De afgelopen weken leek Jozias van Aartsen eventjes te vervallen in de zuchtende pose van zijn voorganger op het ministerie Van Buitenlandse Zaken. Hans van Mierlo voelde zich nogal eens onbegrepen door Tweede Kamerleden en journalisten. Van Aartsen snapte opeens ook niet meer waar al die kritiek vandaag kwam. Hoe konden zijn goede bedoelingen toch zo worden miskend?
Juist nu Nederland een maandje mag fungeren als tijdelijk voorzitter van de VN-veiligheidsraad, klonk het verwijt dat zijn diplomaten te weinig inzet toonden bij het pleiten voor een VN-vredesmacht op Oost-Timor. ,,Onbegrijpelijk'', vindt de VVD-bewindsman. Nederland was nota bene de enige in de Veiligheidsraad die al vóór het referendum op Oost-Timor waarschuwde voor het dreigende bloedbad. Maar geen van de grote landen luisterde. En die internationale vredesmacht viel in de diplomatieke stroperigheid nu eenmaal niet zo snel op te tuigen.
En dan de kritiek dat hij in een toespraak in Duisburg wel erg makkelijk de media afschilderde als te haastig en te emotioneel. Terwijl goed buitenlands beleid niet kan worden gebaseerd op zulke goedkope emoties. Het klonk allemaal nogal wrang op het moment dat de schokkende nieuwsberichten uit Oost-Timor doorkwamen. Opnieuw voelde Van Aartsen zich hopeloos onbegrepen. Hij had alleen maar een algemene waarschuwing willen afgeven dat de internationale politiek zich niet moet laten meeslepen in de steeds snellere informatiestroom. ,,Het was geen aanval op de pers. Ik heb een gemeenschappelijk probleem voor pers, politici en diplomaten willen schetsen.''
Over onbegrip had hij tot dan toe niet te klagen. Van Aartsen is zelden vaag. In de rij recente voorgangers op buitenlandse zaken lijkt hij het minst op Van Mierlo en het meest op Hans van den Broek, die ook niet van wolligheid hield.
Toen Van Aartsen in het tweede paarse kabinet op deze post begon, zette hij hoog in. De bezem is inmiddels zoals beloofd door zijn ambtelijk apparaat gehaald. Zijn voornemen om scherper in Brussel op te komen voor de puur Nederlandse belangen kwam van de grond bij de verlaging van de contributies aan de EU. Zijn uitspraak dat hij veel minder aandacht wilde schenken aan de moeizame relatie Nederland-Suriname is honderd procent waargemaakt. Over Suriname hoor je niet meer op BZ.
Zijn helderheid wordt gewaardeerd, maar in de Tweede Kamer kan hij het moeilijk krijgen door zijn wel erg grote zelfverzekerdheid. Sommigen zeggen arrogantie. Een Nederlandse minister die al te hoog opgeeft van zijn goede contacten met de groten der aarde ('Ik en Albright') wordt in Den Haag op de vingers getikt.
De zoon van de ARP-minister, die via een baantje bij de VVD-fractie opklom tot secretaris-generaal op het departement van Binnenlandse Zaken en minister van landbouw was in het eerste paarse kabinet, beschouwt zichzelf als een 'sociaal-liberaal'.
Waar Van Aartsen staat is af te meten aan zowel zijn oude leermeesters als zijn huidige politieke vrienden. In het buitenland kan hij op dit moment goed door één deur met de Duitse Groene minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer. Twee weken geleden zei hij in de NRC: ,,Hij is een heldere man, die niet al te veel van details houdt. We hebben schouder aan schouder gestaan in de kwestie-Kosovo.''
Bij de Kosovo-interventie toonde hij opnieuw dat hij niet bij VVD-vleugel hoort die de rem wil zetten op internationale vredesoperaties.
Tussen de leermeesters in de partij neemt Hans Wiegel een voorname plaats in. Samen met de oud-partijleider schreef hij twee keer een ontwerp-verkiezingsprogramma voor de liberalen. Toch hangt de conservatieve Wiegel-geur niet aan Van Aartsen. Zijn politieke voorkeur ligt eerder bij de voormalige verlichte-liberalen: Annelien Kappeyne van de Coppello, Molly Geertsema, Henk Vonhoff. Intussen is hij nog steeds voorstander van een ooit gedroomde fusie tussen VVD en D66. ,,We horen bij elkaar.''
Noemt hij PvdA'ers waar hij het goed mee kon vinden dan valt steevast de naam Ien Dales. ,,Een zeer bijzondere vrouw, niet alleen vanwege haar persoonlijkheid, maar ook vanwege haar brede scope. Ze bracht vanuit haar kerkwereld iets heel opens mee.''
Vanuit zijn eigen ARP-nest en zijn jeugd in kerk nam Jozias van Aartsen iets heel anders mee: een hartgrondige hekel aan het CDA.
Een citaat uit 1996: ,,Confessionele partijvorming vond ik niet zo'n goede gedachte. Daar raakte ik op het gymnasium van overtuigd en dat vind ik nog steeds. Waarom zou een bepaalde godsbeleving moeten worden vertaald in de oprichting van een aparte politieke partij? Ik vind dat je als christen uitstekend kunt functioneren binnen PvdA en VVD.''
Bij de formatie van het paarse kabinet werd zijn lang gekoesterde persoonlijke wens bereikt: het CDA viel eindelijk buiten de boot. De weerzin tegen de christendemocraten het CDA is zo groot dat hij vorig jaar in een interview met Trouw verzekerde: ,,Nee, ik zou zelf niet in een kabinet met het CDA passen. Ik heb daar ook de ambitie niet voor.''
Houdt Van Aartsen die persoonlijke blokkade tegen het CDA vol, dan kan hem dat nog dwars gaan zitten als hij ooit mee zou doen in een race om het partijleiderschap. Hij kán simpel niet met het CDA regeren. Aan de andere kant: mocht de VVD in de oppositie komen tegen een kabinet waarin PvdA en CDA samenwerken, dan is het een kolfje naar Van Aartsens hand om die vermaledijde christendemocraten vanuit de Kamer te bestrijden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.