Van onze redactie economie LONDEN - De olieprijzen blijven dalen. Voor het eerst sinds april 1994 is de prijs van een vat van de kwaliteit Brent Blend tot onder de 15 dollar gedaald. In oktober vorig jaar kostte een vat Brent nog 21,70 dollar en in januari 1997 nog 24 dollar.
De prijsdaling wordt veroorzaakt door een aantal factoren. In november besloten de elf olie exporterende landen die in de Opec zijn verenigd, om het productieplafond met tien procent te verhogen. Tegenover dat groeiende aanbod van olie staat een relatief lage vraag: de crisis in Azië heeft de vraag naar olie verminderd. Bovendien kennen de meeste westerse landen een ongekend zachte winter. Tenslotte is er aanbod van olie vanuit Irak, dat van de Verenigde Naties een beperkte hoeveelheid olie mag exporteren als het land de opbrengst besteedt aan voedsel voor de bevolking.
De prijsdaling is een hard gelag voor de Opec-landen. De inkomsten die zij verwachtten uit de extra productie, komen niet binnen. Sterker nog: de huidige situatie komt er in feite op neer dat de landen hun extra productie gratis weggeven.
Het sultanaat Oman, zelf overigens geen Opec-lid en een relatief kleine olieproducent, heeft al aan de bel getrokken en een vergadering bepleit met de olieministers van Saoedi-Arabië en een aantal kleine Golfstaten.
De Opec zelf komt mogelijk ook in actie: maandag vergaderen het ministerscomité van de organisatie, dat bestaat uit vertegenwoordigers van Koeweit, Nigeria en Iran. Ook andere Opec-leden zijn welkom op die bijeenkomst.
Van doorslaggevend belang is de houding van Saoedi-Arabië, 's werelds grootste olie-exporteur. Tot nu toe hebben de Saoediërs geen sein afgegeven dat ze bereid zijn hun productie te beperken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.