*

 
dossier

Archief

'HIJ ZOU DAAR TOCH BIJ MOETEN KUNNEN LACHEN'

FRITS VAN EXTER − 16/04/94, 00:00

De CDA-campagnebus toert tot de verkiezingen door het land. Brinkman moet onder de mensen komen. Het campagneteam doet vooral moeite om hem een warmere, menselijker uitstraling te geven. Hij krijgt vaak te horen dat hij meer moet lachen, maar hij is geen Dries van Agt en deze week kwam er nog een zorg bij: Hoe Brinkman te verlossen van 'de affaire'.

Brinkman heeft vannacht zijn bed amper gezien. Dat was niet de bedoeling, maar je kunt een campagne met behulp van een organisatiebureau nog zo tot in de puntjes regelen, er kan altijd wel iets misgaan. De verkiezingsbus was die avond tot stilstand gekomen voor een geriefelijk hotel in het groen nabij Venlo. Het leek een goede plek om even op adem te komen na een stormachtig weekeinde en twee zware campagnedagen. Maar de lijsttrekker werd nog bij de Van Vollenhovens in Apeldoorn verwacht voor een diner dat smoking vereiste. Toen hij na middernacht terugkeerde, stuitte zijn chauffeur op een wegens werkzaamheden gesloten spoorwegovergang, waarachter het hotel onbereikbaar bleef. Op zoek naar een andere weg, doolde het tweetal lange tijd door donker Limburg - de lijsttrekker sloot de volgende dag niet uit dat hij de Duitse grens was gepasseerd. De autotelefoon bood geen uitkomst, omdat het hotel slechts antwoordde met het gekras van een faxapparaat. Brinkman wist zijn bed nog wel te bereiken, maar werd even later opgeschrikt door een knallende ruzie tussen een paartje in een van de nabij gelegen kamers. Omstreeks half zes ging de wekker: de asperges wachtten.

Het bezoek aan Grubbenvorst voltrekt zich volgens de ongeschreven regels van het spel: de veilingdirecteur mag zoveel mogelijk reclame maken voor het bedrijf en de politicus voor het zijne. Om de interesse van de media te wekken moet er echter wel iets gebeuren, want niets is dodelijker dan een gesprek over tuinbouw aan een lange vergadertafel met tabellen op de overheadprojector. Maar dat kun je gerust aan de mensen in Venlo overlaten: zij hebben werkelijk alles uit de kast getrokken om er niet een maar een veelvoud van gebeurtenissen van te maken. Elke gast mag een soort elektrische autoped uitzoeken om daarmee het complex te doorkruisen. Een soort kermispret maakt zich van iedereen meester en al voor half acht deze morgen is een visueel hoogtepunt bereikt: Brinkman glijdt staande door de nog wat lege hallen op zoek naar de kiezers. Op de rug gezien lijkt het alsof hij door een onzichtbare kracht wordt voortbewogen. Jammer dat er zo weinig fotografen zijn en de televisie nog helemaal niet wakker is.

Voor het overige is ook alles in orde: de lijsttrekker mag een kistje tomaten keuren en een vrucht opeten zonder te morsen op zijn lichte regenjas; hij is even machinist op een treintje vol planten; hij laat zich door een hoogwerker verheffen om een bord te 'onthullen' waarop staat dat het hier een veiling van internationale betekenis betreft en in de volle veilinghal wordt hij uitgenodigd de klok stil te laten zetten op het aantal zetels dat hij op 3 mei hoopt te halen: Brinkman mijnt op 53: 22 meer dan de jongste peilingen hem gunnen. Tot slot krijgt hij een doosje, nog wat koude aardbeien mee voor onderweg. De directeur wuift hem uit. De komende weken krijgt hij nog de VVD en de PvdA op bezoek, want hij zet z'n kaarten niet op een man.

Zo begint de derde dag van de campagne, die Brinkman in drie weken langs 120 steden en dorpen moet voeren. Het zal ook zonder versperde spoorwegovergangen een zware klus worden, maar de eerste zorg van de campagneleiding is om zich zo snel mogelijk te verlossen van 'de affaire'. Brinkman lijkt zich al weer wat te hebben hersteld ('wat kan die man incasseren', zegt een metgezel op zijn weg vol kuilen naar de top). Steunbetuigingen stromen binnen en de peilingen lijken hem het voordeel van de underdog te gunnen. Maar ook al heeft menigeen de uitzending van Reporter veroordeeld, journalisten blijven hem achtervolgen met de vraag of hij geen fout heeft gemaakt door commissaris van zo'n bedrijf te worden. En als Brinkman drie weken lang voortdurend moet roepen dat hem niets verweten kan worden, zouden steeds meer mensen daaraan kunnen beginnen te twijfelen. Zoveel vertrouwen genieten politici nu eenmaal niet. Het antwoord komt, bezweren zijn medewerkers voortdurend. Het kan niet onmiddellijk, omdat allerlei stukken vergaard en bekeken moeten worden, maar er moet deze week een einde aan komen. Het wordt donderdagavond.

