers van ruwe diamanten uit Zaïre en Angola.” Wie de vier zakenpartners zijn die op de beurs van Antwerpen handelen, wil Lagerwaard niet zeggen. “Ik ben daar gek. De Amsterdamse diamantbeurs zou dat ook graag willen weten. Maar ik kan wel zeggen dat we één van hen 'grand-père' noemen. Die man is één van de acht mensen in de hele wereld die kunnen zien of een diamant afkomstig is van de linker- of de rechterkant van een rivierbedding. Dat ziet hij aan de manier waarop de steen door het water is gevormd. Die mensen, noem het maar een klein kartel, zijn geïnteresseerd in mijn rechten op eerste koop uit die velden in Zaïre en Angola. Zij hebben slijperijen in Antwerpen, Tel Aviv en New York. Ze zitten al generaties lang met kantoren in Antwerpen. Daarom zijn we ook zo sterk. De transacties lopen via het kartel. Ik ben gewoon een aanbrenger van ruwe diamant. En die krijgen we voor een hele leuke prijs. Wij doen geen transacties als we daarop geen 23 procent winst kunnen maken. En als je dat kunt, dan ben je heel erg sterk.”

Maar zijn die rechten van eerste koop op ruwe diamanten er wel? Lagerwaard diept uit de stapel papieren een accountantsmededeling op van BDO CampsObers, registeraccontants uit Utrecht gedateerd 30 juni 1995. “Achter die verklaring staan we nog steeds. We hebben geen aanleiding gezien om de verklaring te herroepen”, zegt registeraccontant J. M. Dokman, die zijn handtekening onder de mededeling zette. De registeraccountant bevestigt dat er wel degelijk 'onderhandse overeenkomsten' - dus niet vastgelegd bij een notaris - 'bestaan tussen Albeco en vertegenwoordigers van mijnmaatschappijen uit Angola en Zaïre'. Die onderhandse overeenkomsten hebben betrekking op het recht op eerste koop uit bestaande mijnconcessies, luidt de verklaring van de accountant. Niets aan de hand dus?

Jawel, zegt het College van Beroep die op 25 juli een eerdere uitspraak van de Reclame Code Commissie na een klacht van de Amsterdamse Diamantbeurs toetste. Het eerste prospectus van Albeco sprak over veel meer dan rechten van eerste koop. De brochure vermeldde: 'De Albeco-groep houdt zich bezig met het gericht verwerven van diamantconcessies. . .' en 'Albeco zorgt voor een optimale opbrengst van concessies in haar portefeuille. . .' en 'Vanwege haar diamantconcessies ligt het werkgebied van Albeco voornameljk in Afrika. . .' Rechten op eerste koop zijn iets anders dan concessies. Dus zijn die mededelingen onjuist en misleidend, luidt het oordeel van het College van Beroep onder voorzitterschap van mr. J. B. Fleers, tevens raadsheer bij de Hoge Raad.

In de nieuwe brochure van Albeco wordt overigens nog steeds over mijnconcessies gerept, naast de woorden over de rechten op eerste koop. En dat terwijl het college Albeco oproept zich voortaan te onthouden van een dergelijke wijze van reclamemaken.

Het kleine kartel, zoals Lagerwaard dat noemt, ontvangt de leveranties van ruwe diamanten in Antwerpen. Daar worden de ruwe diamanten uitgezocht. “Grofweg 87 procent gaat naar de industrie, een gedeelte gaat naar de juweliers en de grotere karaten worden gebruikt als beleggingsdiamant. En zo doen we dat. Die landen, Zaïre en Angola, hebben die dollars nodig voor hun behoeftes.”

“Voor wapens? Het zou kunnen, weet ik niet. Als ze al lange tijd oorlog hebben met elkaar, zoals in Angola, dan weet je niet waar het geld naar toe gaat.” En schaterlachend voegt hij er aan toe: “Het gaat in ieder geval niet naar het opruimen van mijnenvelden, want daar heeft minister Pronk net geld voor beschikbaar gesteld.”

De diamantmarkt wordt wereldwijd bestuurd door het Zuidafrikaaanse De Beers-concern. De Beers koopt op zeer grote schaal in, De Beers verspreidt de diamanten over de wereld en De Beers zorgt voor prijsstabilisatie door in tijden van al te grote produktie stenen in voorraad te houden. Het is nauwelijks denkbaar dat in die door De Beers gecontroleerde wereld een in omvang weinig betekenend 'kartel met Albeco' zich een weg weet te banen.

