Punkers waren we - maar nu lees ik dat de aartsschoffies van de beweging weer bij elkaar komen om te spelen. Voor een 'wereldtournee' nog wel. En een 'live-album'. En nu vertelt een medewerker van de platenmaatschappij me ook nog dat de jochies voor ieder optreden ongeveer 100 000 dollar krijgen.
Honderd-duizend dollar. Fucking hell!
Maar, punkers waren we. Gelukkig speelt Sid Vicious, die net op tijd aan een overdosis overleed, niet meer mee. Hij had het vast niet over zijn wilde haren kunnen verkrijgen, al weet je het nooit tegenwoordig. Alles is te koop.
Johnny Rotten was onze held. Wij hadden wat tegen hippies, die waren oud en vies en vaag en stonken bovendien. Dat deden wij ook wel, maar wij stonken tenminste naar de drank, niet naar zweetvoeten. Er kwamen nieuwe bandjes in kleine zalen. In Paradiso bliezen vanaf januari '77, toen de Pistols er ook waren, langzaam maar zeker alle duffe, blowende jurken weg en Johnny was de boy. Rotten belichaamde het lammetje in wolfskleren dat Thatcher-Engeland en Van Agt-Casanova-Nederland deed sidderen onder korte, meeslepende en vooral keiharde nummers die er niet om logen: 'God save the Queen' was een grap, maar 'Anarchy in the UK' een politieke leuze. 'Boredom' van de Buzzcocks de levensstijl: want zo was het. Hadden politieken nog de neutronenbom of het kraakpand, wij hadden niks en voorspelden de leegte. 't Is toch allemaal niks joh, kan mij het skele. Kill, kill, kill. 't Liefst op het tempo (one, two, three, four, gabba-gabba-hé) van de Ramones.
Punkers dus en anti, vreselijk anti. Wij waren tegen de gevestigde popgroepen die met hun mega-apparatuur de zalen elektronisch in slaap sukkelden. Tegen jongerencentra, al moesten we daar spelen. Voor de garage en tegen iedereen die er een beetje netjes uit zag. Burgers waren het, carrièrenalopers, ballen, slaven, kuttekoppen, idioten, trutten, eikels, ayatollah's, uitslovers of gewoon FC Debielja. Punk was bedoeld zoals Rietveld zijn eerste huizen bedoelde. Geniet ervan (want natuurlijk was 'No future no fun' fun) en gooi ze daarna gewoon weg. Speel en destroy. Niks ontwikkeling, rammen maar en 'go'.
Punkbands moesten dan ook eeuwig in kleine zaaltjes blijven spelen en punk mocht vooral niet te groot worden. Modepunks werden later geweerd. Eerst testte je ze uit op hun kennis en als die tekort schoot konden ze inrukken met hun suikerkapsels. Weer later, toen de eerste punkgolf verdwenen was, Sid al lang dood was en The Exploited 'Punk's not dead' speelde, was het nog makkelijker om het kaf van het koren te scheiden: Gewoon keihard Oi!-platen draaien. En de mietjes waren snel gezien.
Vraag me niet of ik heimwee heb. Op gezette tijden draai ik mijn klassiekers. Vooral The Buzzcocks ('Ever fallen in love with'), The Damned ('I just can't be happy today' en Love song - natuurlijk Love song! 'And it's been a lovely day and it's okay. It's okay-ay!') en ('You're in a rut, you never get out of it, out of it') The Ruts natuurlijk.
Maar verder niet. Punk is verleden tijd. Het was aardig, het bleek niet veel om het lijf te hebben dan wat leer, gekleurde haren en oorspelden, maar toch was het aardig en zeker niet duf. Maar om nu allerlei reünietjes te bezoeken - nee. Ik heb een hekel aan de Rolling Stones. Punk was meer Beatles, maar een ding moet je ze nageven: ze zijn nooit meer bij elkaar gekomen. De Beatles helaas wel. En nu dan Johnny, Steve en Paul. Aangevuld met die zak van een bassist, Glenn Matlock. Is dat geen serie?
Een vriend van mij speelde in een bandje dat The Peasants heette. Eén nummer ging over zogenaamde 'local heroes'. U kent ze wel, die helden van de hoek met een grote bek. Tot ze de straat verlaten.
Ik weet wel, The Pistols hebben dankzij hun bedenker Malcolm McLaren nooit een cent uit hun roemruchte periode gezien. En als je dan oud, versleten en niets te vertellen hebt, dan moet je wat. Maar toch.. dat liedje eindigde met: 'Fill them up and take them home'. Zo moest het maar wezen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.