*

 
dossier

Archief

FILMFESTIVAL ROTTERDAM

HANS KROON; PETER SIERKSMA − 18/01/96, 00:00

Lange tijd was de film gewoon de film. Natuurlijk, eerst was het zwart-wit, later kleur. Eerst stom, daarna sprekend. En natuurlijk, er waren, van meet af aan, goede en slechte films; en er was de film voor de massa en die voor een artistiekgevoelige elite. Maar verder was het een overzichtelijk medium. En wat zo aardig was, hij werd gedraaid in een bioscoop. Nu, na honderd jaar, lijkt die vertrouwde film opeens uiteen te spatten. De camera is een videocamera geworden, die kan worden aangesloten op het Net. En wat op het Net komt, komt thuis of in welke ruimte je je ook maar kunt verzinnen.

Een voorafschaduwing van hetgeen film en bioscoop allemaal in de nabije toekomst te wachten staat, is volgende week te zien op het 25e Internationale Filmfestival Rotterdam, dat op 24 januari begint. Naast 'klassieke' bioscoopfilms als 'Kids' van Larry Clark, 'Flirt' van Hal Hartley en 'Shanghai Triad' van Zhang Yimou, en nieuwere, video-achtig gemonteerde films als 'Fallen angels' van Wong Kar-Wai, is er een heel programma gewijd aan de nieuwe digitale cinemawereld van computergames, interactieve films, virtual reality machines, VJ's en videoperformances. Het programma heet 'Exploding Cinema' en is georganiseerd door Kees Kasander. Kasander was als hoofd distributie van Film International jarenlang de rechterhand van de oprichter van het festival Huub Bals, en richtte daarna met Dennis Wigman het productiebedrijf Allarts op. Totdat het bedrijf eind 1993 failliet ging, produceerden Wigman en Kasander een aantal opmerkelijke artistieke films, waaronder meerdere van Peter Greenaway zoals 'Drowning by numbers' en 'Prospero's books', 'Secret wedding' van de Argentijnse filmer Alejandro Agresti, Erik van Zuylens 'Zjoek' en 'Belle' van Irma Achten. Na het failissement gingen Kasander en Wigman als onafhankelijk producent verder, onder meer van Greenaway's laatste film 'Pillow Book', waarvan Kasander zojuist in Londen de videopresentatie heeft gezien. Hij is er nog steeds van onder de indruk. Hij noemt de film, die na het festival in Cannes ook in Nederland zal worden uitgebracht, vooral losser en minder 'dogmatisch' dan zijn vorige films.

En nu dan de ontdekkingsreis door het landschap van de nieuwe cinema. Kasander: “Emile Fallaux vroeg me om eens een inventarisatie te maken van wat er op het gebied van de nieuwe media gebeurt. Eerder heb ik in 1986 en '87 in Den Haag het 'Image and Sound-festival' georganiseerd. Daar waren toen video-kunstenaars bij betrokken, die inmiddels een grote naam hebben opgebouwd, zoals Jeffrey Shaw, nu artistiek directeur van het Instituut van de Nieuwe Media in Karlsruhe, Scott Fisher van het NASA en Perry Hoberman, de man achter de video-performances van Laurie Anderson. Dus toen Emile me vroeg, leek me dat wel wat.”

“Ik wilde eerst vaststellen waar het nu om gaat in de nieuwe media en het eerste wat ik ontdekte was dat het, zoals altijd, allemaal draait om geld. De filmindustrie wordt bepaald door een paar grote bedrijven zoals Disney, Turner en het kleinere Dreamworks van Geffen en Spielberg. Die bedrijven hebben een businessplan gemaakt, waaruit blijkt dat zij de wereld volledig digitaal willen veroveren. En dat gaat om miljarden.”

“Sinds ik me er een beetje in verdiept heb, geloof ik heel sterk dat deze bedrijven ook daadwerkelijk de toekomst gaan bepalen. Als ik naar mijn dochtertje kijk, die al elke dag naar Disneytapes zit te kijken... het is vreselijk, ik kom net bij Ian Kerkhof vandaan en die gaat voor de Vpro een programma maken over techno en die heeft een interview gehad met de Japanse high-tech muzikant Ken Ishi, die zit ook in het festival, is 22 jaar en zegt: 'Het gaat zo snel dat mijn generatie al lang niet meer weet wat de jongere generatie doet'. Twee-en-twintig! Die jongere generatie in de Verenigde Staten heeft minimaal voor vijfduizend dollar aan equipment in huis om games op te spelen. En nu al wordt het aantal games per gezin op anderhalf geschat. Dus het gaat razendsnel. Nou, stel je daar maar eens een markt bij voor en je begrijpt hoe die industrie zich aan het ontwikkelen is.”