“De Beers had eerst een monopolie. Botswana heeft De Beers helemaal in handen, maar in Angola ligt dat anders. Daar heb je twee partijen die met elkaar strijden. De ene partij handelt via De Beers, maar de andere partij denkt net zoals Rusland: Als we die ruwe diamanten buiten De Beers om verkopen dan krijgen we 13 tot 30 procent meer. Stenen kunnen niet praten. Ik probeer het weleens, maar ze kletsen niet terug. Die stenen kunnen niet bepalen naar wie ze willen. Uit de mijnen komen heel veel stenen, en die komen via de paadjes, via Botswana en via Angola, maar ook via Sierra Leone naar Antwerpen gevlogen. Het monopolie van De Beers loopt zo terug.”

De verklaringen van Lagerwaard stroken op hoofdlijnen met berichten die al geruime tijd over Angola circuleren. Er zijn inderdaad ruwe diamantleveranciers die denken buiten De Beers om betere prijzen te krijgen. Maar er is ook sprake van illegale mijnbouw waarbij heel wat stenen boven de grond komen. In de geruchtenstroom circuleren verhalen over partijen stenen met een waarde van ettelijke miljoenen dollars die wekelijks over de grens gaan in de richting van Antwerpen, naar de beurs waar 50 procent van de ruwe, geslepen en industriediamant voorbij komt.

Maar er zijn niet alleen 'paden die lopen van Angola naar Antwerpen'. Vergelijkbare paden zijn er volgens Lagerwaard ook vanuit Rusland. Ook door handelaren uit dat land zijn hem 'concessies', - “nee, ik moet spreken van rechten van eerste koop” - aangeboden. “Al die kleine republiekjes daar zullen proberen buiten De Beers om stenen te verkopen. We laten wel ruwe diamanten opkopen in Rusland, maar dan onder de voorwaarde dat ze worden afgeleverd in Antwerpen. Het mag ook in Den Haag en Londen, maar niet daar.” De kans op oplichting is daar volgens Lagerwaard te groot. “Daarbij, in Rusland moet altijd betaald worden voor protectie en dit en dat. . . en je weet niet of je wordt geript. Ik hoor alleen maar ellende-verhalen uit Rusland. We hebben daarom geen dollars neergelegd voor het recht van eerste koop in Rusland. We willen daar wel kopen, maar dan hier afleveren. Partners van mij zijn zelfs zover gegaan om het in een vliegtuig te doen. Was een ideetje van mij. Een vliegtuig is internationaal terrein. We zouden twee brandkasten in het vliegtuig zetten. Eén met de diamanten en één met de dollars. Dat leek vrij safe, maar toch dorsten we het niet aan.”

De handel met de Russen mag dan misschien niet goed van de grond komen en ook wordt momenteel door alle kritiek uit de hoek van de gevestigde belangen de groei wat vertraagd, maar groei zal er zeker komen, denkt Lagerwaard en hij laat zijn fantasie de vrije loop. Een gang van Albeco naar de Amsterdamse effectenbeurs kan er wat hem betreft komen en Albeco zal ooit zo zijn doorgegroeid dat “een van de grote jongens zoals Aegon” zijn idee wel zal willen inlijven.

Maar zo ver is het nog lang niet. Maandag 28 augustus dient er een kort geding voor de Haagse rechtbank. Twee deelnemers van Albeco willen hun geld terug. Het tweetal, met als advocaat mr. J. M. Somers, heeft niet alleen Albeco gedagvaard, maar ook de Stichting Toezicht Vuistpand en de Haagse oud-notaris mr. L. C. Gambon, secretaris van de stichting. Het tweetal beleggers, dat hun verhaal volgens hun advocaat niet persoonlijk wenst te vertellen, twijfelt in hoge mate of het geld bij Albeco wel in goede handen is, nu de diamantbeurs grote twijfels heeft gezaaid over de waarde van de als onderpand dienende diamanten.

