Van onze verslaggevers GRONINGEN - Het Openbaar Ministerie in Leeuwarden had aanzienlijk zwaardere straffen kunnen eisen tegen de drie mannen die dinsdag in de zaak Tjoelker zijn veroordeeld wegens openlijke geweldpleging. Dat zeggen de Friese advocaat W. Anker en de Groningse hoogleraar strafrecht G. Knigge. “Een wetswijziging is absoluut niet nodig”, aldus Anker.
“Opzettelijke zware mishandeling de dood tot gevolg hebbend, waarop een maximumstraf van tien jaar staat, was qua bewijs veel eenvoudiger te construeren geweest dan het door het OM geprobeerde openlijke geweldpleging de dood tot gevolg hebbend”, zegt de raadsman van de dinsdag veroordeelde P. W. en de aanvankelijke vierde verdachte D. S. Andere mogelijkheden waren volgens hem geweest:“zware mishandeling” (acht jaar) en “gewone mishandeling de dood tot gevolg hebbend” (zes jaar).
Anker begrijpt niet waarom het OM deze delicten niet (ook) ten laste heeft gelegd. “Hans (zijn broer, eveneens advocaat) en ik roepen altijd dat het verstandig is om voor zoveel mogelijk ankers te gaan liggen”, zegt hij. “Wij waren uiteraard niet ontevreden met de tenlastelegging, maar het OM had de kerstboom zeker meer kunnen optuigen.”
Dat het OM dat niet heeft gedaan, zou te maken kunnen hebben met het automatisme dat heerst in een log apparaat als het OM, om naar het delict openlijke geweldpleging te grijpen, zegt hoogleraar Knigge. Openlijke geweldpleging, artikel 141 in het wetboek van strafrecht, heeft volgens de hoogleraar in beginsel een lage bewijseis. “Je hoeft alleen vast te stellen dat iemand heeft meegedaan. Maar als men strafverzwarende omstandigheden wil aanvoeren, zoals 'zwaar letsel' of 'de dood tot gevolg hebbend', wordt de bewijslast juist heel moeilijk, omdat dan wel moet worden aangetoond wat het persoonlijke aandeel van de betrokkene is geweest.”
Het parlement had bij de totstandkoming van het wetboek van strafrecht, in de vorige eeuw, grote moeite met de invoering van het delict 'openlijke geweldpleging', dat oorspronkelijk is bedoeld om ordeverstoringen strafbaar te stellen. Knigge: “Er was veel discussie over de collectieve aansprakelijkheid die dit artikel in zijn 'kale vorm' met zich brengt. Je kunt er alle raddraaiers mee over een kam scheren. Om daar een rem op te zetten is afgesproken dat de bewijslast bij strafverzwarende omstandigheden per individu moet worden geleverd.”
Ook Anker wijst erop dat openlijke geweldpleging met de dood als gevolg een 'duivelsbewijs' vergt. De zaak Tjoelker heeft dat nogmaals laten zien. Hoewel het OM de twee hoofdverdachten primair van openlijke geweldpleging de dood als gevolg hebbend had beschuldigd, moest de officier van justitie tijdens de behandeling van de strafzaak door gebrek aan bewijs vrijspraak van dit feit vragen. Wie van de verdachten de fatale trap of schop heeft gegeven, kon niet worden vastgesteld.
Niet alleen spreken verklaringen van verdachten en getuigen elkaar tegen, ook is niet duidelijk geworden welke trap, schop of combinatie daarvan het fatale hersenletsel bij Tjoelker heeft veroorzaakt. Zodoende bleef openlijke geweldpleging over. Daarop staat een maximum van 4,5 jaar. De officier eiste drie jaar. De rechter gaf de 27-jarige P. de W. en de 25-jarige M. ten C. twee jaar, waarvan acht maanden voorwaardelijk.
- Vervolg op pagina 3.
