AMSTERDAM - Begin jaren zeventig waren er al signalen dat ex-pastor Adriaan B. van camping Het Grote Bos in Doorn seksuele belangstelling had voor kinderen. De vader van een misbruikte jongen stelde een ex-directeur van het recreatiecentrum op de hoogte.
Dat zegt één van de slachtoffers van seksueel misbruik. Met die informatie is volgens hem echter niets gedaan. B. werd in 1974 zelfs benoemd tot recreatieleider op Het Grote Bos, een functie die hij tot 1978 vervulde. Daarna bleef hij op het campingterrein wonen en gingen de pedoseksuele contacten gewoon door. Ook toen B. later bij het hervormde vormingscentrum 'Kerk en Wereld' in Driebergen ging werken, heeft hij zijn seksueel misbruik op Het Grote Bos kunnen voorzetten.
Volgens één van de slachtoffers die vorig jaar aangifte deden tegen B., is begin jaren zeventig ds. R. Kuijlenburg, kort nadat deze bij Het Grote Bos als directeur was vertrokken, op de hoogte gebracht van de pedoseksuele gedragingen van B.
Adriaan B. stond model in het omstreden pleidooi voor een discussie over pedofilie van ds. L. van Drimmelen, zaterdag op de Podiumpagina van Trouw. De ex-pastoraal werker van Het Grote Bos werd afgelopen najaar door de Utrechtse rechtbank tot 2,5 jaar veroordeeld wegens seksueel misbruik van jongens. Over een periode van ongeveer 25 jaar zou B. minstens dertig kinderen hebben misbruikt.
Kuijlenburg, die net als B. was opgeleid tot 'wika' (werker in kerkelijke arbeid), werd later hervormd predikant in Maas en Waal. Ds. Kuijlenburg bevestigt dat hij begin jaren zeventig is benaderd door een vader die zei sterke aanwijzingen te hebben dat zijn zoontje door B. was misbruikt. “Ik was toen al geen directeur meer van Het Grote Bos. In het gesprek met de vader kwamen we tot de slotsom dat hij ernstig met B. zou gaan praten. Ook vonden we dat we B. niet moesten laten vallen. Ik heb overigens geen moment aan het verhaal getwijfeld, omdat ik de familie waaruit die jongen kwam goed kende. Maar we hebben het als een op zich zelf staand incident beschouwd.”
Kuijlenburg heeft daarom zijn opvolger bij Het Grote Bos, T. Rijks, niet van het gesprek op de hoogte gebracht. “Het is niet bij me opgekomen. B. was destijds gewoon een gast op Het Grote Bos. Hij was toen niet in dienst van de organisatie.” Niet lang daarna werd B. benoemd tot recreatieleider.
Tijdens de rechtszitting tegen Adriaan B. afgelopen november, gaven de slachtoffers een verklaring uit waarin zij zich afvroegen hoe het kon dat de man zo lang ongestoord zijn gang kon gaan op Het Grote Bos. “Waarom heeft nooit iemand iets gedaan om deze man te stoppen.”
De vraag leeft ook bij C. Otto, van 1978 tot 1991 directeur van Het Grote Bos. Maar hij moet het antwoord schuldig blijven. “B. was gast op ons terrein, hij had er een huisje, hij was voorganger in de zondagvieringen. Hij had veel recreatieve kwaliteiten. Hij kon mooie liederen zingen waarbij hij zichzelf op de gitaar begeleidde. Hij deed veel vrijwilligerswerk bij ons. Maar in die dertien jaar dat ik er heb gezeten, heb ik nooit, nooit enig signaal gehad over seksueel misbruik. Wij kwamen bij hem thuis, hij kwam bij ons. Zijn deur stond altijd open. Zijn wereld was Het Grote Bos. Hij was voor meerdere gezinnen een huisvriend. Ik vind het verschrikkelijk dat onder deze dekmantel deze dingen konden gebeuren.”
