Weten we als premiebetalers eigenlijk waar ons geld heen gaat? Parlementariërs en zelfs de minister van volksgezondheid blijken daarvan niet precies op de hoogte. De auteur is woordvoerder volksgezondheid van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer en huisarts in Amsterdam.
Immers, iedere gulden die beschikbaar is voor onze zorg moeten we vanwege bijvoorbeeld wachtlijsten en schaarste wel drie keer omdraaien. Premiegeld misbruiken om de eigen portemonnee te spekken is daarom wel het laatste dat ik van collega-dokters verwacht. Dus ook al zou het om een relatief klein aantal gaan: iedere dokter die dat doet is er een te veel.
De zojuist opgerichte Orde van medische specialisten gaf een commentaar, dat mij meer verbijsterde dan de verdenking van fraude zelf. Het leek wel of een deel van de oneigenlijke declaraties werd goedgepraat. Zo zouden sommige specialisten al die ingewikkelde tarieven niet snappen en dus wellicht fouten maken bij het declareren. Andere specialisten zouden het als een soort protest doen vanwege het feit dat hun tarieven almaar verlaagd zijn. Weliswaar laakbaar volgens de Orde, maar begrijpelijk. Slechts enkelen zouden echt creatief declareren.
Vooral zo'n 'protestactie' wekt verwondering. Ik zie al dat in een bedrijf massaal aan loonmatiging gedaan wordt om werkgelegenheid te stimuleren en dat sommige werknemers dan - om hun loon maar weer op te schroeven - oneigenlijke declaraties gaan indienen vanwege nooit gemaakte reiskosten. Als protest! Dat is en blijft toch gewoon fraude? Waarom zegt zo'n voorzitter van de orde niet gewoon: “Als de rechter dit straks onverhoopt bewezen acht, brengen deze collegae een hele beroepsgroep volkomen onterecht in diskrediet. Met dit soort collegae wil de Orde niks te maken hebben. Mochten er leden van de Orde bij zijn, dan zullen wij ze royeren.”
Een incident als dit roept de vraag op of we als premiebetalers eigenlijk wel weten waar ons premiegeld precies naar toe gaat. En of verzekeraars en toezichthouders op alle declaraties en uitgaven dat eigenlijk wel kunnen controleren. Hebben we niet een veel te ingewikkeld financieringssysteem? Staat dit incident op zich? Ik weet het niet. En ik zou dat als volksvertegenwoordiger van premiebetalers juist behoren te weten.
Hoe zit het bijvoorbeeld met alle reserves die de afgelopen jaren bij ziekenfondsen zijn opgebouwd? Een groot deel daarvan is nodig omdat ziekenfondsen steeds minder bij de overheid mogen declareren als ze over hun budget heen gaan. Maar hoeveel is er precies nodig aan zo'n zogenaamde solvabiliteitsmarge en is er inmiddels niet genoeg opgebouwd?
Wij denken het te weten, maar we weten het niet precies. Want in oktober meldde de minister van volksgezondheid de Tweede Kamer dat die hoeveelheid reserves 1,2 miljard bedroeg. Genoeg, volgens haar zeggen. Vlak voor een Nova-uitzending hierover stuurt de minister een spoedbrief naar de Tweede Kamer dat het inderdaad niet om 1,2 maar om 1,7 miljard ging. Ook de minister denkt het te weten, maar precies weten doet ze het niet.
Dat valt de minister moeilijk te verwijten: blijkbaar zitten er niet voldoende spijkerharde garanties in het systeem dat toezicht moet houden wat er met ons premiegeld gebeurt. Want daar gaat het om: niet alleen specialistendeclaraties worden uit onze premies betaald: ook de reserves worden gewoon uit betaalde premies opgebouwd. Pas halverwege dit jaar zal de ziekenfondsraad een tipje van de sluier op kunnen lichten hoe het de afgelopen jaren exact gegaan is met de opbouw van al die reserves. Want sommige reserves zijn weer ondergebracht in andere rechtspersonen dan het ziekenfonds zelf.
De specialistendeclaraties en de reserve-opbouw staan niet op zich. De ziekenfondsen van vroeger zijn nu grote concerns van allerlei soorten en maten rechtspersonen. Dat is een uitvloeisel van de door velen aanbeden marktwerking in onze zorgsector. Deze week was het opnieuw het programma Nova dat aantoonde dat er ziekenfondsen zijn die via zelf opgerichte rechtspersonen deelnemen in particuliere bedrijven. Als zo'n constructie beter en goedkoper is voor de premiebetalende patiënten, is dat een kwestie van goed ondernemen te noemen. Maar eis is dan wel dat je weet wat er met die collectief opgebrachte premiegelden van het ziekenfonds gebeurt. En dat weten we niet precies.
Wat in ieder geval niet meer op de veranderde omstandigheden is toegesneden is het toezicht op wat er met ziektekostenpremies gebeurt. Een rekenkamer en een groot toezichtorgaan (los van de ziekenfondsraad) voor de voormalig ziekenfondsen en een verzekeringskamer voor de particuliere verzekeraars lijkt niet voldoende. Er zijn allemaal ontwikkelingen gaande tussen voormalige ziekenfondsen en particuliere ondernemingen, waarbij publiek en privaat geld door elkaar heen loopt. Daar hoeft niks mee te zijn, maar we moeten het wel kunnen controleren.
Dat maakt een nadere kritische beschouwing over de rol van de overheid als controleur op de toezichthouders noodzakelijk. Dat maakt een heldere rol en taak van die toezichthouders noodzakelijk. Maar het betekent ook dat er naast vast omschreven wettelijke criteria voor toelating tot de verzekeraarsmarkt vast omschreven wettelijke (kwaliteits)criteria moeten komen waar een goede zorgverzekeraar - immers vaak een groot concern - aan moet voldoen. Daarnaast moet er een duidelijk omschreven invloed komen van verzekerden op het bestuur van zo'n verzekeraar.
Het gaat er dus om dat er niet alleen een volstrekt onafhankelijk toezichtsorgaan komt - want dat komt er, de wet wordt veranderd - dat kan controleren wat er met ons premiegeld gebeurt maar zo'n onafhankelijk toezichtsorgaan dient waterdichte mogelijkheden te krijgen dat toezicht ook daadwerkelijk uit te voeren.
De minister van financiën heeft kortgeleden een studiegroep aan het werk gezet om de verschillen tussen toezichtsclusters van banken en pensioenverzekeraars te inventariseren en de achtergronden van die verschillen in kaart te brengen. Het zou geen slecht idee zijn als de wiedeweerga de zorgsector aan die studiegroep toe te voegen. Omdat marktwerking in deze sector ontwikkelingen met zich meebrengt die ons misschien het gevoel geven dat we weten waar het geld naar toe gaat, maar in werkelijkheid het toezicht daarop soms vervagen.
Als de overheid dat toezicht niet meer kan garanderen, zou haar rol in de gezondheidszorgsector die van een harlekijn worden. Dat moet ten bate van de premiebetaler - de patiënt dus - worden voorkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.