PEKING - Het verbod op religieuze praktijken door buitenlanders, dat de Chinese regering vorige week opnieuw publiceerde, betekent voor de Beijing International Christian Fellowship niet meer dan een officiele bevestiging van bestaande praktijken. “We hebben altijd al geweten dat het ons verboden was te preken voor Chinezen. Het enige verschil met vroeger is dat de regels nu op papier staan”, zegt een van de Amerikaanse organisatoren van de gemeenschap.
“Wij houden ons in ieder geval al sinds de oprichting van de gemeenschap aan het verbod”, vervolgt zij. “Als we dat niet doen, zetten we het voortbestaan van onze kerk op het spel.” De Beijing International Christian Fellowship is een protestantse kerkgemeenschap die sinds 1981 wekelijks een dienst houdt voor buitenlanders.
“Niemand vertelde ons vroeger precies wat de regels waren, maar we wisten het wel. Bovendien was het bij de oprichting van de Fellowship voor de Chinese christenen fysiek onmogelijk onze diensten bij te wonen: ze konden de plaatsen waar buitenlanders wonen niet eens binnen. Maar ook nu de Chinezen dat wel kunnen, zijn we nog steeds heel voorzichtig.”
Voorzichtig
Die voorzichtigheid moet het voortbestaan van de Fellowship garanderen. De gemeenschap werd begin jaren tachtig opgericht door veertig buitenlanders. Zij begonnen kerkdiensten te houden in een zaaltje in het Beijing Hotel of op de Finse ambassade. Inmiddels is de gemeenschap uitgegroeid tot een vrijwilligersorganisatie met ongeveer vierhonderd leden.
Omdat buitenlandse kerken geen vergunning krijgen voor het gebruik van een eigen gebouw, worden de diensten op zondag nog steeds in afgehuurde zaaltjes gehouden. De Fellowship organiseert ook zondagschool voor kinderen en jongeren en de leden houden thuis een paar keer per week een bijbelstudie.
De organisator van de Fellowship, die niet bij naam genoemd wil worden, vertelt dat met het groeien van de kerk de zaken er wel steeds ingewikkelder op worden.
Zo kan de kerk geen buitenlandse predikers laten overkomen. “Die mensen krijgen nu eenmaal geen visum en als ze op een toeristenvisum komen mogen ze hier weer geen dienst houden, dat is illegaal. Onze diensten worden dus geleid door mensen die in China bij voorbeeld als leraar werken en toevallig ook een achtergrond als prediker hebben.”
Iedere spreker wordt bovendien van te voren verteld wat hij of zij wel en niet mag zeggen. “Het moet duidelijk zijn dat ze niet naar voren kunnen komen en maar van alles gaan roepen.”
Moeilijk daarbij is dat het nooit duidelijk is waarover de Chinese autoriteiten precies kunnen vallen.
“In het vorige hotel waar we bijeenkomsten hielden, protesteerde de leiding van het hotel omdat in onze informatiebrochure stond dat de leden niet moesten vergeten hun fiets voor het hotel op slot te zetten. Dat mochten we niet schrijven, hoewel iedereen weet dat er in Peking steeds meer gestolen wordt. Het principe is hier: iedereen weet dat iets gebeurt, maar je mag het niet zeggen.”
De Amerikaanse ontkent ten stelligste contact met kerken in het buitenland te hebben. Wel krijgt de kerk materiaal uit de Verenigde Staten. “Maar dat is niet aan een kerk gebonden. Wij houden hier ook verschillende diensten. De ene week is het een presbyteriaanse dienst, de andere keer weer iets anders. Het ligt er ook aan welke achtergrond de spreker heeft.” Op de suggestie dat de leden van de Fellowship toch ook wel eens zendingsdrang vertonen bij de Chinese bevolking zet ze verschrikte ogen op. “Dat moeten die mensen dan zelf weten, maar het is niet iets wat wij aanmoedigen. Ze lopen het risico het land te worden uitgezet.”
Dekmantel
De organisatoren van de Fellowship mogen zich daaraan dan niet schuldig maken, de afgelopen jaren zijn er toch steeds meer buitenlandse missionarissen in China die wel contact zoeken met de Chinese bevolking en pogingen doen tot bekering. Veelgebruikte dekmantel van deze zendelingen is een studie Chinees aan een universiteit, al dan niet betaald door hun kerk in het buitenland. Anderen vinden een baan als leraar Engels. Ook komen steeds meer christenen incidenteel een paar weken op bezoek en proberen dan zoveel mogelijk religieus materiaal, zoals bijbels, het land binnen te smokkelen.
Contacten leggen met Chinese christenen is overigens niet onmogelijk. De buitenlanders mogen wel de diensten in de Chinese, door de staat erkende kerken bijwonen. Voor preken in staatskerken door een buitenlander moet vergunning worden aangevraagd bij het Bureau voor religieuze activiteiten. Dergelijke vergunningen worden echter alleen bij hoge uitzondering afgegeven, meestal als het om een religieuze beroemdheid gaat.
Veel van de maatregelen van de Chinese autoriteiten zijn bedoeld om contacten van de Chinese roomskatholieken met het Vaticaan tegen te gaan. De katholieken werden na de communistische machtsovername in 1949 gedwongen een 'patriottische kerk' op te zetten, die onafhankelijk is van Rome. Het Vaticaan reageerde op deze maatregelen door diplomatieke betrekkingen aan te knopen met Taiwan en een dissidente, ondergrondse katholieke kerk te steunen, die het Vaticaan wel erkent.
Invallen
Een paar keer per jaar worden er, vooral in de provincie, invallen gedaan tijdens bijeenkomsten van deze huiskerken. Bovendien arresteren de Chinese autoriteiten regelmatig weerspannige bisschoppen wegens contacten met de kerk in het buitenland. Zo werden afgelopen januari drie Chinese bisschoppen gearresteerd. Een van hen, bisschop Su Zhimin uit de Hebei provincie werd opgepakt nadat het hem was gelukt een bespreking met het Amerikaanse congreslid Christopher Smith te houden. Ondanks alle verboden is het de Chinese autoriteiten tot nu toe echter niet gelukt een einde te maken aan de bijeenkomsten van de ondergrondse kerken.
Eind vorig jaar rees de hoop dat de Chinese autoriteiten binnenkort hun ruzie met het Vaticaan zouden bijleggen en de paus zelfs een bezoek zou brengen aan China. Die hoop werd onlangs weer de grond in geboord toen het ministerie van buitenlandse zaken liet weten dat een dergelijk bezoek absoluut onmogelijk is zolang het Vaticaan de Volksrepubliek niet erkent als het enige China, en niet ophoudt zich te bemoeien met 'de interne aangelegenheden' van het land.
De organisator van de Fellowship probeert voorlopig maar begrip voor alle maatregelen tegen de buitenlanders op te brengen. “Dat wij niet voor Chinezen mogen preken is niet zo'n punt. Ze hebben immers hun eigen kerken. Bovendien moeten we begrijpen dat de Chinese autoriteiten met al die regels hun eigen levensstijl en cultuur proberen te beschermen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.