Vijftig jaar terug, op zaterdag 3 maart 1945, wierpen 56 Engelse bommenwerpers hun dodelijke vracht, bedoeld voor de vernietiging van lanceer- en opslagplaatsen van de Vergeltungswaffen 1 en 2, per ongeluk af boven het Haagse Bezuidenhout. Deze vergissing van de Engelse Royal Air Force, die meer dan vijfhonderd mensen het leven kostte, wordt vandaag op initiatief van de Stichting 3 maart '45 - '95 uitgebreid herdacht.
Dat heeft er veel, zo niet alles mee te maken dat het niet leuk is te worden herinnerd aan het feit dat door fouten van de Engelsen in de nadagen van de oorlog een statige Haagse wijk grotendeels in een ruïne werd herschapen. Niet lang daarna trokken de Engelsen als bevrijders ons land binnen en de animo om dan nog over een 'foutje' te blijven praten, bleek bij de meeste mensen gering.
De laatste jaren werd het bombardement herdacht bij het monument 'De vergissing', dat in 1991 aan de achterzijde van het nieuwe ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid werd geplaatst. Het groepje mensen dat naar het kunstwerk kwam, werd elk jaar kleiner en vorig jaar ontstond bij enkele buurtbewoners het idee van de vijftigste herdenking een grootscheepse gebeurtenis te maken. Want, zo meenden de initiatiefnemers, de geringe opkomst heeft niets te maken met de behoefte van nabestaanden en overlevenden om de ingrijpende gebeurtenis van vijftig jaar terug te herdenken.
Direct na de oprichting van de stichting liep het storm. Jeanette Doll, voorzitter van de stichting: “Honderden mensen hebben zich bij ons gemeld met verhalen over de drama's die zich hebben afgespeeld. Veel van die verhalen hoorden we van meerdere mensen, stemden met elkaar overeen. Mensen zijn blij dat ze eindelijk hun verhaal kwijt kunnen en dat wordt erkend wat een vreselijke gebeurtenis het bombardement was.” Volgens secretaris Evert Tjeenk Willink gaat het daarbij niet alleen om 'stokoude' mensen die het bombardement hebben overleefd: “Ook mensen die toen kind waren en nu in de vijftig zijn, hebben nog last van de gevolgen en kunnen er bijvoorbeeld nog steeds niet tegen wanneer er een vliegtuig overkomt.”
Het Bezuidenhout, van het centrum van Den Haag gescheiden door het in 1870 voltooide Rhijnspoor, dankt zijn naam aan de ligging aan de zuidzijde van het Haagse Bos. Rond de eeuwwisseling verrees er een rustige wijk, met grote pleinen en plantsoenen, en statige huizen waar veel buitenlandse vertegenwoordigers woonden. Ook de overheid vestigde er diensten en in 1917 werd aan de Bezuidenhoutseweg het eerste ministerie (van landbouw, handel en nijverheid) in de wijk geopend.
Dichtbevolkt
In de herfst van 1944 was de wijk dichtbevolkt. Wassenaar en Haagse wijken als Scheveningen, Benoordenhout en Statenkwartier waren Sperrgebiet, waaruit de bevolking was verdreven. Veel evacué's hadden hun intrek genomen in het Bezuidenhout. Op 8 september 1944 was vanuit Wassenaar de eerste V-2 richting Londen gelanceerd en in de maanden daarna werden vanaf lanceerplaatsen in Den Haag en omgeving, zoals het Haagse Bos, Duindigt en Wassenaar, ruim duizend van deze raketten richting Engeland afgevuurd. Niet alle V-2's bereikten hun doel en van tijd tot tijd viel een afzwaaier op Den Haag en omgeving.
In Londen vonden bijna drieduizend mensen de dood door de Duitse projectielen en de Engelsen besloten tot een luchtoffensief boven Den Haag. De Nederlandse regering in Londen kwam met de Engelsen overeen dat er alleen jagers en jachtbommenwerpers zouden worden ingezet. Vrijwel dagelijks werden er doelen in en rond Den Haag bestookt, zoals het Staatsspoor (het huidige Centraal Station), waar de V-2's en de brandstof per spoor werden aangevoerd, en de montage-en lanceerplaatsen.
In een brief van 5 maart 1945 aan zijn oom en tante (afgedrukt in de herdenkingskrant) schrijft Max van der Heijden onder meer: “In mijn vorige brief heb ik U geschreven over de steeds weerkeerende Engelsche bombardementen op de V-1 bases. In den laatsten tijd echter nam dit afschieten van vliegende bommen zulke afmetingen aan, dat het bombardeeren daarmee gelijken tred moest houden, hetgeen beteekende, dat wij van af het eerste ochtendgloren tot zonsondergang voortdurend bedreigd waren. (. . .) Wat zij in het Bezuidenhoutkwartier zochten - althans tusschen de huizen - ik weet het niet, maar steeds gooiden om het half uur, den godganschelijken dag door een viertal jagers bommen op onze wijk. Elken dag vielen hieraan menschen en huizen ten slachtoffer, elken dag weer dachten we, vandaag is het onze beurt.”
