Bij alle acties tegen Peter R. de Vries is het vooral interessant of de Raad voor de journalistiek de klacht van de FNV tegen de maker van het RTL 4-programma 'Peter R. de Vries, misdaadverslaggever' in behandeling zal nemen. Zijn zijn onthullingen over de gestolen LRT-tapes wel een journalistieke productie? Of hebben we hier te doen met een gevaarlijke vorm van entertainment, waar de gewone rechter zich maar mee moet bemoeien?
Het was niet de eerste keer dat De Vries in het bezit was van gestolen waar en daar als tv-maker bij een commercieel station zijn voordeel mee deed. In zijn jongste uitzending zweeg hij zelfs helemaal over de wijze waarop hij de tapes had verkregen en maakte hij verder op geen enkele wijze duidelijk, of het hier niet ging om een door criminelen bewerkte en beperkte versie van het gestolen kladblok van het Landelijk rechercheteam.
De schandalig incriminerende wijze waarop iedere bekendere Nederlander die op wat voor wijze dan ook terecht is gekomen tussen de aantekeningen van het LRT aan de schandpaal werd genageld, had niets met volwassen, laat staan verantwoordelijke journalistiek te maken. De Vries had de waarde van dit soort aantekeningen kunnen kennen uit heel andere zaken waarbij journalisten betrokken waren en hun kladblok niet ter beschikking van justitie stelden, omdat rijp en groen er door elkaar staan.
Rijp en groen, dat bevatten de LRT-tapes, groen in overmaat.
Maar het belangrijkste was vooral: ten dienste van wie werden de gestolen aantekeningen van het LRT geopenbaard? De Vries deed daar geen uitspraak over. Wij kunnen daar, gezien de herhaalde gang van zaken, slechts de somberste vermoedens over hebben. Een somberheid die versterkt wordt door het feit dat het programma van De Vries, afgelopen maandagavond niet meer dan een doorgeefluik voor het criminele circuit, als journalistieke productie gepresenteerd werd. De Vries moet zich maar geen journalist meer noemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.