*

 
dossier

Archief

BRUSSELS LOF

WILLEM SCHOONEN − 03/01/97, 00:00

Ahwel, zijn de rayonhoofden reeds bijeen?, vraagt de Vlaming gniffelend. Nederland wordt weer gek. België ziet toe met een mengeling van medelijden en bewondering.

Deze Vlaming kwam met vakantie ooit door Friesland en heeft het er nóg over: ge hebt daar meer wegwijzers op het water dan op het land. Het is drie kilometer naar rechts varen naar dit en vijf kilometer naar links voor dat, maar hoe ge moet ríjden om ergens te komen staat er niet.

Mooi land, hoor. Maar als hij een volwassen Fries op zijn knieën ziet liggen om met gezag de dikte van het ijs te meten, kan hij een glimlach niet onderdrukken.

De ijsbaan duikt op als mode-artikel in de Belgische steden. Zelfs op de Grote Markt in Brussel ligt er een. Je kunt er schaatsen huren en ongemakkelijk kleine rondjes draaien. Het natuurijs laat de Belg goeddeels links liggen.

Op een kwartiertje van Brussel ligt Genval, een meertje verscholen tussen de heuvels van de druivenstreek rond Overijse en Hoeilaart. Ooit een idylle, nu omringd door halve kastelen en hele villa's. Maar, prachtijs.

We zijn tijdens de kerst al eens voorzichtig gaan kijken. Een spiegel. Zag er betrouwbaar uit, maar er was nog geen kip op. Ook wij waagden het niet. Je wordt in België voor je het weet door de rijkswacht van het ijs gehaald, al is het een meter dik. Hier meldde een bord dat het ijs op eigen risico wordt betreden, maar geen mens had het nog aangedurfd.

Een rayonhoofd had ons moeiteloos kunnen zeggen of we de schaatsen konden onderbinden. Maar die was in geen velden of wegen te bekennen. Het leven valt niet mee zonder rayonhoofd, temeer daar mijn vrouw mij nadrukkelijk verbiedt af te gaan op mijn intuïtie en jarenlange Hollandse ijservaring.

Toen we twee dagen later terugkeerden was in Genval de pret in volle gang. Iedereen was op het ijs. En niemand had schaatsen onder, op een enkele verdwaalde Canadees met ijshockeyschaatsen na en wat opgetogen Hollanders.

De rijke francofone Belgen wandelden op het ijs zoals zij dat onder normale omstandigheden door de bossen doen: statig, met stok. De jongere gasten hadden alles uit de kast getrokken en naar Genval gesleept: sleeën, mountainbikes, versleten surfzeilen waaronder in de haast een knullig plankje met ijzers was getimmerd. Maar, geen koek, geen zopie en vooral geen schaatsen!

De Belgen stonden midden op het spiegelende meer wat te kletsen, terwijl hun wat al te dolle kinderen met de koppen op het ijs stuiterden. Wat er op de gladde ijzers voorbijscheerde was import.

Onbegrijpelijk. Deze zomer is het rolschaatsen een ware rage geworden. Op de bekende wandelplaatsen ziet het zwart van de skeelers. Toegegeven, ook dát zijn niet allemaal Belgen, maar mensen die wij doorgaans 'euro-trutten' noemen, de vrouwen van Europese ambtenaren die België gedurende een paar jaar met hun aanwezigheid verblijden.

Met knallende lippenstift, een flitsend truitje en dito sjaal stappen zij hun Audi uit en binden een paar van die peperdure zwarte dingen onder met vier wieltjes op een rij. Wat volgt is tranentrekkend: na de eerste slagen is het een ellendig hoopje haute couture. Hun uitgestreken smoeltjes verraden dat het hun niet om de slag gaat maar om de trend.

Nu er eindelijk natuurijs ligt en iedere Nederlander de skeelers als surrogaat terzijde schuift, zijn ze nergens te bekennen. Of toch, in de straten rond het meer van Genval rijden er een paar, nog voorzichtiger dan anders, omdat het heeft gesneeuwd.

Ze verlangen naar het voorjaar.

mailIcon print |