*

 
dossier

Archief

'Christendom en Armenië kan men niet scheiden'

TON CRIJNEN − 10/01/96, 00:00

SCHIPHOL - De samenhang binnen zijn hiërarchisch versnipperde kerk versterken - dat vormt desgevraagd de voornaamste doelstelling die 'katholikos' Karekin I, sinds negen maanden hoofd van de Armeense apostolische kerk, zich stelt. De Armeense 'paus', op doorreis naar de Verenigde Staten, maakte gisteren een korte tussenstop in Nederland. Karekin: “Nu wij in Armenië bezig zijn het totalitaire stof van ons af te schudden wordt het tijd dat de mondiale Armeense geloofsgemeenschap zichzelf hervindt in gelovige eenheid en verantwoordelijkheid”.

De nipte manier waarop Karekin, een ervaren bestuurder en pastoraal bewogen kerkleider, vorig jaar april tot hoofd van de naar schatting zes miljoen Armeense gelovigen werd gekozen, illustreert enkele van de voornaamste problemen waarmee hij nu wordt geconfronteerd: staatsinmenging (de Armeense regering pushde Karekin, Moskou een andere kandidaat), gebrek aan populariteit in eigen huis (het merendeel van de Armeense bevolking zag meer in zijn tegenstrever, de bisschop van Yerevan) en sancties door Turkije (geen enkele lekenvertegenwoordiger van de Turks-Armeense kerk mocht van Ankara de 'pauskeuze' bijwonen).

Voeg daarbij de onafhankelijke koers die veel Armeense bisschoppen onder het communisme zijn gaan varen, plus problematische zaken als gebrek aan priesters en geld, en het wordt duidelijk waarom de nieuwe 'katholikos' zich zeer terughoudend opstelt wanneer hem wordt gevraagd hoe hij een en ander denkt aan te pakken. “God zal ons de weg wijzen.”

In het thuisland Armenië, waar zo'n 65 procent van de bevolking tot voor kort niet gedoopt was (“het bewind stond dit niet toe”) vindt thans een grote inhaalslag plaats. De gelovigen stromen toe en er is ook een grote aanwas van seminaristen. Karekin: “Christendom en Armenië kan men niet blijvend van elkaar scheiden.”

De Armeense kerk behoort tot de monofysitische tak van het christendom waartoe alle oosterse kerken worden gerekend die de, op het concilie van Chalcedon in 451 vastgelegde, leer verwerpen dat Christus twee naturen bezit: een goddelijke en een menselijke. Volgens de monofysiten - de Ethiopische, Koptische, Syrisch-orthodoxe, Armeense kerken - heeft de Godmens Christus slechts één phusis.

Net als de orthodoxe kerken verwerpen de monofysieten het bestaan van het vagevuur, het primaatschap van de paus en het ontstaan van de Heilige Geest uit Vader èn Zoon.

Armeense priesters mogen getrouwd zijn, maar het huwelijk moet dan wel van vóór hun priesterwijding dateren. De bisschoppen worden alleen gekozen uit de ongehuwde clerus.

Bij de eucharistieviering gebruikt men ongedesemd brood en de wijn wordt niet gemengd met water. De liturgie geschiedt in de Armeense volkstaal. Bij het kiezen van bisschoppen en bij veel andere kerkelijke zaken hebben de leken opvallend veel invloed.

De Heilige Armeense Apostolische Kerk, in 301 gesticht door Gregorius de Verlichter, was de eerste nationale kerk in de geschiedenis van het christendom. En nationaal is ze heel de lange en veelbewogen geschiedenis van het Armeense volk door gebleven. Ook nu beschouwt ze zichzelf als de ruggegraat van natie en volk.

Karekin: “ Wij roepen onze gelovigen op niet weg te lopen van de enorme culturele, economische en sociale taken waarvoor Armenië zich geplaatst ziet. De kerk dient actief bij te dragen aan de wederopbouw van ons vaderland dat, na alle ellende uit de communistische periode, ook nog geteisterd werd door aardbevingen en zich thans militair en economisch bedreigd ziet door haar buurlanden” (Rusland en Azerbeidzjan, cr).”

