De 'Nieuwe Kaart van Nederland' die vandaag gepresenteerd wordt, met alle bouwplannen voor de komende decennia, laat zien dat het Amsterdamse IJburg maar een miniplannetje is, vergeleken bij de tweehonderdduizend woningen die Noord-Brabant wil bouwen. Er is weinig coördinatie tussen planologen, waardoor er in 2005 geen leeg plekje meer over is.
Elke stad heeft wel z'n wethouder die geschiedenis wil maken als de tweede Wibaut, met een beroemd uitbreidingsplan op z'n naam. Dan ruikt er een projectontwikkelaar geld, spreekt men de toverwoorden 'werkgelegenheid zus, economische groei zo' en wordt er weer een wet gepasseerd, een afspraak geschonden.
Want daarom is het plan IJburg zo boos. In 1990 is er een wet aanvaard dat de ecologische hoofdstructuur van Nederland in stand zou blijven, voor open verbindingen tussen natuurgebieden, om het uitsterven van soorten te voorkomen en volbouwen tegen te gaan. IJburg vormt de eerste aanslag op die wet omdat het precies tussen Waterland en het Naardermeer ligt, het startschot geeft voor de asfaltering van heel Nederland. De echte discussie wordt zoals gewoonlijk niet gevoerd, namelijk dat er grenzen aan groei moeten zijn. Het eerste het beste moment dat 't een paar centen oplevert, wijzigen politici bestemmingsplannen. Dus IJburg ja of nee, Amsterdam breidt zich toch wel uit. Van alle kaarten van Amsterdam door de eeuwen heen zou je zo'n boekje samen kunnen stellen dat, als je er met je duim langs ritst, een filmisch effect heeft, het beeld gaat leven. In een flits zie je dan hoe Amsterdam zich in de omgeving invreet, hap hap hap. Amsterdam heeft altijd honger. Vroeger fietsten we wel eens langs wat toen nog niet plan IJburg heette, de Diemerzeedijk. Omdat het een oude gifbelt is, werd het jarenlang met rust gelaten, kwamen er alleen een paar vogelaars en verdwaalde natuurfreaks. Het was het enige stukje land in de buurt waar echt wilde natuur te vinden was. Kwam je daar in de lente, dan was het één zee van witte, roze of gele heuvels. Het stikte er van de dieren, ook wel beestjes met een rare motoriek natuurlijk, maar het was er van een schoonheid en weelderigheid die je - op Ruigoord na - verder nergens tegenkwam rond Amsterdam. Toen kwamen de bulldozers, werd het deel van plan IJburg, en zal natuur worden zoals mensen dat graag willen: sportvelden, recreatiegras en een strandje. Nu moeten we veel verder fietsen, en straks het land helemaal uit.
Ik mag graag in bouwputten neuzen, speciaal als de stadsarcheologen daar wat op te graven hebben. Je kijkt dan als het ware in het graf van de stad. In een klein stukje daarvan, want de rest ligt verscholen onder de bestaande huizen en straten. Het stemt tot nadenken om te weten dat we voortdurend lopen over verborgen herinneringen, over resten van woningen, skeletten, potten en pannen. Over levens die ooit zo levend waren als wij, en die generatie na generatie hun resten in de aarde hebben achtergelaten. Mensen die nooit hadden kunnen denken dat er honderden jaren later nog eens anderen over een putrand in de diepte zouden neerkijken op de resten van hun huis.
Dat fascineert me, niet zozeer uit nostalgie naar het verleden, maar omdat het vrede met het heden geeft. Grote vrede, want wat er nu ook gebouwd wordt, hoe bedreigend of massief dat ook is, over honderden jaren kijken anderen verbaasd op ónze resten neer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.