'Zinloos geweld zwaarder straffen' PvdA wil bescherming voor burgers die optreden tegen wangedrag VERVOLG VAN PAGINA 1
Dit vonnis heeft grote opschudding veroorzaakt in de samenleving. Ook de rechtbank zelf lijkt er moeite mee te hebben gehad. In het vonnis over de twee hoofddaders nam de rechter een passage op, waarin wordt benadrukt dat de rechtbank gebonden was aan de richting waarin het OM het proces heeft gestuurd: “Uitsluitend het OM bepaalt de inhoud van de dagvaarding en doet daarmee in beginsel een keuze met betrekking tot de ernst van het betreffende delict (...). De wettelijke marge waarbinnen de rechter de strafmaat kan vaststellen wordt dus door het OM gemaakt.” Anker noemt deze passage, die veel weg heeft van een uithaal naar het OM, opmerkelijk.
Dat het OM zich heeft beperkt tot openlijke geweldpleging was volgens Knigge overigens niet alleen onhandig wat betreft de bewijslast, maar lag ook gezien de aard van de zaak niet voor de hand. “De reden dat de rechtsorde is geschokt door de dood van Tjoelker is niet omdat daarmee de openbare orde is verstoord, maar heeft alles te maken met wat het slachtoffer is aangedaan”, zegt Knigge.
Hij wijst erop dat door een wetswijziging van anderhalf jaar geleden de tenlastelegging voor een hoger beroepszaak kan worden bijgesteld. “De enige voorwaarde die daaraan is verbonden, is dat het over dezelfde feiten blijft gaan.” Hoewel de wetswijziging 'eigenlijk is bedoeld om kleine fouten in de dagvaarding te herstellen', lijkt aanpassing van de dagvaarding hem strikt genomen ook in andere situaties toegestaan. Op dit punt bestaat geen jurisprudentie. Het OM in Leeuwarden, dat binnen twee weken besluit of het in hoger beroep gaat, wilde gisteren niet ingaan op de kritiek. “Wij beraden ons nog op een reactie”, aldus een woordvoerder.
Slachtofferhulp Nederland heeft minister Sorgdrager van justitie gisteren per brief verzocht een onderzoek in te stellen naar de rol van het openbaar ministerie in de zaak van Meindert Tjoelker. Volgens Slachtofferhulp is Justitie te kort geschoten in het zorgvuldig informeren van de nabestaanden over de vrijlating van de verdachten en over het afzwakken van de aanklacht tegen de drie verdachten in de zaak. De belangenorganisatie baseert zich op contacten die ze met familie en nabestaanden van Meindert Tjoelker heeft gehad. Het openbaar ministerie neemt deze mensen niet serieus, vindt Slachtofferhulp.
De PvdA-fractie in de Tweede Kamer wil zwaardere straffen voor zinloos geweld. De Kamerleden Van Heemst en Kalsbeek overwegen hiervoor een eigen wetsvoorstel in te dienen, maar wachten eerst af of minister Sorgdrager van justitie zelf een voorstel komt.
De PvdA wil zwaardere straffen mogelijk maken in gevallen waarbij het geweld een reactie was op de moed en burgerzin van het slachtoffer om mensen aan te spreken op wangedrag. Die omstandigheid, waarvan in de zaak Tjoelker sprake was, moet kunnen leiden tot een zwaardere eis en een hogere straf. Van Heemst zei te denken aan een strafmaat van minstens zes jaar. Nu staat op openlijke geweldpleging een maximum van 4,5 jaar.
“Als de overheid burgers oproept om niet in hun schulp te kruipen, dan heeft de wetgever ook de verplichting om mensen die hieraan gehoor durven te geven extra strafrechtlijk te beschermen”, vindt Van Heemst. Hij vroeg Sorgdrager vorig jaar al om een voorstel. De minister voelde er toen niet voor. Het strafrecht zou voldoende mogelijkheden bieden om zinloos geweld aan te pakken. Maar volgens Van Heemst gaat dat, zoals in het geval-Tjoelker, niet altijd op.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.