De ingewikkelde hiërarchische structuur van de kerk weerspiegelt de enorme uitwaaiing van het Armeense volk, een gevolg van de vele afgedwongen emigratiegolven. De kerk kent twee sterk gescheiden centra: de 'katholikosaten' van Etsmiadzin (hieronder vallen 4,5 miljoen gelovigen in Armenië, Georgië en Azerbeidzjan) en van Sis (600 000 gelovigen in Libanon, Syrië en Iran). Daarnaast zijn er de patriarchaten van Constantinopel (82 000) en Jeruzalem (7 000) die beide hiërarchisch weliswaar rechtstreeks onder Etsmiadzin vallen, maar in werkelijkheid een grote mate van zelfstandigheid bezitten.

Hetzelfde geldt voor de kerken in de diaspora (van de 1,4 miljoen Armeniërs in West-Europa en de beide Amerika's is nog steeds een belangrijk deel lid van de kerk). Het feit dat hun opperherder, de 'katholikos' van Etsmiadzin, jarenlang onder communistische dominantie leefde, heeft diens gezag geen goed gedaan. Al kreeg hij (Vasgen I, 1956-'95) in later jaren wat meer speelruimte van het regime. Ook in Armenië zelf gingen veel bisschoppen hun eigen gang, daartoe vaak aangezet door de communistische machthebbers.

De voormalige 'katholikos' van Sis, Karekin, probeert, nu hij als 'katholikos' van Etsmiadzin formeel hoofd van heel de Armeense geloofsgemeenschap is, hierin verandering te brengen en de kerk meer op één lijn te brengen. Zo was Karekin aanwezig bij de wijding van zijn opvolger in Sis, die hij sindsdien nadrukkelijk betrekt bij alle voorbereidingen voor de viering van 1700 jaar christendom (2001) in Armenië.

Karekins bezoeken aan alle collega-bisschoppen in Armenië en de rest van de voormalig Sovjet-Unie, plus zijn reis naar de VS dienen hetzelfde doel: de eenheid versterken.

Ofschoon de 'katholikos' weinig wil loslaten over de situatie van zijn kerk in Turkije (“de situatie is stabiel”) blijkt deze verre van rooskleurig. Het aantal gelovigen loopt terug en er is, zo constateerde onlangs het oecumenische persbureau ENI, een schreeuwend gebrek aan priesters. Het Armeense bisdom van Istanboel, waaronder driekwart van de Armeense gelovigen (60 000 in 38 kerken) valt, telt slechts 28 priesters en daarvan zijn er tien boven de zestig. Voornaamste reden: de regering in Ankara ontzegt de christelijke kerken, ook de Armeense, eigen seminaries.

Ooit gold de Armeense patriarch van Constantinopel (niet te verwarren met zijn Byzantijnse collega, de 'oecumenische' patriarch) als de in wezen belangrijkste figuur binnen de Armeense kerk. Dat was in de tijd vóór 1915, toen van de vier miljoen Armeniërs, merendeels christenen, ruim twee miljoen binnen de grenzen van het Turkse rijk leefden en dus onder de kerkelijke jurisdictie van de patriarch vielen. In (tsaristisch) Rusland woonden er toen slechts anderhalf miljoen.

Die getalsverhouding veranderde echter drastisch nadat tussen 1894 en 1920 1,4 miljoen Armeniërs door de Turken tijdens gedwongen volksverhuizingen waren afgeslacht. Dit als reactie op het Armeense nationalisme dat door het patriarchaat werd gestimuleerd en gesteund.

Sindsdien heeft een gestage stroom Armeniërs Turkije verlaten en is van het restant een deel 'verturkst'.

Restricties De Armeense apostolische kerk deelt ook in alle andere restricties die de oosterse kerken sinds jaar en dag, dat wil zeggen sedert de stichting van het moderne Turkije in 1923, zijn opgelegd. Zo mogen priesters op straat geen kerkelijke kleding dragen, is voor de benoeming van de patriarch goedkeuring van Ankara vereist en wordt de restauratie van oude en bouw van nieuwe kerken afgeremd.

Een en ander heeft te maken met het feit dat een groeiend aantal Turken het een anomalie vindt dat te midden van 59 miljoen moslims nog steeds een kleine christelijke minderheid (zo'n 250 000) leeft.

Mede onder druk van het toenemend moslimfundamentalisme houdt Ankara hen kort. Men kijkt daarbij met extra argwaan richting Armeense apostolische kerk omdat deze in het verleden betrokken was bij het Armeens verzet tegen de Turken.

mailIcon print |