De auteur is algemeen directeur van het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten.
Nog slechts enkele weken geleden was er tumult in de Tweede Kamer toen bleek dat onderzoek uitwees dat de CO2-doelstellingen voor het jaar 2000 wellicht niet zouden worden gehaald. Toen werd uitvoerig gediscussieerd over de hoeveelheid CO2 in megatonnen die we in 2000 zouden mogen uitstoten. Het zou wel eens meer kunnen zijn dan de 177 Mton die horen bij een doelstelling van enkele procenten minder dan de uitstoot in 1990. Maar minister Wijers kon de Kamer ervan overtuigen dat met enkele aanvullende maatregelen de doelstellingen wellicht toch te halen zouden zijn.
Geen dankbaar onderwerp overigens voor een minister van economische zaken, want als bijvoorbeeld een deel van de energie-intensieve industrie Nederland zou verlaten, hetgeen voor een minister van economische zaken een nachtmerrie moet zijn, halen we de norm ruimschoots. Omgekeerd, als buitenlandse investeerders Nederland zouden uitkiezen als zeer geschikte vestigingsplaats voor de energie-intensieve industrie, omdat we dat hier zo efficiënt en relatief schoon doen, zou de norm ver overschreden worden.
De zwakte van de absolute norm werd duidelijk zichtbaar. Daar moeten we dan ook vanaf. Dat nooit meer, hoor je de bewindsman al denken en dat klinkt nu ook door in zijn Derde Energienota.
Razernij
In die nota zijn namelijk geen nieuwe aantallen megatonnen CO2 meer terug te vinden, maar wordt gesproken van ten minste stabiliseren van de uitstoot. Dat heeft de milieubeweging tot razernij gebracht. Niet stabiliseren, maar de uitstoot reduceren is de eis die vanuit die hoek opklinkt. Waarom de ambitie zo laag gesteld en de inspanning teruggeschroefd, is daar de vraag.
De milieubeweging moet natuurlijk kritisch zijn en ze dient per definitie hoge eisen te stellen, maar ze mag daarbij niet conservatief worden. Ze zitten kennelijk nog op de lijn van de absolute CO2-uitstootnormen die allang achterhaald zijn en bestempelen dan alles wat daarvan afwijkt als niet ambitieus.
Het antwoord is dat de Derde Energienota wel degelijk ambitieus beleid op dat gebied bevat. En het is niet alleen ambitieus, het is ook realistisch.
Het ambitieuze zit hem in het feit dat de bewindsman in de komende decennia een gezonde economie wil, maar tegelijkertijd verlangt dat in 2020 er aan de vraagzijde een efficiëntie-doelstelling van 33 procent minder energie voor dezelfde prestatie gerealiseerd wordt en dat aan de aanbodzijde ten minste 10 procent van het energieaanbod uit vernieuwbare energie zal moeten bestaan.
De stelling dat alleen landen met een gezonde economie in staat zijn ambitieuze milieudoelstellingen te financieren bestempelt de minister terecht als uitgangspunt en zo'n beleid kan men toch moeilijk futloos noemen. Er zijn mij geen voorbeelden bekend van landen die ambitieuzere doelstellingen hebben geformuleerd.
Zowel de efficiëntie-doelstelling als het vernieuwbare energie-aandeel hebben een gunstige invloed op de CO2-uitstoot, maar de absolute norm op dat gebied is terecht verdwenen.
De doelstelling is realistisch, omdat bij een verdere taakstellende reductie van CO2 op de eerste plaats de economie in gevaar zou komen. Een voorstel met een dergelijke consequentie kan men van een minister van economische zaken moeilijk verlangen. Vooral als andere landen niet zo'n koers volgen, is het gevaarlijk als klein land een dergelijke overmoed te demonstreren, temeer daar het mondiale effect op het broeikaseffect nagenoeg nihil is.
De doelstelling is ook realistisch, omdat bij behoud van een gezonde economie een verdere reductie van de CO2-uitstoot alleen door inzet van kernenergie te bereiken zou zijn en daar is momenteel in Nederland geen draagvlak voor te vinden, zeker niet bij de milieubeweging.
Dapper beleid
Over al deze overwegingen bij elkaar kan gezegd worden dat het CO2-beleid in de Derde Energienota beslist een dapper beleid is. Het komt enerzijds niet tegemoet aan de krachten in de samenleving die alle CO2-maatregelen overbodig vinden en het gaat anderzijds niet in op de vaak meer dan overmoedige eisen die door de doemdenkers in onze samenleving gesteld worden. Een voorbeeld van dat laatste is het parmantige Zweedse besluit in de jaren tachtig om alle kerncentrales in dat land op termijn te sluiten. Nu het tijdstip voor het sluiten van de eerste naderbij komt, begint men zich ongemakkelijk te voelen. Vooral de vakbonden maken bezwaren hiertegen, want zij zien de bui al hangen.
Met de doelstellingen uit de Derde Energienota is nog niet alles gezegd. We hebben nog een prachtig beleidsinstrument in reserve. Immers, naast deze bovengenoemde maatregelen, die voor Nederland gelden, is er altijd nog de mogelijkheid om een wapen in te zetten dat mondiaal zoden aan de dijk zet. Dat is de zgn. joint implementation: met Nederlandse inspanning in het buitenland de CO2-uitstoot bestrijden.
In sommige regio's, zoals Oost-Europa en de ontwikkelingslanden, kunnen soms met relatief bescheiden middelen reusachtige reducties van CO2- en andere milieubelastende emissies gerealiseerd worden. Aangezien CO2-uitstoot een mondiaal probleem is, leent 'joint implementation' zich bij uitstek voor CO2-bestrijding in die delen van de wereld waar de huidige uitstoot groot is of waar bij afwezigheid van beleid de toekomstige uitstoot de pan uit zou rijzen.
In de Derde Energienota zijn geen voornemens op dit gebied opgenomen, maar wordt volstaan met erop te wijzen dat in de komende Klimaatnota het te voeren beleid over joint implementation zal worden opgenomen. Daarmee zou een forse wereldwijde CO2-reductie kunnen worden gerealiseerd zonder dat we als voorbeeldlandje onze economische ontwikkeling in gevaar brengen.
Samenvattend kan dus gesteld worden dat de Derde Energienota wel degelijk ambitieus CO2-beleid bevat. De efficiëntie-doelstelling voor 2020 is niet gering. De inzet van vernieuwbare bronnen moet op dat moment zelf het tienvoudige van de huidige inzet bedragen. En als we het niet halen of als we het toch te weinig vinden wordt kernenergie als mogelijke overbrugger nadrukkelijk in reserve gehouden worden en kan met joint implementation ook internationaal een exportbevorderende sprong voorwaarts gemaakt worden.
Het gekozen principe voor beleid is veelbelovend. De kans is dan ook groot dat er aanzienlijk meer gerealiseerd wordt dan er als beleid is geformuleerd. Misschien is zelfs de milieubeweging daarmee nog tevreden te stellen.
Achteraf bezien zou met zo'n realistische aanpak die hele kleinverbruikersheffing, die toch al niet in dit pakket past, achterwege hebben kunnen blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.