“Het tweede verschijnsel is de compu-tv. Dit was altijd de grote vraag: wat gaat er winnen in de huishouding, de computer of de tv? En dat zie je nu in elkaar schuiven. Wat komt er centraal te staan: de compu-tv. Het materiaal is allemaal al lang in de winkel te krijgen. Dat betekent dat de spelletjes die tot nu toe gespeeld werden op computers nu op tv komen en dus op de televisiemarkt worden gegooid. Die markt is nu al heel groot. Japan, Engeland, Duitsland... Nederland is een kleine markt, dus hier duurt het nog even, maar hier komt het ook. Het voordeel van Nederland is, commercieel gezien, dat het dichtbekabeld is - dus je kunt gemakkelijk experimenteren met 'tweeweg-televisie', de mogelijkheid om film en video op aanvraag op je scherm te krijgen. Daar ligt een hele markt, daar zit het grote geld, want dat gaat per seconde bij wijze van spreken.”

Wat betekent compu-tv voor de cinema?

“Het grootste deel van het bioscooppubliek is jong, tussen de 15 en 25. Met het oog hierop denk ik dat de cinema steeds meer een entertainment-achtige business gaat worden. Disney-achtig: theme-parks, virtual reality games. Er is straks niet meer zoveel verschil meer tussen een film of een game. En dat betekent dat er voor de film zoals die hier al 25 jaar op het Rotterdamse festival vertoond wordt, een probleem ontstaat. Het zal steeds moeilijker worden een plek te vinden voor de 'betere' film. Er zijn niet zo veel filmhuizen over de hele wereld. De distributie is slecht, dus blijven ze afhankelijk van de festivals. Ik verwacht dat ook hier de tv de functie van het filmhuis zal overnemen: Van 'Honderd jaar Cinema' hebben we meer kunnen zien op televisie dan in de filmhuizen.” “Er is onlangs aangetoond dat als de mensen het nu al voor het zeggen hadden op de kabel, zij Nederland 1, 2 en 3 en RTL4 willen hebben en daarnaast een goede sport- en filmzender. Voor de rest niks. Het is dan overigens nog maar de vraag of die filmzender de interessante films ook laat zien, maar goed, het zegt wel wat.”

Dus het oude idee van bioscoopbezoek - een film zien, op dat grote doek, waarin het verhaal van A tot Z verteld wordt - valt weg?

“Ja, zowel setting als verhaal zal veranderen. De verhalen zullen inderdaad niet langer enkel van A tot Z verteld worden, maar de toeschouwer zal de kans krijgen om zelf mee te doen. Met zijn zessen gezellig schieten op een paar agenten... dat is ook een verhaal.”

Hoe ziet de nieuwe bioscoop eruit?

“Space Mountain is de nieuwste attractie in Disneyland. Dat is een reis naar de maan. En er gaat nog een heel orkest met je mee ook, want er zit een hele soundtrack bij.”

De fantasiewereld van Meliès is werkelijkheid geworden?

“Ja, zo zou je het kunnen zien.”

Aan de andere kant is het niets anders dan de Efteling.

“Dat klopt, maar dan in nieuwe vorm, een soort multi-mediaal themapark. Kijk, je moet denken aan de kermis. Een nieuw soort kermis. Het is niet zo dat de bioscoop zal verdwijnen. Zolang bedrijven als Disney goed verdienen aan projeten als 'Pocahontas' met de hele poppetjesmarkt erbij, zeker niet. Er komen alleen nieuwe dingen bij.

Film wordt meer en meer een bijprodukt. Als je weet dat er in Amerika nu al meer dan tweehonderd IMAX-theaters (theaters waar je met een bril op in een ruimte zit waar drie-dimensionale films getoond worden, red.) gebouwd worden... echt, die ontwikkeling is niet meer te stoppen. Het jonge publiek vindt die theaters interessanter. Jongens vinden het spannend om daar hun meisje te ontmoeten. Bovendien is zo'n complex voor de nieuwe filmindustrie ook interessant. Je kunt er bijvoorbeeld de spelletjes die je speelt kopen en thuis nog eens afspelen.''

Maakt die 'Disneyficiering' van de wereld niet somber?

