Van onze redactie economie AMSTERDAM - De Nieuwe Markt van Amsterdam Exchanges (NMAX), de beurs voor bedrijven die te klein zijn voor de gewone effectenbeurs op het Damrak, wil af van het 'incasseren maar'- en 'baby'-imago. Scherpere toelatingseisen moeten ervoor zorgen dat NMAX voortaan voor vol wordt aangezien.
Met name de Nederlandse Participatiemaatschappij suggereerde dat de NMAX alleen gebruikt wordt om bestaande aandelen te verzilveren, en niet om nieuw kapitaal aan te trekken. Vier van de vijf genoteerde fondsen trokken inderdaad geen nieuw vermogen aan. “Misvatting!”, roept NMAX-woordvoerder W. Verburg, “Polydoc en Antonov waren eerst genoteerd op de Londense AIM en hebben daar al een financieringsronde achter de rug.” Toch veranderde de NMAX juist op dat punt de regels. Als een grootaandeelhouder nu 10 procent van zijn aandelen wil verkopen, kan dat alleen als zijn onderneming daarbij ook 10 procent nieuw kapitaal aantrekt. Daarbij moet vantevoren het investeringsdoel worden opgegeven. Houdt de ondernemer zich niet aan de afspraak, omdat hij liever een privé-jacht wil kopen, “dan wordt hij afgestraft met een dalende koers”, zegt Verburg. Dit is niet de enige beperking. “Een bedrijf dat drie jaar winst maakt, mag tot de NMAX toetreden. Maar het zittende management mag de eerste zes maanden zijn resterende belang niet verkopen.
Bedrijven die de winstgrens van drie jaar niet halen, mogen maximaal 50 procent van de aandelen herplaatsen. Maakt een onderneming helemaal nog geen winst, dan is de beursgang uitgesloten.
Volwaardig
Tergend voor de NMAX-oprichters zijn de bijnamen 'baby- of startersbeurs'. Weliswaar is het een beurs voor jonge, snelgroeiende bedrijven, maar het is een volwaardige beurs naast de AEX, volgens Verburg. “Wij zijn de Nieuwe Markt begonnen, omdat bedrijven die te klein zijn voor de AEX, wegliepen naar buitenlandse noteringen. Maar het zijn geen kleine jongens. Bij een introductie is minstens 30 miljoen gulden gemoeid.”
De nieuwe beurs telt nog maar vijf noteringen. “Wij zijn ervan overtuigd dat eind 1998 ons doel om twintig fondsen te noteren zal worden gehaald.” Emissiebanken zouden te weinig capaciteit hebben om de beursgang van kleine bedrijven te begeleiden.
“Een emissie kost enkele maanden tot een paar jaar. Multinationals hebben een staf die veel werk rond de beursgang overneemt. Die kleine bedrijven moeten dat overlaten aan de begeleidende bank. Zo'n introductie wordt voor de bank dan heel arbeidsintensief.” Er is een oplossing, meent Verburg. Die ligt bij de accountants. “Die zijn thuis in het midden- en kleinbedrijf en staan dicht bij de klant. Accountants moeten meer bij de NMAX betrokken worden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.