*

 
dossier

Archief

Bemiddelaar García Peña gelooft in oplossing stille oorlog Colombia

WIM JANSEN − 28/11/97, 00:00

DEN HAAG - Je zult maar bemiddelaar zijn in een oorlog waarvan maar weinigen weten dat die nog steeds in alle hevigheid woedt. Daniel García Peña zit in Colombia in die weinig benijdenswaardige positie, maar hij gaat er niet al te zwaar onder gebukt. Sterker: hij heeft zelfs de indruk dat er werkelijk vrede daagt aan de horizon.

García Peña is door de president van zijn land aangewezen om met zijn team de voorwaarden te onderzoeken voor echte vredesonderhandelingen in een al dertig jaar durende oorlog tussen schimmige partijen in schimmige streken van Colombia. Hij maakt een diplomatieke rondreis door Europa, in de overtuiging dat internationale steun essentieel is voor het welslagen van zijn werk.

Dat het in zijn land om een echte oorlog gaat, heeft hij snel uitgelegd. De strijdende partijen: linkse guerrillagroeperingen, rechtse doodseskaders, de drugsmafia en het regeringsleger. De slachtoffers: enige tientallen tot meer dan honderd doden per dag. De materiële schade: een verwoest platteland en een totaal kapotgeschoten landbouw. De psychische schade: algemene angst voor geweld en ontvoeringen.

Met één van de guerrillabewegingen, de M19, heeft de Colombiaanse regering al eens een aanvankelijk bejubeld akkoord gesloten. Maar vrede bleef uit. Waarom zou het nu dan wel lukken? García Peña: “We hebben van die mislukking twee dingen geleerd. Ten eerste dat je geen vrede in kleine stapjes kunt sluiten, je moet het in één keer helemaal doen. De guerrillastrijders van M19 werden door de anderen als verraders gezien, met alle gevolgen van dien. En ten tweede kan een akkoord niet alleen gericht zijn op ontwapening en een soort amnestie, maar moet er ook gewerkt worden aan het wegnemen van de oorzaken van die guerrilla. Dus zonder ontwikkelingsplannen vermoedelijk ook geen akkoord.” Dat betekent dat er wel heel breed overlegd zal moeten worden, dat er een soort nationale concensus moet komen over verzoening. De ambtstermijn van zittend president Samper loopt in augustus af en de onderhandelaar is realistisch genoeg om in te zien dat er voor die tijd nog geen sprake zal zijn van echte vrede in zijn land. Hij heeft daarom maar op voorhand alle waarschijnlijke kandidaten voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar bij het overleg betrokken. Maar niet alleen die, ook de vakbonden, de kerk en de in guerrillagebied actieve buitenlandse hulporganisaties zijn uitgenodigd voor de gesprekken over de vorming van een Nationale Vredesraad.

Tegelijkertijd probeert García Peñas de guerrillabewegingen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Een voudig is dat niet, want waar stuur je die uitnodiging heen? Het is geen territoriale oorlog, er zijn geen bezette gebieden die je met een witte vlag in de ene en een verzegelde brief in de andere zomaar binnenstapt. De guerrillastrijders mengen zich onder de bevolking en kunnen daar vaak rekenen op een forse dosis sympathie. En dan grijpen ze ineens hun wapens en slaan toe. Toch zijn er wel contacten, via gevangen genomen guerrilleros, door middel van radioverkeer of door directe ontmoetingen in het buitenland.

Hoewel hij door de president is aangesteld, ziet García Peñas zich als een neutraal onderhandelaar. Want hij heeft ook het nodige 'in eigen huis' te stellen. “De positie van het leger is een heel gevoelige kwestie nu. Toen president Betancur aan het begin van de jaren tachtig met zijn vredesdialoog begon, ging hij ervan uit dat je aan de ene kant de regering en het leger hebt en aan de andere kant de guerrillabeweging en de drugshandelaren. Dat bleek een vergissing, het leger ging bepaald niet soepel samen met de regering door alle bochten.”

Sterker nog: de rechtse doodseskaders, die huishielden onder de bevolking in gebieden waar de guerrillabeweging actief was, bleken rechtstreekse banden te hebben met sommige eenheden van het leger. Vandaar dat hij tegenwoordig zoveel tijd en energie stopt in overleg met de legertop. “Mijn vrouw zegt wel eens gekscherend tegen me: jij onderhandelt meer met het leger dan met de guerrillagroepen. Het leger moet snappen dat het besluit om te gaan onderhandelen een politieke stap is, waarnaar de militairen zich zullen moeten schikken. De legertop werkt nu goed samen met ons, op lager niveau wil er in de afgelegen gebieden echter nog wel eens iets misgaan. Vandaar dat wij nu werken aan nieuwe gedragsregels en strafbepalingen voor het leger. We hebben de afgelopen jaren veel vooruitgang geboekt op het gebied van de mensenrechten.”

Volgens de onderhandelaren zien zowel de grote veeboeren, die vaak de opdrachtgevers zijn van de rechtse doodseskaders, als de guerrillabeweging in dat ze niet gebaat zijn bij voortdurende strijd. De grootgrondbezitters willen weer rendement van hun grond en zijn bereid in ruil daarvoor delen op te offeren aan landhervormingen. “En de ideologie van de guerrilla wordt praktischer, in Europese ogen zijn het eigenlijk sociaal-democraten geworden.”

Drugs spelen nog steeds een rol, al is het maar omdat de guerrilla via afpersing een 'revolutionaire belasting' heft op de narcoticahandel. “Het eindresultaat van de onderhandelingen zal hoe dan ook een oplossing voor het drugsprobleem moeten bevatten”, aldus Garcá Peña.

mailIcon print |