*

 
dossier

Archief

jeugdtheater

ANITA TWAALFHOVEN − 07/10/95, 00:00

'Wonderkanker', vanaf 10 jaar, op scholen in het land (informatie: 020-6824854).

Met enige tegenzin - mijn eigen angst? - las ik in de programmafolder: 'Wonderkanker vertelt het verhaal van een jongen van 12 jaar die kanker krijgt'. De gedachte dat ook kinderen kanker kunnen krijgen is moeilijk te verdragen.

Maar al na de intro was ik helemaal om. Pieter Tiddens - idee, tekst en spel - maakte in de regie van Ad de Bont de mooiste voorstelling rond de ziekte die ik tot nog toe heb gezien. Gezeten op een stoel tussen computers, elektronische apparatuur en een videoscherm in de foyer van jeugdtheater De Krakeling, vertelt hij bescheiden een ontroerend verhaal. De tekst bestaat vooral uit trefwoorden en korte zinnetjes, die tal van beelden en associaties oproepen. Zoals '12 droomt, 12 droomt dood, 12 stikt, 12 angst, 12 wakker, 12 schreeuwt'. Of het verslag van een eindeloze reeks telefoontjes van vrienden en bekenden: “Ik heb gehoord. Hoe nu? Moeder vertelt. 12 en kanker. Dank je wel.” Pieter Tiddens speelt en vertelt vrij ingetogen en eenvoudig en dit maakt het verhaal des te aangrijpender. De vormgeving is sober en functioneel en doet denken aan de medische apparatuur in een ziekenhuis.

In drie kwartier passeert in trefwoorden, rijmtaal, elektronische geluiden en muziek het hele scala aan gebeurtenissen en emoties rond het ziekteproces: onderzoeken, ziekenhuis, diagnoses, angst, pijn, ongeloof, hoop, wanhoop, ladingen bezoek, kaarten en telefoontjes.

Heel raak en grappig zet hij het gedrag van onhandig ziekenhuisbezoek neer. Via speakers klinkt het stemgeluid van een roddeltante. Pieter Tiddens play-backt mee en speelt de op sensatie-beluste dame. “Wat erg, want ontzettend erg”, kakelt zij. En er volgt een idioot verhaal over haar ervaring met een andere kankerpatiënt. Zij wilde op bezoek gaan, maar ja er was een modeshow en dit en dat en toen was het te laat: 'dood!'. En 'daarom kom ik nu meteen want voor je het weet gaan zij heen'. Of de oudtante die met haar gezette lijf door de ziekenkamer banjert en geen raad weet met de situatie. Om zichzelf gerust te stellen doet zij net of het allemaal zo erg niet is: 'Wat zie je er goed uit, met blosjes op je wangen!' Twaalf boft maar, want hij ligt lekker in een bed terwijl zij moet gaan werken, concludeert de tante. Als een verkeersagent met zwaaiende armen verbeeldt Pieter Tiddens het komen en gaan van het andere bezoek: 'vader, moeder, opa, oma, klas, sportclub, buschauffeur'.

Heel aangrijpend is het fragment waarin hij vertelt dat Twaalf niet meer wil eten, maar dan ineens trek krijgt in warme worst. Uitzinnig van vreugde springt vader op de fiets. Hij rijdt door weer en wind alsof zijn leven ervan af hangt. Op video verschijnen getekende dia's van een man op de fiets, een slager en een dampende worst, uit de speakers klinkt een opzwepend ritme. Maar als vader terugkomt heeft Twaalf geen trek meer. Het wordt niet duidelijk of Twaalf het redt. Misschien gaat hij dood, misschien blijft hij leven. Maar er is hoop, want het gaat beter en beter. De volgende maand moet hij terugkomen voor onderzoek.

Spel, vormgeving en tekst vloeien in 'Wonderkanker' samen tot een zeer gave voorstelling over een ziekte waar iedereen in de loop van zijn leven mee te maken krijgt.

mailIcon print |