“Nee, mensen hebben het idee dat het vroeger beter was, maar dat is ook niet zo. Wat was er in de jaren vijftig aan de bijvoorbeeld politiek betere film, niks! Er is alleen wat overkill aan audio-visueel materiaal, dat is alles.”

En die bedrijven...

“Ik vind het niet zorgelijk, het is een gegeven. Het komt gewoon. De Fransen doen er wat aan, die hebben quota en zeggen: 'Tot hier en niet verder.' Zij proberen die MacDonald's- en Disneycultuur wat onder controle te houden. Dat lukt een beetje in zoverre dat in de Franse bioscopen de eerste negen bestverkochte films Amerikaans zijn en de tiende een Franse. De Nederlanders doen dat niet, want er valt geld aan te verdienen. Wij zijn een koopmansland en dat zullen we altijd blijven.”

Zoals je het nu schetst is de kermis wat aan het veranderen, en dat is niets nieuws, want daar was Disney al lang mee bezig.

“Nou... wat wel belangrijk is in die ontwikkeling, is de overname van ABC vorig jaar. Daardoor had Disney in één klap de televisie. En wat dat betreft is er wel iets raars aan de hand. Ik hoorde vorige week dat ze in Amerika een stad willen bouwen en in die stad moet je helemaal volgens de regels van Disney leven... Dat is toch een beetje eng.

Om op het Filmfestival terug te komen. Wat is nu consequentie van dit alles voor het artistieke filmaanbod?

“Chris Dercon, de directeur van Boijmans, zei laatst tegen me: Waarom zijn er tegenwoordig zoveel donkere ruimtes in de musea waar je cinematografische dingen kunt zien? Je ziet dat de film opschuift naar het terrein van de kunst. De film komt in het museum terecht. (Glimlachend) De plek waar iedere filmliefhebber altijd hoopte dat hij zou belanden.”

Het Filmfestival Rotterdam als kunsthal...

“Een mooi voorbeeld is de nieuwste interactieve installatie van Chantal Akerman, die volgende week in Brussel in première gaat. Het project lijkt nog het meest op haar film 'News from home'. Je loopt in een donkere ruimte langs een aantal schermen en dan zie je overal mensen die staan te wachten. Er zit ook een soundtrack bij. Het geheel heeft ze weer zodanig gemanipuleerd dat je in die ruimte blijft en maar blijft kijken. Het is een spel dat zich afspeelt tussen regisseur en toeschouwer. Toch is het verschil met 'News from home' ook duidelijk. Je bent niet langer meer gebonden aan die stoel. Je kunt komen en gaan wanneer je wilt...”

Het brengt het gesprek op een van de acht thema's die Kasander in 'Exploding cinema' behandelt. No. 8: From movie place to museum.

“Wat interessant is, is dat we de directeur van het Whitney Museum uit New York, David Ross, hebben uitgenodigd om een lezing te geven over videokunst. Hij zal het onder meer hebben over het werk van Bill Viola, die overigens heel gemakkelijk switcht van film naar video en van bioscoop- naar museale kunst.”

Vervolgens lopen we aan de hand van het programmaboekje de andere zeven thema's langs, als in een museum, met Kasander als gids.

1. Music and manipulation:

“Muziek speelt een belangrijke rol in de digitale ontwikkeling. Ik noemde Ken Ishi al. Maar ook in Engeland, waar ik vaak kom, zie je dat high-tech muziek en videogame een onlosmakelijke combinatie aan het worden zijn. De toekomstige regisseurs komen dan ook niet van de filmacademie, maar van de kunstacademie of de muziekschool. Wat dat betreft zou je kunnen zeggen dat hier de discotheek de functie van de biosoop overneemt. Vooral de muziekindustrie is nu dan ook bezig met het verzinnen van beelden bij muziek, denk maar aan de videoclip of aan house of techno... Wat je in het programma kunt zien is bijvoorbeeld een virtuele nachtclub, maar ook een band als The Residents, die al heel veel obsure platen gemaakt hebben en nu met een cd-rom op de markt zijn gekomen. 'Bad day of the midway' heet die. Je komt terecht in een soort circus en daar moet je je weg vinden. Vind je die niet, dan krijg je ook geen nummer te horen.”

