Nog in Groningen (Grand Theatre, vanavond), Nijmegen (Doornroosje, 13), Leiden (De Burcht, 14), Leeuwarden (Theater Romein, 15) en Dordrecht (DJS, 16).
Intermission heette het kwartet, zo genoemd omdat de grote Amerikaanse orkestleider Duke Ellington, zich welbewust van de zinloosheid van een (onversterkte) bassolo, bij aanvang van zo'n solo altijd riep: 'Intermission'. Het publiek kon dan even een drankje halen en de bassist kon dan - al dan niet opgemerkt - eventjes zijn ei kwijt.
Het initiatief voor deze bijzondere groep is van de Rotterdamse bassaxofonist Klaas Hekman. Zijn voorkeur voor de allerlaagste klankregisters leidde vorig jaar tot een project met contrabassisten. Het resultaat beviel hem zo goed, dat hij de musici opnieuw bijeenbracht voor een serie. Het eerste optreden, donderdag in het BIM-huis, toonde zowel de kracht en de zwakte van het ensemble.
Op de composities viel weinig aan te merken. Hekman leverde onder meer het sterke 'Open Hekwerk', waarin hij zelf een fel contrasterende solo speelde. En de stukken van met name de Amerikaanse bassist William Parker mochten er ook zijn.
De zwakte van de groep ligt allereerst in het gelimiteerde (lage) bereik van de instrumenten. Dat dat geen afbreuk hoeft te doen, toonde de Engelse meesterbassist Barry Guy echter twintig jaar geleden met zijn London Bass Trio. In die groep ontbrak zelfs een andersoortig instrument, zoals in Intermission, maar de muziek was uiterst gevarieerd en krachtig.
De momenten waarop de musici van Intermission het meest overtuigden, waren die waarop de musici ook de hogere registers van hun instrumenten benutten. Daar won de klankkleur aan rijkdom en variatie. In uitgewerkte compositielijnen lukte dat aardig, maar in solo's vervielen de musici gewoontegetrouw in de midden- en laagste basregisters.
Van de bassisten was Parker degene met het mooiste geluid. Zowel plukkend als strijkend overtuigde hij met een fraaie sonore klank. Hoe bekwaam het Amsterdamse lid Wilbert de Joode doorgaans ook speelt, vergeleken bij Parker was hij een ruwe houthakker. De Japanner Hideji Taninaka opteerde meestentijds voor een bescheiden inbreng. Hij speelde subtiele nootjes, ingetogen, voorzichtig, maar altijd to the point.
En Hekman? Die leidde, genietend van het vervaarlijk zoemende laag, zijn musici door strakke structuren en collectieve improvisaties.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.