'Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde, stonden de aandelen Philips 149,60.' Deze merkwaardige zin - het begin van Cees Nootebooms roman 'Rituelen' - intrigeert. Hij verbindt twee zaken die op het eerste gezicht niet te verbinden zijn. Twee ogenschijnlijk totaal verschillende werelden worden aan elkaar geplakt: die van de economie en die van de psychologie, van de rationele mens en de emotionele mens.
De econoom zal ongetwijfeld zijn wenkbrauwen optrekken bij het lezen van Nootebooms openingszin. Hij houdt niet van psychologen en al helemaal niet van psychologie. Merkwaardig, want economie is een menswetenschap en inzichten in het menselijk gedrag zouden een integraal onderdeel moeten uitmaken van het gereedschap van de econoom, die toch een niet al te winderige uithoek van het menselijk gedrag - hoe vervul je je behoeften met schaarse middelen - bestudeert.
Desondanks is de menselijke psyche een terra incognita voor de meeste economen. Om toch uitspraken te kunnen doen over het economisch gedrag bedachten de economen een uiterst vreemde figuur: de homo economicus. Deze economische mens, die omstreeks het jaar 1700 gestalte kreeg, weegt bij elke stap die hij/zij doet bij het vervullen van zijn behoeften kosten tegen baten af. Zijn de kosten hoger dan komt hij niet in beweging. De mens als wandelende zakjapanner die voortdurend het nut van zijn handelingen meet. Kortom, in de woorden van vakbroeder Robert Heilbroner, een bloedeloze schim waarvan de hersens alleen maar kunnen rekenen. Ongeacht de omstandigheden handelt elke mens economisch steeds hetzelfde, of het nou gaat om Robinsons Crusoë op onbewoonde eilanden of de bakker op de hoek. Herkent u zichzelf hierin?
Toch is er bij recente jaaroverzichten al een paar maal de stelling geponeerd dat 1997 bij uitstek het jaar is geweest van het rationeel handelende individu. Daarbij is vooral gekeken naar de beurshausse en de bijdrage daarin van de particuliere belegger. Eindelijk zijn al die suffe spaarders wakker geworden en gaven zij via de pasverworven draagbare telefoon de bank opdracht nauwelijks renderend spaargeld om te zetten in hoogrenderende aandelen. Hoge baten en nauwelijks kosten. Het ideaalbeeld van de (neo)klassieke economen is eindelijk gerealiseerd. De illusie is na bijna 300 jaar werkelijkheid geworden.
In een tijd waarin het liberale mensbeeld de boventoon voert, is dat ongetwijfeld een heerlijke constatering, maar er klopt weinig van. Decennia lang al bakkeleien economen over het nutsbegrip. Maximering van zijn nut is het hoogste streven van de homo economicus. Maar wat is nut? Persoonlijke voorkeuren en de mate van vervulling laten zich lastig vergelijken. 'Welvaart zit van binnen' constateerde econoom Pen twintig jaar geleden.
Met de toegenomen rationaliteit van de economische mens - als je de particuliere beurshausse zo tenminste wilt afficheren - is zijn hebberigheid minstens zo hard meegegroeid en die psychische gesteldheid vertroebelt danig zijn calculerende blik. In een poging de baten te maximeren - in een jaar waarin de vleespotten voor het grijpen leken - overschrijden velen hun grenzen en krijgen het lid op de neus.
'Economie is voor vijftig procent psychologie' constateren analisten na de beursval in een poging tot verklaring van het voor hen onverklaarbare. Maar die vaststelling is nog niet tot de hoofdstroom in de economie doorgedrongen.
Als het waar is dat de beurs en haar analisten enigszins vooruitlopen op de reële economie komt het uiteindelijk wel goed. Zo niet dan wordt het eens tijd dat - nu de aandelen Philips 130,80 noteren - de homo economicus zelfmoord pleegt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.