Zinloosheid
“Iedereen foeterde over de zinloosheid van dat gegooi want tot op heden weet nog niemand wat ze nu eigenlijk in dat Bezuidenhoutkwartier zochten. Er moet wel iets gezeten hebben wat misschien met de vliegende bommen verband hield maar dan hebben de Duitschers het zoo goed verborgen, dat de 60 000 menschen die in onze wijk opeengepakt door de evacuatiemaatregelen, wonen, nooit hebben kunnen ontdekken.”
Begin maart besloot de Engelse luchtmacht, ondanks de afspraak met de Nederlandse regering in Londen, ook zwaardere bommenwerpers in te zetten om de raket-opslag en de onderhoudsinstallaties in het Haagse Bos te vernietigen. De bemanningen van de 56 Mitchell-bommenwerpers moesten daarbij gebruik maken van luchtfoto's waarop twee richtpunten, achter elkaar en midden in het bos gelegen, waren aangegeven. De commandant was niet gerust op de order en vroeg meer informatie: hij wilde zeker weten dat de woonwijken binnen een straal van vijfhonderd meter van de doelen waren ontruimd. Hem werd bevestigd dat de huizen niet meer waren bewoond - hoewel dat dus wel het geval was.
Een tweede fout werd gemaakt door een officier die de order voor de aanval uitwerkte. Hij draaide de getallen van de horizontale en verticale coördinaten om. Hierdoor kwam het tweede richtpunt 1250 meter van het doel te liggen - precies op de kruising van de Schenkstraat en de Louise de Colignylaan. Een Nederlandse vlieger, die was geboren en getogen in het Bezuidenhout, kon bij de briefing zijn ogen niet geloven toen hij zag dat het punt midden in de wijk lag. Maar hij kreeg de verzekering dat alles was nagevraagd en dat de huizen waren ontruimd.
In de ochtend van 3 maart 1945 stegen twee squadrons van Vitry in Frankrijk en drie squadrons van Brussel-Melsbroek op; de bommenwerpers ontmoetten elkaar boven de Noordzee bij Walcheren en zetten koers naar Den Haag. Uit de brief van Max van der Heijden: “Om negen uur weer alarm. We dachten al, wat blijft het lang uit en daar hoorden we een geronk zoo zwaar als nooit gehoord. (. . .) We zagen ongeveer 16 tot 18 bommenwerpers naderen op zeer groote hoogte. We zeiden nog tegen elkaar 'Dat wordt een zware aanval'. Meteen verdwijnen de machines in een wolk en uit de wolk druppelt een regen van bommen zoo plotseling dat ik nauwelijks kon gelooven dat het bommen waren. Meteen een ontzettend aantal explosies. De grond golfde, de broodkar werd omgesmeten. Ik sloeg tegen de grond, krabbelde overeind en rende de huisdeur binnen waar Willy met de kinderen en Opa en Oma reeds samengepakt stonden in de badkamer, die ons het veiligste leek.”
“Weer zoo'n salvo. Het werd plotseling nacht. Wij hoorden gillen, kermen. Stof drong door het huis naar binnen als een rookwolk en wij dachten reeds er geweest te zijn. Weer salvo's en nog eens en nog eens. Steeds werd het donkerder. Toen zagen we brand. Op straat brak een paniek uit. Uit alle huizen renden menschen weg met kinderen op den arm of wiegen in de handen achter zich slepende. Menschen werden onder de voet geloopen. Anderen kregen een zenuwaanval en daar doken de bommenwerpers weer en schieten met de mitrailleurs in de vluchtende menigte.”
Wind
De ravage verergerde doordat de branden door de harde noordwestenwind werden aangewakkerd. De Haagse brandweer was niet bij machte de ramp te bestrijden. Er was te weinig blusmateriaal; bovendien was in november bij een razzia tweederde van het beroepspersoneel weggevoerd. Uit de wijde omgeving kreeg de brandweer hulp, maar ook andere korpsen kampten met gebrek aan benzine. Het transport van de meeste gewonden gebeurde met ponywagens en fietsbrancards.
Bij het bombardement werden meer dan vijfhonderd mensen gedood, raakten honderden mensen zwaar gewond, werden 3300 huizen verwoest en 1200 zwaar beschadigd en raakten meer dan twaalfduizend mensen dakloos. Naast het Bezuidenhout werden ook het Voorhout en de Vijverberg getroffen: daar gingen historisch en architectonisch waardevolle panden verloren.
Geen van de doelen werd geraakt: dezelfde dag nog, terwijl het Bezuidenhout brandde, werden V-2's gelanceerd. Het mislukte bombardement veroorzaakte in Engeland grote opschudding en de Nederlandse minister van buitenlandse zaken in het oorlogskabinet in Londen, Van Kleffens, noteerde anderhalve week later in zijn dagboek dat hij de aandacht van zijn Engelse collega Eden had gevestigd op “de schandalige lichtzinnigheid waarmee dat onverantwoordelijk vandalisme is gepleegd”. Het Engelse War Cabinet besloot een onderzoek in te stellen. Vier maanden later kreeg de Nederlandse regering te horen dat bij de instructie voor het bombardement onjuiste coördinaten waren opgegeven en dat de verantwoordelijke officier was gestraft.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.