*

 
dossier

Archief

'Dit is een catastrofe, misschien wel het einde'/Inwoners Poolse dorpen nemen schade water op

FRANK KOOLS − 28/07/97, 00:00

WROCLAW - Drie weken lang al rijden de oud-militair en zijn vrouw 's middags voor een uurtje terug naar hun huis in het hart van het WestPoolse dorpje Fiechnige. Ze zeggen weinig onderweg. Op 500 meter van hun huis zet hij hun auto weg. Daar begint namelijk het water.

Ze kennen de routine intussen zo goed zo dat ook daar geen zin aan te pas komt. Kofferbak open. Hun jassen en broeken in de kofferbak. Dan de regenpakken eruit die in een stuk van de laarzen tot boven hun middel reiken. Nog even de bandjes goed aantrekken en ze kunnen. De eerste passen in het water. Hij voorop.

Na drie meter komen ze bij de kruising op de weg. Het water reikt dan tot net boven hun knieën. Ze slaan rechtsaf. Daar staat het, wijzen ze. Een vrij nieuw huis met een verdieping en een plat dak. Ze roepen. Naar de herdershond die als een dolle heen en weer rent over het balkon dat over de gehele voorzijde loopt. Hij blaft. Tegen de tijd dat hij het tuinhek door het water openduwt, jankt hij.

“Hij was te groot om te dragen toen de helikopter kwam om ons te evacueren”, legt zij op de overloop uit, waar ze de pakken weer uittrekken. “Wij zitten bij familie in Wroclaw, maar elke dag komen we hem voeren.” Hem alsnog meenemen gaat niet. “Hij is nog nooit hier weg geweest.” Ze gaan de slaapkamer in. Kloppen de hond op de rug om hem tot bedaren te brengen. Uit een plastic zak tussen de regenkleding uit halen ze zijn eten.

De twee lijken nog te zeer in shock om boos te zijn als ze vertellen. “De avond dat het water kwam hebben we steeds met de autoriteiten gebeld. We hoorden alarmerende berichten over deze buurt op de radio. Zitten wij veilig? Absoluut, zeiden die. Gaat u rustig slapen. Als we dat hadden gedaan waren we misschien verdronken in bed. Het water stond in nog geen twintig minuten tot bijna twee meter.”

“Waarom hebben ze ons gewoon niet gezegd dat dit dorp gevaar liep? Zeker omdat het vrij laag ligt. Dan hadden we nog de spullen naar boven kunnen sjouwen”. Zij lacht bitter. “Ik was juist gestopt met werken. Van mijn collega's had ik de nieuwste koelkast gekregen. Ik was er blij mee. Nu zijn we gewoon alles kwijt. Alles”.

Beneden in huis ruikt het of je met je neus boven een visbak hangt die al lang niet is schoon gemaakt. De modder reikt tot vlak onder het plafond. In de voorkamer hangt het velour bankstel schuin omhoog tegen de muur, dikke banden Marx en Lenin soppen in een laag troebel water. In de gang hangt nog zijn officierssabel. Het lemet is uitgeslagen. De medailles hangen half over de rand van het erekastje. Bij het weggaan zitten ze met de hond op het balkon in de stralende zon. De gevreesde zware regens blijven uit.

Fiechnige is één van de vele dorpen in de buurt van Wroclaw die in de weekeinde van 12 op 13 juli onder zijn gelopen en waar het water sinds die tijd wel zakt maar nog lang niet weg is. De inwoners zitten in opvangcentra of bij familie of slapen 's nachts voor alle zekerheid in een auto op een hoger gelegen weg. Uitzicht op wanneer ze terug kunnen gaan hebben ze niet. Weken kan dat nog duren.

De inwoners van een ander dorp stroomopwaarts van de Oder, Jelcz-Laskowice durven nog niet aan terugkeren te denken. Ze huizen met zeventig al drie weken in de verschillende lokalen van de basisschool Marie Curie in een buurdorp. In hetzelfde gebouw hebben ook Nederlandse militairen hun intrek genomen. Zij installeren pompen om het dorpje binnen vijf dagen droog te leggen.

In het lokaal met op de deur 'Hier lernen wir Deutsch' vermeld, wonen nu tijdelijk drie hele families. De tafels en stoelen zijn eruit gehaald. Tegen de wanden liggen acht matrassen. Een vrouw slaapt met kleren aan. Vier kleine kinderen hangen wat rond of lopen de brede gangen op. Ze zijn stil. Gillen zelfs op de gang niet.

Een andere vrouw zit bij de lessenaar, een kruiswoordpuzzel binnen handbereik. “Onze mannen zijn nu bij het huis. Daar passen zij wat op. Ik probeer wat te lezen. Soms maak ik een puzzel. Maar ik maak me de hele tijd zorgen zodat ik er niet met mijn gedachten bij kan blijven”.

Misschien kan ze over vijf dagen terug. “We hebben niks om naar terug te gaan. Toen het water kwam reikte het tot het dak. Nu komt het nog tot een meter. Maar de muren zijn aan het breken. Er blijft niets over. Nu hadden we ook een oud huis. Ach, dat had geen verschil gemaakt. Ze zeggen dat het ook met nieuwe huizen gebeurt. En wat daarna? Ik zie alles in donkere kleuren”.

Het ergste is voorbij, heet het desalniettemin in Polen. Dit weekend werd de tweede vloedgolf verwacht en die zou zelfs hoger kunnen komen dan den eerste, zei de radio voor Wroclaw. De Oder zou vrijdag om drie uur zijn hoogste punt bereiken, toen werd het zes uur, daarna acht. Op zaterdag slaakte het stadshart een zucht van verlichting en begon men eindelijk echt met opruimen. Massaal begon men verpest meubilair langs de straten te zetten. Het leek of er een plunderend leger door de stad was getrokken. Door de felle zon stonk het als op een heuse vuilnisbelt.

Direct naast een van de kades in het oude centrum heeft het personeel van boekhandel Eureka op zaterdagochtend allemaal boeken open in de etalage gelegd om te drogen. De inhoud van de onderste drie planken van alle kasten heeft de eigenaar meteen op de vuilnishoop gegooid. Maar plank vier heeft alleen met zijn tenen erin gelegen. “Voor de halve prijs. Misschien kan ik zo nog iets verdienen. In september begint het nieuwe schooljaar. Mensen moeten dan toch boeken hebben?”

Hij maakt zich nu al woest over het bezoek van een schade-expert van de verzekeringsmaatschappij deze week. “Ik zal waarschijnlijk helemaal niets vergoed krijgen. Toen twee jaar geleden de leiding bij de buurman boven brak en mijn zaak onderliep kreeg ik alles terug. Nu het via de voordeur komt ligt het plots heel anders.”

Maar de regeging heeft toch schadevergoeding beloofd aan de slachtoffers? “Zeker, we krijgen allemaal 3000 zloty de man. En wat koop je voor dat geld? Een leuke bromfiets of zo. Maar wat helpt mij dat? Ik heb voor 80 000 zloty schade. Voor het restant kan ik bij de regering een goedkoop krediet krijgen, ik heb net in 1991 de boekenzaak van de staat gekocht. Wat moet ik met een nieuw krediet? Dit is een catastrofe. Misschien wel het einde.”

mailIcon print |