Ook G. Rooker (58), directeur van 1971 tot 1978, zegt nooit iets te hebben gemerkt. “Ik hoorde mevrouw Van Setten, moeder van drie misbruikte jongens, op televisie vertellen dat B. meer dan twintig jaar kinderen zou hebben misbruikt op Het Grote Bos. Toen ben ik me kapot geschrokken, want ineens realiseerde ik me dat het dus ook in mijn periode moet zijn doorgegaan. Ik heb vannacht niet geslapen, want opeens kon ik zo tien kinderen voor de geest halen met wie het gebeurd kan zijn.”
Rooker herinnert zich dat hij midden jaren zeventig eens in een discussie met B. verzeild raakte over pedofilie.
“Er had iets over pedofilie in de krant gestaan en B. zei: 'Ach, er wordt zo'n drukte over gemaakt, het is nooit aangetoond dat kinderen beschadigd worden door contact met een pedofiel. Ik heb zelf in mijn jeugd ook een seksuele relatie gehad met een oudere man en daar ben ik op geen enkele manier slechter van geworden.' Daar ben ik toen tegenin gegaan. Maar de gedachte dat hij zelf zich schuldig maakte aan dit soort praktijken, is nooit bij me opgekomen.”
Rooker zegt gepokt en gemazeld te zijn in de hervormde kerk. Hij heeft tijdens zijn 40-jarig dienstverband tal van functies bekleed, de laatste vijf jaar als voorzitter van de centrale ondernemingsraad van de kerk. Rooker is, nadat hij werd beticht van een buitenechtelijke relatie met een kerkfunctionaris, abrupt opgestapt. Hij heeft de hervormde kerk de rug toegekeerd. “Veertig jaar werken binnen de kerk is de beste opleiding om onkerkelijk te worden”, vindt hij.
De ex-directeur van Het Grote Bos heeft wel een verklaring voor het feit dat B. jaren achtereen ongestoord kinderen kon misbruiken. “Het heeft met de kerk en met geloofsbeleving te maken. Mensen zoals B., die binnen een geloofsgemeenschap een functie vervullen, identificeren zich na verloop van tijd niet meer met mensen maar met God. Ze voelen zich boven de mens verheven. Zo iemand was B. Ik ben altijd al tegen die geloofsgemeenschap op Het Grote Bos geweest. Het was een beetje een griezelig clubje. De groep sloot anderen sterk uit. Als je niet meedeed, deugde je niet. B. palmde mensen in, hij was charmant, tolerant, wellevend. Hij wist hoe hij het moest inkleden. Hij kende de trucs. Hij pakte de vrouw van een echtpaar in, de man had daar nooit zo veel moeite mee want algemeen werd aangenomen dat B. homoseksueel was. Zo werd hij huisvriend. En die kinderen durfden nooit iets tegen die man te ondernemen omdat hij door hun ouders zo op handen werd gedragen en zo'n kind wilde dat zijn ouders niet afnemen.”
Rooker weet nog dat B. een keer in zijn huisje werd betrapt toen hij seks had met een zestienjarig meisje dat op de camping verbleef. Maar ook toen gingen er bij hem geen belletjes rinkelen.
Dominee Kuijlenburg, die sinds vorig jaar met emeritaat is, zegt grote moeite te hebben met de 'sfeer van haat', die er de afgelopen maanden rondom de persoon van Adriaan B. is ontstaan. “Voorop gesteld, ik vind het verschrikkelijk wat er met deze kinderen is gebeurd. Ik vind het ook goed dat B. door de rechter is gestraft. Dit moest op tafel. Maar los daarvan is B. wel iemand die door de slachtoffers en hun gezinnen jarenlang op een ongelooflijk voetstuk is gezet. Ze adoreerden hem, een bruiloft of verjaardig zonder Adriaan B. was niet compleet. Dan vind ik het toch wat moeilijk verteerbaar dat die onvoorwaardelijke bewondering nu is omgeslagen in diepe haat. Dat kan ik moeilijk rijmen met de kerk en de christelijke gemeenschap. Dat houdt mij enorm bezig. Ik zal B. dan ook zeker niet laten vallen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.