Ondertussen gaat de campagne zo gewoon mogelijk door. De bus lijkt een goede greep. De 'Livingstone' werkt veel beter dan een gewone auto, de indruk dat Brinkman echt het land doorkruist en naar de kiezers toekomt.

Vervolg op pagina ZZ 2

Een interview met Brinkman staat op pagina ZZ 3

BRINKMANS EENZAME STERRENSLAG

Vervolg van pagina ZZ 1

Bovendien heerst er aan boord een soort Amerikaanse campagnekoorts: het is een rollend campagnebureau waar voortdurend telefoons rinkelen en zelfs een fax staat om het drukke documentenverkeer met het hoofdkwartier in Den Haag en voorposten te onderhouden. Journalisten zijn hartelijk welkom om mee te liften. Het is niet alleen handig om de interviews met de lijsttrekker al rijdend af te doen, hun aanwezigheid is wezenlijk voor het beeld. Met hun eigen draagbare telefoons, camera's, computers, piepers en bandrecorders versterken zij de dynamiek van de campagne.

De volgende stop deze morgen is een katholieke school in Venlo. Brinkman moet zich snel omschakelen van tuinbouw naar onderwijs, van asperges naar jeugdpuistjes. Op het schoolplein van het Sint Thomas college wacht hem een dichte drom leerlingen. De muziek van Nirvana dendert op volle kracht ter verwelkoming en mede als eerbetoon aan de onlangs overleden zanger Kurt Cobain. Omdat de leraren zich de jaren zestig nog levendig kunnen herinneren, is een ludiek programma voorbereid. De lijsttrekker moet zich onderwerpen aan een multiple choice-test. Zo mag hij voor zijn uitmonstering kiezen tussen een petje van het college, een boerebonte zakdoek en een clubsjaal van VVV - het wordt het laatste. Lastiger is de vraag op welke partij hij zou kiezen als het CDA niet bestond. “Er is maar een lijst 1 en dat is het CDA. Daar blijf ik voor strijden tot mijn laatste snik.” Het klinkt onverwacht dramatisch op dit jolige schoolplein.

Te zwaar blijkt tenslotte de opdracht om in drie pogingen tenminste een keer de bal door de korf te werpen. Politici moeten deze tijd veel ondergaan en over zoveel technische vaardigheden beschikken (bomen planten, graafmachines bedienen, kinderen over de bol aaien) dat het op een soort eenzame Sterrenslag lijkt. Brinkman slaat zich er doorheen, monter maar toch vaak weer met zo'n ernst dat het je somber kan stemmen. Als later deze dag de bekende frons op het voorhoofd verschijnt, als hij pils mag tappen op het Vrijthof in Maastricht, roept een Limburgse CDA'er vertwijfeld: “Hij zou daar toch bij moeten kunnen lachen.” Brinkman krijgt op deze toernee vaker te horen dat hij meer moet lachen en hij probeert het ook wel, maar hij is geen Dries van Agt en het gereformeerde geboortehuis in de Alblasserwaard blijft werelden verwijderd van het Maastrichtse cafe, waar ze een commissariaat nog wel kunnen waarderen.

Volgens de campagneleiding van het CDA is het doel van de toernee om Elco Brinkman zoveel mogelijk 'als mens tussen en onder de mensen' te brengen. “Iedereen kent hem, maar niemand weet wie hij is”, zegt een van de strategen. Op het scherm in de huiskamer is hij een bekende verschijning, maar zijn uitstraling heeft toch iets van een tijdig ingevuld belastingformulier of een goed samengebonden vuilniszak. Brinkman weet dat en zijn media-adviseur Frits Wester spant zich al lang in om hem meer als 'mens' te profileren in Libelle, Margriet en de roddelbladen: 'Het liefdesoffer van Elco: Als Janneke verliefd wordt op een ander, blijf ik op haar wachten' (Weekend); 'Wat schuilt er achter de computer-ogen van Brinkman? Zijn woordvoerder: We lachen samen heel wat af' (Prive). Dit is sommigen in de partij een gruwel, maar de klap van de gemeenteraadsverkiezingen en de rampzalige peilingen hebben het CDA tot de slotsom gebracht dat zij gebukt gaat onder het imago van een bestuurderspartij. Het zou een echte volkspartij moeten zijn. Nu is Brinkman verre van volks, maar iets menselijker trekken zouden hem goed doen. Het is glad ijs want na zoveel starre jaren geloven mensen niet onmiddellijk in de oprechtheid van een emotionele openbaring.

Van tijd tot tijd voegt de lijsttrekker een persoonlijke noot aan zijn betoog toe. Als het over onderwijs of de jeugd gaat, herinnert hij eraan dat twee van zijn kinderen voor hun examens staan en ook harde muziek draaien en als hij een dagverblijf voor gehandicapte kinderen bezoekt, vertelt hij over een blind buurmeisje. De vele bejaarden die hij in verzorgingshuizen ontmoet, treedt hij tegemoet als een begripvolle zoon: “Ik hoor van de directeur dat u een beetje boos bent”(Een beetje boos? Ze zijn nog steeds razend om de AOW). En op elke volgende locatie vertelt hij zo gloedvol over de belevenissen eerder die dag, dat hij de indruk wekt alsof de reis voor hem een haast spirituele ervaring is, een aaneenrijging van hoogtepunten die een mens een goed gevoel geven over dit land.

