De Tweede Wereldoorlog mag achteraf niet versimpeld worden tot een kwestie van goed of fout. Met zo'n simplificatie wordt onrecht gedaan aan de beperkte groep van mensen die zich opwerkten tot helden en mensen die voor hun vrijheidsideaal gestorven zijn. En het doet helemaal onrecht aan de mensen die slachtoffer werden van de oorlog en van het nationaal-socialisme. Tussen aanwijsbaar goed en bewijsbaar fout, ligt een breed terrein, waarop zich de meeste mensen tijdens de oorlog bevonden. Op dat brede terrein kan en mag de scheiding tussen goed en fout niet simpelweg, en vijftig jaar later, gemaakt worden aan de hand van kleine aanwijzingen, een overtuiging, die later heeft postgevat, en een oordeel achteraf.
De Franse president Mitterand staat sinds de verschijning van een boek 'Une jeunesse française', waarin zijn Franse jeugd uit de doeken wordt gedaan, midden in de discussie over goed en fout in de oorlog. Maandagavond verdedigde de zieke, maar dat doet in deze kwestie niet ter zake, president zich voor de televisie. Hoewel, verdedigen is niet het goede woord. Met zijn toelichting op zijn jeugd, het Frankrijk van de jaren dertig en veertig, zijn overtuiging en zijn gedragingen, toen en later, maakte Mitterand overtuigend duidelijk dat hij niet fout was, in de betekenis die daar tegenwoordig licht aan wordt toegekend. En hij toonde vooral aan, dat de mensen van deze eeuw niet eenvoudig terug te brengen zijn op een kwestie van goed en fout tussen '40 en '45.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.