*

 
dossier

Archief

Revival Nederlandse zwemmen

ROB VELTHUIS − 19/01/98, 00:00

PERTH - Bosbranden brengen Australië na verwoesting vruchtbare grond, zoals het Nederlandse zwemmen haar revival dankt aan totale afbraak. Niets deed denken aan het bolwerk van weleer, toen Ton van Klooster na het olympisch debacle van '92 tijdens een bewogen persconferentie de eerste schep zand op de grafkist wierp. Amper zes jaar later worden in Perth de levendige verrichtingen binnen het Nederlandse kamp nauwgezet door het buitenland gevolgd.

Waar Russen, Britten, Hongaren, Finnen en zelfs de Duitsers worstelen en maar niet meer bovenkomen, geldt Nederland ineens weer als een referentiepunt. Dat geldt niet voor de traditie van de Nederlandse vrije slag bij de vrouwen, die zaterdag slechts door Kirsten Vlieghuis met een derde plaats in ere werd gehouden. De Eindhovense -in Atlanta won ze brons op de 400 en 800 vrij- kwam een door ziekte verpest 1997 teboven, en kwam in Perth dicht bij haar olympische vorm. Nadat ze op de tribune de armen had losgeschud om getuige te kunnen zijn van de gouden race van huisgenoot Wouda, rekende ze koel af met de Duitsen Kielgass en Henke.

Het waren echter vooral de mannelijke talenten uit de PSV-vijver die de toon zetten. Natuurlijk wordt het team gedragen door blikvangers als Marcel Wouda en Pieter van den Hoogenband en Vlieghuis. Maar bij de mannen is ook het offensief in de breedte vanwege de twee estafette-medailles niet onopgemerkt gebleven. Aanstormende jongeren worden meegezogen in de slipstream.

Met goud (Wouda), zilver (Wouda en 4x200 vrij mannen) en brons (Vlieghuis, Van den Hoogenband en 4x100 vrij mannen) werden tal van gereputeerde zwemnaties in de schaduw gesteld en werd zowaar Duitsland op de hielen gezeten. “De Britten hebben per jaar viereneenhalf miljoen te verbrassen en vragen zich af wat ze fout doen”, aldus teamleider Ad Roskam. “Wij hebben 1.2 miljoen te besteden en tal van landen komen informeren naar onze werkwijze. Heel Australië wil ons hebben voor de voorbereiding op de Spelen. We kunnen dus in aanloop naar Sydney de beste plaatsen uitzoeken.”

Niets lijkt meer een probleem te vormen voor het Nederlandse zwemmen, dat zich op wonderbaarlijke wijze aan de armoede heeft weten te onttrekken. In Barcelona nam toenmalig bondscoach Ton van Klooster ontslag, ontmoedigd als hij was door gebrek aan vooral financiële mogelijkheden en de kloof die bestond tussen professional en bestuurder. Het waren in hetzelfde jaar nog twee vrijwilligers die het plan schreven dat de boel weer vlot zou trekken: Hans Elzerman en de huidige topsportcoördinator Ad Roskam.

Geld was er inderdaad nauwelijks, er werd sober begonnen en er werden duidelijke keuzes gemaakt. Met steun voor begeleidingsteam rond de schaarse talenten, die als tegenprestatie gericht voor topsport moesten kiezen. En met het stimuleren van een wisselwerking tussen bond en clubtrainers, die daarvoor altijd had ontbroken. Roskam: “De eerste twee jaar kwam het er niet uit, er waren al geluiden dat de bondscoach weg moest. Het WK van '94 was inderdaad rampzalig. De ontwikkeling bij PSV was toen de cruciale factor, met de snelle doorbraak van Van den Hoogenband. Zoals ook bij andere clubs iets ging groeien. Waardoor wij eigenlijk alleen maar voorwaarden scheppend bezig hoeven te zijn. Zes jaar geleden schreven we met z'n tweeën het beleidsplan. Nu zijn er zes, zeven, acht deskundige trainers die meedenken. Er is een heldere structuur, waarin we door full-time krachten flexibel kunnen werken. Het programma van Olympische Spelen tot WK is wel tien keer aangepast.”

Op het moment dat de KNZB het beleid radikaal wijzigde, werden bij PSV onder leiding van Cees Rein van den Hoogenband (vader van) voorwaarden voor topsport geschapen. Onder de inspirerende leiding van de jonge Jacco Verhaeren resulteerde dat in Perth in de basis voor alle vijf medailles, een gouden en twee zilveren meer dan tijdens de Spelen van Atlanta. In dat prille begin waren de faciliteiten ook in Eindhoven niet ruim. “Vanwege de beperkte mogelijkheden, zocht ik naar andere wegen”, aldus Verhaeren. Die vond hij in de trainingsliteratuur voor de atletiek. Waarin snelheid en variatie de basis vormen, waar binnen het zwemmen nog veel wordt uitgegaan van monotone omvang.

Dat oud-discuswerper Erik de Bruin er tijdens de Olympische Spelen als zwemtrainer opzien mee baarde met zijn als zwemster beperkte echtgenote Michelle Smith, verbaast Verhaeren dan ook niets. “Marcel (Wouda, red) trainde vroeger op omvang, daarmee zou hij hier nooit de 200 wissel hebben gewonnen. Ik redeneer van een andere kant dan in zwemmen gebruikelijk is. Voor alle afstanden is snelheid en variatie in training nodig. Dat iemand na tien kilometer training kapot is, zegt mij niets. Bij mij komen ze soms na drie kilometer al brakend het bad uit. Maar de kern van de zaak hier in Perth is, dat iedereen zijn eigen voorbereiding doet onder zijn eigen trainer. Dat is iets wat ik bij de Amerikanen nog altijd niet zie. Daar is de hoofdcoach nog allesbepalend.”

Verhaeren is nog niet aan het einde van zijn plannen. “Ik wil bij PSV een instituut. Geen club, maar een structuur alleen voor topzwemmen.” Ook de beleidsmakers van de zwembond zijn niet aan het einde van wensen. Nu de financiële voorwaarden voor de olympische voorbereiding geen probleem meer vormen, moet volgens Roskam “stabiliteit worden gecreëerd die moet voorkomen dat we na de Spelen inzakken, zoals bij de Zweden, Finnen en Hongaren is gebeurd. Talent is altijd een kwestie van toeval, de kunst is om het slagvaardig op te sporen en bij de juiste trainer te brengen”.

Voor de huidige top zal krachttraining extra aandacht krijgen, ziet Roskam nog winst in het verschiet met betere voeding en zal het aantal trainingskampen en internationale wedstrijden omhoog moeten. “Pieter van den Hoogenband heeft hier al aangegeven dat hij ervaring tekort komt. Dat is de kracht van Wouda, die trekt de hele wereld over. Reizen doet hem niets meer, de hand voor een finale in een ventilator steken brengt hem niet uit evenwicht en hij herstelt de fout die hij op de 400 wissel maakte nog op dezelfde dag door de estafette naar zilver te slepen. Die ervaring moet de hele ploeg opnemen.”

mailIcon print |