*

 
dossier

Archief

Giganten fuseren ten bate van lucratief onderzoek naar nieuwe medicijnen

KOOS SCHWARTZ − 03/02/98, 00:00

De mededeling dat beide concerns bezig waren met fusiegesprekken sloeg vrijdag in als een bom. Onlangs nog lekte uit dat SmithKline met Amerikaanse branchegenoot American Home Products sprak over een krachtenbundeling.

Niet bekend

Als de fusie doorgaat, is het er (weer) één die met superlatieven is omkleed. Het is de grootste ooit, waarmee de overname van het Amerikaanse telecombedrijf MCI door branchegenoot WorldCom op plaats twee komt.

Het nieuwe bedrijf, dat waarschijnlijk Glaxo SmithKline gaat heten, is met afstand de grootste medicijnenproducent ter wereld en laat (qua omvang) de naaste concurrenten, het Amerikaanse Merck en het Zwitserse Novartis, ver achter zich. Glaxo SmithKline wordt, wat beurswaarde betreft, het op twee na grootste bedrijf ter wereld. Alleen General Electric en Shell zijn groter.

Het is niet waarschijnlijk dat de Europese Unie de plannen dwarsboomt. Ondanks de enorme omvang van het bedrijf heeft het naar schatting zo'n 8 à 9 procent van de wereldmarkt voor medicijnen in handen.

Wel zal Brussel scherp toezien of de combinatie niet te dominant wordt op enkele deelgebieden. In het algemeen zijn er maar weinig overlappingen tussen de producten van Glaxo en SmithKline. Maar op een paar gebieden zijn die er wel. Zo produceren beide concerns veel middelen tegen herpes (Zovirax van Glaxo en Famvir van SmithKline) en braken (Zofran en Kytril). Niet onwaarschijnlijk is dat Brussel eist dat een anti-herpes- of anti-braakmiddel wordt verkocht.

SmithKline Beecham, dat in 1989 ontstond door een fusie van SmithKLine Beckman met Beecham, is met name groot in vaccins (zoals Havrix en Engerix-B tegen hepatitis) en antibiotica (Augmentin). Ook maakt het Tagamet (kanker) en van Paxil, dat na Prozac (van het Amerikaanse Eli Lilly) het meest verkochte anti-depressivum is.

Het grote succesnummer van Glaxo Wellcome, dat in 1993 ontstond doordat Glaxo Wellcome overnam, is Zantac (maagzweren). Verder produceert het bedrijf onder meer Imigran (migraine), Serevent, Flixotide en Ventolin (astma) en de aids-remmers Epivir en Retrovir.

Bigger is better, is hoogstwaarschijnlijk het motief voor de bundeling. De omzet van beide bedrijven tesamen bedraagt 95 miljard gulden. Gezamenlijk geven ze jaarlijks ruim zes miljard gulden uit aan onderzoek. Juist dat onderzoek is uiterst duur, maar van zeer groot belang voor de bedrijven.

Vrijwel alle grote concerns halen het merendeel van hun winst uit een klein aantal gepatenteerde medicijnen. Zodra de patenten verlopen en andere bedrijven een medicijn mogen namaken, is het gedaan met de hoge winstmarges daarop. Als geheel blijft farma overigens uiterst winstgevend.

Door de fusie kunnen de bedrijven hun kosten verder drukken, al bestrijden ze dat dat de bedoeling is. De bonden vrezen dat er zeker 10 000 van de ruim 100 000 banen verloren gaan. Die vrees lijkt gerechtvaardigd, omdat de beide hoofdkwartieren dicht bij elkaar liggen en ook op het gebied van marketing en verkoop in elkaar geschoven kunnen worden.

De koersen van Glaxo en SmithKline spoten gisteren omhoog op de aandelenbeurs van Londen. Glaxo klom met 23, SmithKline met 18 procent. In hun kielzog sleepten zij ook Zeneca mee. Zeneca, ooit onderdeel van het Britse chemieconcern ICI maar al enkele jaren zelfstandig, is een van de bedrijven die volgens analisten overgenomen kan worden door een grotere branchegenoot. De verwachting is dat de fusie tussen SmithKline en Glaxo aanleiding is voor een nieuwe golf van fusies en overnames.

Die golf, die zijn hoogtepunt had tussen 1993 en 1996, leek juist over te zijn. Vorig jaar bleef het aantal grote overnames beperkt: het Zwitserse Roche tekende voor de grootste door het Duitse Boehringer in te lijven. Ook andere Europese farma-concerns waren gisteren zeer gewild op de diverse beurzen.

Naast Zeneca worden ook het Zweedse Astra en het Franse Sanofi genoemd als bedrijven die kunnen worden overgenomen. Ook in de VS, dat in Merck, Bristol Myers-Squibb, Pfizer en American Home Products zijn grootste farmabedrijven heeft, komen enkele bedrijven daarvoor in aanmerking, bijvoorbeeld door één van die grote vier.

Verder hebben diverse chemische concerns nog goed lopende farma-takken, die verkocht kunnen worden. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Duitse Bayer (asperine), het Franse Rhone-Poulenc en ook voor Akzo Nobel dat in Organon, producent van onder meer de anti-conceptiepil, een winstmaker heeft.

Of die bedrijven hun farma-poot kwijt willen, is een andere kwestie. Zo is Akzo-topman Van Lede al diverse malen gevraagd wanneer Organon nu eens wordt verzelfstandigd. Voor de aandeelhouders zou dat prettig zijn. Als Organon zelfstandig zou worden, is de opgetelde waarde van de twee afzonderlijke bedrijven groter dan die van Akzo Nobel nu. Tot nu toe zei Van Lede echter steeds dat Organon gewoon bij Akzo Nobel blijft.

mailIcon print |