Van een onzer verslaggevers UTRECHT - Het tijdstip waarop de blus-helikopter werd gepresenteerd, had niet beter kunnen worden gekozen, met de brand in de NS-flat in Utrecht vorige week en in de toren van Oisterwijk afgelopen woensdag. Maar komen zulke branden vaak genoeg voor om een vliegende brandbestrijdingseenheid te rechtvaardigen?
De Maarssense brandweercommandant J. Ruibing dénkt het wel, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Want als de presentatie van het nieuwtje gisteren iets duidelijk maakte, dan is het wel dat er weinig duidelijk is. Zo is het de bedoeling dat de blusset onder politiehelikopters komen te hangen, terwijl deze tot nu toe slechts is gecertificeerd voor een type helikopter dat de Nederlandse politie niet gebruikt. Verder is de methode getest op kleine brandjes van aangestoken pallets, maar onbekend is wat het effect van de methode op grote branden is, om maar te zwijgen over de draaiende rotorbladen die bijna gebluste branden weer kunnen aanjagen. En rest de vraag wie het in de heli voor het zeggen krijgt. De politie, of toch de brandweer?
De brandweercommandant van Maarssen wordt steeds vaker geconfronteerd met volle wegen én steeds hogere bebouwing. En ook het Amsterdam-Rijnkanaal loopt door zijn gebied. Hij moet een uur wachten tot een blusboot uit Utrecht een brandende tanker in Maarssen heeft bereikt. Zelf heeft hij geen mogelijkheid het water op te gaan. Kortom: Ruibing kan de brand soms niet bereiken.
Volgens Ruibing komt hij een keer per twee weken een situatie tegen waarbij brandbestrijding uit de lucht een uitkomst zou kunnen zijn. Daarom zocht hij contact met de fabrikant die Ifex-apperatuur maakt, waarmee slechts een geringe hoeveelheid water onder grote druk naar de brandhaard wordt gespoten. De nevel die het apparaat als een lama uitspuugt, blijkt zeer effectief. Eén schot is gelijk aan 3 000 liter normaal bluswater. De set met twee voorraadtanks van ieder 155 liter is vervolgens onder een helikopter gehangen.
Video-opnamen tonen brandjes die met succes in één schot worden gedoofd en laten zien hoe de helikopter, hangend boven een rivier, zelf zijn reservoirs bijvult. Maar grote branden komen in het verhaal niet voor, terwijl de blus-heli ook regelmatig misschiet. Volgens de politieman W. Kaihatu die de helikopter bij de proeven bestuurde, zou de bemanning niet afhankelijk moeten zijn van aanwijzigingen door brandweerpersoneel op de grond. Een camera tussen de bluskanonnen en apparatuur die de brandhaard detecteert, zou de heli zelfstandiger moeten laten functioneren. Maar commandant Ruibing heeft daarbij zijn twijfels. Volgens hem moet de brandweercommandant ter plekke bepalen hoe er wordt geblust en niet de heli-bemanning. Een proef op Schiphol zou zulke prangende vragen moeten beantwoorden. Maar zo'n experiment van anderhalf jaar kost 800 000 gulden. En die zijn nog niet beschikbaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.