Uit alles moet blijken dat Brinkman wel degelijk oog heeft voor de noden van de mens, weet wat er leeft en dicht bij het gewone leven staat. Hij ontspoort nog wel eens in jargon ('difficulteren', 'onze insteek') maar houdt zich zoveel mogelijk aan het devies om het simpel te houden. Zo spreekt hij veelvuldig over 'het smeren van de boterham' als het om de economie en de verzorgingsstaat gaat. Hij wil vooral niet somber overkomen al is het met de huidige werkloosheid 'wel even verzamelen blazen'. En hij wil niet teveel een politicus zijn, die zich afzet tegen andere partijen en personen, want daar hebben mensen een hekel aan.

De reacties zijn gemengd. In Bejaardenhuis Beerendock (de derde stop van deze dag) in Venlo blijken de meningen over Brinkman al net zo verdeeld als over de kwaliteit van het leven dat rest. Een vrouw kijkt naar hem op als een idool en vertrouwt hem toe: “Ik voel me hier net als een prinses. Het is allemaal zo goed hier. Het eten is als in een restaurant.” Een ander klampt haar woedend aan: “Wat kun jij liegen zeg.” Zij had Brinkman juist verteld hoezeer de verzorgingsstaat ('een kroonjuweel' had de lijsttrekker eerder gloedvol gezegd) aan bederf onderhevig is. Er is zoveel bezuinigd dat het personeel geen moment tijd meer voor je heeft. Brinkman neemt die tijd wel en daar blijkt ze later van onder de indruk; “Het is toch wel een goeie. Ik had eerst gehoopt dat ze een ander zouden nemen, maar nu hoop ik toch maar dat hij wint. Hij is heel anders dan op televisie. Veel aardiger.” Zo blijft een trouwe CDA-stem behouden, maar een man uit de aanleunwoning valt niet te overtuigen. “Hij heeft ons belazerd met het pensioen. En het enige dat er nu op zit is te stemmen op een Ouderenpartij.”

Tot dusver verloopt de dag volgens schema, al is Brinkman iets te laat voor de lunch met de bisschop van Roermond. Daarna verdwijnt hij in zijn auto die de verkiezingsbus overal trouw volgt. Brinkman spoedt zich naar het overleg met zijn juridische adviseurs om het weerwoord voor te bereiden. De bus rijdt verder naar DSM in Geleen, maar de afwezigheid van de lijsttrekker is voor de top van het chemieconcern een lelijke tegenvaller. Even later in Heerlen waar weer eens serieus op straat met kiezers gesproken moet worden, laat Brinkman ook op zich wachten. De pers is inmiddels op oorlogssterkte. In de bus, die gisteren en vanmorgen nog zo leeg was, is het druk en een sliert volgauto's maken er een echte verkiezingskaravaan van.

Als de lijsttrekker toch nog arriveert om een boom te planten wordt hij omstuwd door camera's en hangen de microfoons aan lange staken boven zijn hoofd. De boom zal iedereen worst zijn, het gaat om 'de affaire'. Vrouwen die voor dit geweld moeten wijken, wuiven van een afstand naar Brinkman en een junkie wenst hem het beste. 'Zakkenvuller', roept een man die dat al heel lang van plan was, tot grote tevredenheid van een televisieploeg die al heel lang naar dat geluid op zoek was. “Ik ben geen zakkenvuller”, zou Brinkman de volgende dag op zijn persconferentie antwoorden.

Snel naar Maastricht waar de ontmoeting met kiezers in het cafe wacht. Het loopt tegen zessen. Na het tappen van bier en de gesprekken aan de tafeltjes, trekt Brinkman zich terug achter de gordijnen in de bus. Met gesloten ogen zit hij een kwartiertje op de bank totdat de chauffeur hem met het starten van de motor tot de orde roept: Kerkrade wacht. Daar zal het CDA vanavond officieel de campagne beginnen. Woordvoerder Frits Wester heeft de hongerige journalisten bezworen dat Brinkman vanavond niet met 'het weerwoord' komt, maar hij werpt wel een kluifje. De lijsttrekker zal mogelijk een paar zinnen aan 'de affaire' wijden in een kort woordje dat juist voor het journaal van acht uur is gepland. En als Brinkman bedankt voor alles wat Janneke, de kinderen en hijzelf de laatste dagen hebben ontvangen 'aan alles wat er in Nederland aan hartelijkheid is', en hij dan even stil valt met wat gebogen hoofd, stijgt er een langdurig applaus op. Een traan lijkt zich op te dringen in de 'computer-ogen'.

Is het echt of is het politiek? Het is nooit goed had zijn woordvoerder al tegen Prive gezegd; “de ene keer is hij te koel en als hij dan oprecht geemotioneerd is, wordt daar weer drukte om gemaakt.”

mailIcon print |