Dat mr. Somers nu optreedt voor twee ontevreden beleggers is volgens Lagerwaard het beste bewijs dat de Amsterdamse Diamantbeurs achter de actie zit. Immers, Somers is de huisadvocaat van de Amsterdamse Diamantbeurs èn van veel leden van die beurs. Somers was ook degene die de klachten over misleiding van beleggers namens de diamantbeurs bij de Reclame Code Commissie bracht. De naam van mr. Somers staat ook onder een briefwisseling over een gebeurtenis die volgens Lagerwaard het beste bewijs is dat in Amsterdam woekerwinsten worden gemaakt op beleggingsdiamanten.

De feiten: Op 14 februari meldt Albeco-medewerker M. S. Janszen, volgens Lagerwaard geboren in Korea maar opgegroeid in Nederland, zich bij Amsterdam Diamond Center met de mededeling dat hij zich een beleggingsdiamant wenst aan te schaffen. “Vijftigduizend gulden had ik Janszen en de huidige directeur van Albeco, Winnie Cornelisse, meegegeven.” De keuze viel op een diamant met een winkelwaarde van 47 000 gulden. Het tweetal bedong echter een speciale prijs van 40 000 gulden voor een loepzuivere diamant, gewicht 1 karaat kwaliteit D met het certificaatsnummer 931130801 afgegeven op 8 oktober 1993 door de Hoge Raad voor Diamant in Antwerpen.

Die diamant krijgt een speciale rol. Bij de behandeling van de klacht over de brochure van Albeco bij de Reclame Code Commissie op 15 februari van dit jaar wordt de diamant door twee door de Diamantbeurs ingeschakelde diamantairs geschat: 22 000 gulden. Op 12 juni volgt er een brief van Albeco's advocaat mr. R. Niesten van advocatenkantoor Van der Kroft. De geadresseerde is Amsterdam Diamond Center, de juwelier bij wie de diamant is gekocht. De inhoud van de brief: de koopovereenkomst moet worden ontbonden. Een verschil van 18 000 gulden is volgens Niesten niet toe te rekenen aan redelijke winstmarges of schommeling in de waarde van diamanten. De koper zou op grond van onjuiste informatie over de waarde van de steen op het verkeerde been zijn gezet, een beroep op dwaling dus. De koop moet ongedaan worden gemaakt, vindt Niesten.

Geen sprake van, zegt mr. Somers namens zijn cliënt, Diamond Center Amsterdam. Het beroep op dwaling kan volgens hem nauwelijks serieus bedoeld zijn. Immers: Albeco en zijn medewerkers hebben altijd betoogd deskundig te zijn op het gebied van diamanten en de prijzen die daarvoor betaald moeten worden. Wie deskundig is, moet weten dat er een verschil is tussen de executiewaarde van een diamant als onderpand en de winkelwaarde. Die laatste waarde wordt bepaald door de winstmarge van de juwelier die de steen verkoopt en de BTW. Dat er duizenden guldens tussen de aankoopprijs en de executiewaarde zit, is dus niet verwonderlijk.

Maar Lagerwaard zegt over meer bewijzen te beschikken dat in diamantstad Amsterdam woekerwinsten worden gemaakt. Aspirant-beleggers in Albeco boden in Amsterdam gekochte diamanten aan, maar Albeco accepteerde de diamanten niet als betaling, omdat het Amsterdamse prijskaartje niet correspondeerde met de veel lagere waarde die Albeco aan de diamanten toekende. Woekerwinsten in Amsterdam dus, vindt Lagerwaard, die Albeco inmiddels geadviseerd heeft om net als de Amsterdamse diamantairs dan ook maar in de verkoop van beleggingsdiamanten te stappen. Maar dan wel tegen een veel lagere prijs.

De rol van de omstreden diamant nr. 931130801 is nog lang niet uitgespeeld. Lagerwaard heeft nog een kort geding op stapel staan tegen de leden van het College van Beroep van de Reclame Code Commissie. Hij wil de leden hoofdelijk aansprakelijk stellen voor 9,2 miljoen gulden schade die Albeco zou hebben geleden door de uitspraak van het college. De claim is gebaseerd op een omzetverlies van 2 miljoen gulden per maand. En in dat kort geding, zo voorspelt Lagerwaard, zal het voorval met nr. 931130801 nog een rol spelen. In de Amsterdam diamantwereld wordt wat lacherig de schouders opgehaald, Lagerwaard gaat zijn gang maar.

mailIcon print |