2.Inside the digital domain

“Wat betekent het wanneer Silicon Valley en Hollywood samengaan? Dan krijg je 'Toy Story', een totaal computer-geanimeerde film. Het is al een grote hit in Amerika. Na Pasen komt hij ook naar Nederland, maar in het programma kunnen we al een stukje laten zien. 'Toy Story' gaat over allemaal beestjes en die kun je dan ook weer in de winkel kopen. Het principe is simpel: je hoeft geen acteurs meer te betalen, je hebt de rechten dus kunt hem honderdmaal kopiëren, je kunt er computer-animatieprogramma's van verkopen, noem maar op.”

3. Games

Duidelijk. Skip.

4. The net

Zie 3. Skip.

5. Found Footage

“Wat je heel veel ziet is dat men allerlei beelden jat van de televisie en daar vervolgens iets mee gaat doen. Een voorbeeld is de Duitse produktie van Gustav Deutsch, 'Film spricht viele Sprachen'. De film duurt een minuut lang en bestaat enkel uit een hoeveelheid losse filmbeeldjes die hij op de grond ergens vond. Hij heeft die gewoon achter elkaar gezet. Dat is alles. Interessant is ook 'Spin' van Brian Springer. Hij volgde de Amerikaanse presidentsverkiezingen en maakte een compilatie van alle kandidaten die op tv verschenen en manipuleerde alles tot een zeer verrassend nieuw beeld. Maar zoals gezegd, alles gejat. Oud-programmeur van het Filmmuseum Peter Delpeut is een grote fan van 'Found footage'.

6. New ways of storytelling

“Dat onderdeel is vooral gewijd aan de interactieve film en de voorlopers daarvan. Het opmerkelijkste project hier is 'The taboo'. In Nighttown komt een platform waarop vijf mensen kunnen springen. Een soort trampoline dus. Achter het platform zijn vijf schermen opgesteld, waarop film- en videobeelden worden geprojecteerd. En hoe harder je springt, des te heftiger worden de vertoonde beelden. Spring je heel erg hard, dan krijg je bijvoorbeeld steeds hardere pornobeelden te zien, of steeds gewelddadiger scènes, waarbij mensen zichzelf beschadigen. Het is wel heftig, maar je moet het toch zien als entertainment. Het feit dat je het met zijn vijven doet maakt het wel weer leuker. Entertainment? Ja, dat is het. Het is eigenlijk niks anders dan de voortzetting van het spookhuis op de kermis.”

“Er zijn trouwens ook andere dingen te zien hoor. Een film met een open einde van Kieslowski uit 1987 bijvoorbeeld, 'Blind chance'. Of 'Clue' van John Landis uit 1985. Het is een voorloper van een typische videofilmgame, zoals je die in de toekomst kunt verwachten. Er zijn drie versies met drie verschillende eindes. De kijker mag kiezen. 'Short cuts' van Altman zou ook in dit onderdeel hebben gepast. Als een soort voorloper van een multi-lineaire manier van filmmaken.”

7. Exploding cinema...

Drie jaar geleden had je een bioscoopje in Londen met de naam 'Exploding cinema'. Het leuke van dat zaaltje was dat iedereen er met zijn filmpje onder de arm naar toe kon lopen en het kon vertonen. De kwaliteit was natuurlijk matig, maar er was grote belangstelling voor. Ook in New York is dit fenomeen razend populair aan het worden. Zo is er nu een apart 'Low Res(olution)-festival, waar al die super 8 of Hi-8 filmpjes gedraaid worden. Zelfs de dochter van Coppola doet er aan mee. Dat is grappig, want Coppola zei ooit: 'De ware democratisering van de film is voltooid als mijn dochter ook kan filmen.' Net als het geval is met Internet zijn er in korte tijd uitgebreide kringen ontstaan, waarin al die liefhebbers elkaar ontmoeten. Op donderdag 11 februari is er op het festival trouwens ook zo'n dag, waar iedereen die een aardig filmpje heeft gemaakt dat kan laten vertonen in de bioscoop.''

“Misschien heeft die drang om korte filmpjes te vertonen wel te maken heeft met een zekere nostalgie. Met een zekere weemoed naar de oorspronkelijke film. In die zin zou je het bijna als een reactie op de digitale ontwikkeling kunnen zien. Maar of dat echt zo is of niet, ik vind het leuk dat het gebeurt. Het heeft iets spontaans. Zo is er ook een video in het programma opgenomen van een meisje dat een blind date organiseerde met een Vlaamse boer. Samen trokken ze vijf dagen lang door het Franse land. Het is een heel mooi filmpje geworden.”

“Trouwens, wist je dat er ook twee filmpjes van Jarvis Cocker, de zanger van Pulp, te zien zijn?”

mailIcon print |